Brief aan de Galaten

Wie van u schrijft nog wel eens een brief?
Stel nou dat Paulus gebruik had kunnen maken of moeten maken van de sociale media zoals we die nu kennen: Facebook of Twitter en dan slechts 140 tekens mogen gebruiken om zijn verhaal te vertellen op Twitter. Dan was zo’n brief als aan de Galaten nooit tot stand gekomen. Alles op een a4 tje, een verzameling oneliners, om een complexe situatie en materie samen te vatten, het is eerder een teken van onmacht en van kortzichtigheid. Dat gaat zeker niet lukken met zo iets ingewikkelds als waar Paulus over spreekt. En het is niet zomaar een brief, geen liefdesbrief, geen brief met vakantie-ervaringen. Ik wist dat ik vandaag over Paulus moest spreken en daarom heb ik het boek van de Amerikaanse theologe Karen Armstrong in mijn vakantie gelezen: Paulus, onze liefste vijand.

Zij schrijft dat Paulus voor zijn brief een vorm hanteert die wij diatribe noemen. In de retorica, de kunst van het overtuigen, is dit een bekende vorm. Het is de bedoeling dat je zo schrijft en spreekt dat de ander reageert – dat de ander gaat handelen zoals je beoogt. De vorm van zo’n diatribe, schrijft Armstrong, dwong het publiek elementaire onderstellingen in twijfel te trekken. Vanzelfsprekendheden worden ondergraven. En de brief werd niet in stilte gelezen maar voorgelezen. Hij werd zo hardop gelezen alsof het theater was: met gebaren, gezichtsuitdrukkingen en eventueel voorzien van illustraties. Wij leven in een beeldcultuur maar toen moesten de beelden als het ware worden uitgebeeld zodat ze bij het publiek bleven hangen, erin werden gehamerd, zo Armstrong. Een brief was eigenlijk een voordracht. Vandaar dat Paulus kan beginnen in hoofdstuk drie met: “Galaten, jullie hebben je verstand verloren, wie heeft jullie in de ban gekregen”. Volgens Armstrong is dit een stijlmiddel, geen belediging, overdrijving en spot hoort erbij. In de politieke arena van vandaag horen we soms het zelfde. Het is alleen tragisch als de stijlmiddelen worden opgevat als de waarheid – ook door de sprekers zelf.

We hebben nu pas de buitenkant, de vorm, de stijl van de brief verkend. Maar waar gaat het over en in welke context speelt zich het verhaal af? Het is een brief, dat wil zeggen, het is geen dogmatiek, geen geloofsleer! Je kunt ervan leren maar het is niet een waarheid die voor altijd en iedereen geldt. De boodschap is ruimte en tijd bepaald. Aan de Galaten. Niet aan de Nijmegenaren. De Galaten waren nakomelingen van Keltische huurlingen die in het Romeinse leger hadden gevochten en die nu nederzettingen hadden gesticht in het huidige Turkije. 25 voor Christus werd het gebied geromaniseerd en werd de Romeinse cultuur heersend met alle gevolgen voor de gemeenschappen van de Kelten. De Romeinse goden kregen een plek en de keizer diende te worden vereerd. De boeren die op hun land werkten en vooral graan oogsten kwamen door de Romeinse invloeden steeds meer in een economisch dwangsysteem te zitten. Rijke grondbezitters of afstand profiteerden van dit systeem dat verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening van de Romeinen: boeren kwamen in de schulden te zitten en moesten vaak hun land afstaan of verkopen, of werden als slaaf verkocht. Vrijheid werd ingeruild voor slavernij en dat met dwang van de Romeinse overheid. Een paar rijken en veel armen en onderhorigen. Met grof geweld werd dit systeem opgelegd en mensen die protesteerden werden gekruisigd en sierden zo de weg. Kunt u zich dat voorstellen, talloze gekruisigden langs de weg bijvoorbeeld van Nijmegen naar Arnhem , half vergaan, verrot?
Paulus is zelf handwerker is en leeft in armoede. Hij moet leven van het werk van zijn handen en hij moet vaak tot diep in de nacht ploeteren om iets te verdienen. Hij behoort niet tot de aristocraten en de rijken. Hij weet wat het is om arm te zijn en te moeten ploeteren. Besef wel, de brieven van Paulus zijn stukken ouder dan de evangelies van Lucas, Matheus en Johannes. En in Handelingen van de Apostelen (ook van Lucas) komt Paulus vaak heel anders naar voren. Er is veel tegenspraak – veel verschil in de teksten.
De begrippen die Paulus nu gebruikt in de brieven heeft hij volgens Armstrong ontleend aan de keizerlijke propagandaterminologie. Het woord euangelion bv, evangelie, blijde boodschap is er een van. Armstrong schrijft, ik citeer: dat overal in het Romeinse rijk in inscripties en op munten en bij openbare rituelen de ‘blijde boodschap’ werd verkondigd dat Augustus, de verlosser (soter) een tijdperk van ‘vrede’ en veiligheid op aarde had ingeluid. Maar de alomtegenwoordige weerzinwekkende kruisen met dode rebellen, gemarteld en door roofvogels uiteengescheurd, maakten de wreedheid en het geweld waarmee de Pax Romana in stand werd gehouden onontkoombaar. (einde citaat)
De Romeinen gingen uit van een tweedeling in de maatschappij: Romeinen en barbaren, net zoals de Joden spraken over Joden en gojiem/niet-joden. En beide groepen komen nooit bijeen. Ze worden nooit één volk! Die tweedeling verdeelde de maatschappij in vrijen en slaven. De Galaten die eerst vrij waren raken meer en meer in slavernij. Paulus doet een beroep op hen om zich niet meer als slaven op te stellen. Want de tijd is veranderd. Leven in Christus wil zeggen leven in gemeenschap. Niet meer ieder voor zich, maar solidair met elkaar de slavernij weerstaan. Paulus gebruikt het begrip ekklesiai, vergaderingen. Dat is volgens Armstrong een indirecte aanval op de officiële ekklesiai uit die tijd. De raden van lokale aristocraten die namens Rome de provincie bestuurden. Evangelie en ekklesiai – twee begrippen ontleend aan de Romeinen nu met een nieuwe lading. Oude wijn in nieuwe zakken.
Maar wat is nu de kern van Paulus boodschap, waar draait het om? Paulus heeft als strenge farizeeër, die stipt de wet naleefde en die de christenen vervolgde als leden van een afvallige sekte, een bekeringservaring doorgemaakt. Een ervaring die zijn leven op zijn kop heeft gezet. Paulus begint zijn brief aan de Galaten als volgt: Paulus, apostel niet van mensen en niet door tussenkomst van een mens maar door Jezus Christus en God de Vader, die hem heeft opgewekt uit de doden. Jezus en God zijn de inspiratiebronnen, de opdrachtgevers.
Paulus heeft een fundamentele ontdekking gedaan: De wet zegt: vervloekt is hij die hangt aan de paal (of het kruis zo u wilt). Paulus heeft ontdekt dat die vervloekte aan het kruis – door God is opgewekt. God heeft de kant gekozen van de gekruisigde. De vervloekte aan de paal. Misschien wel alle gekruisigden, zou ik willen toevoegen. In Jezus breekt een nieuwe tijd aan, een parousie, ook een begrip van de Romeinen, nl. de aankomst van de keizer. Nu echter zal de Messias, Jezus de Christus komen. Om allen vrij te maken, allen te laten opstaan uit de dood, allen die op hem vertrouwen. Dat is de inzet.
De wet, mooi en aardig, was een hulpmiddel, een paidagogos, letterlijk een slaaf die de kinderen naar school brengt en hen beschermt, maar nu staan ze op eigen benen, zijn ze volwassen en heeft de wet afgedaan. Paulus is ervan overtuigd dat die blijde boodschap voor alle volken geldt. Niet alleen voor de Joden. Geen scheiding meer tussen Joden en Gojiem! Geen scheiding tussen Romeinen en barbaren, vrouwen mannen, vrij en slaaf. En als er zendelingen komen die eisen van de Galaten, deze heidenen, letterlijk ‘voorhuidigen’, dat ze eerst Jood moeten worden, kan Paulus niets anders doen dan zijn afschuw hierover uitspreken. Aan het begin van de brief worden ze zelfs vervloekt deze brengers van onheil.
U merkt het: met alle inzet en alle heftigheid verdedigt Paulus zijn opvatting, zijn persoonlijke ervaring van Christus als een ervaring voor allen, vrijheid voor alle volken, leven door geloof, gerechtvaardigd door geloof. Geen slavernij, geen onderscheid man vrouw, jood Griek, allen vrij in de Heer! Een ervaring die nu onder druk komt te staan door de komst van tegenstrevers. Probeert u zich eens voor te stellen: al die gekruisigden langs de weg. Mensen afgeschreven, vermoord, gemarteld: daarin wordt in een van hen de Messias zichtbaar. Dat is bijna niet voor te stellen. Maar dat is wel de kern van Paulus boodschap. Ik zou er aan toe willen voegen: in al de slachtoffers in deze wereld kan misschien de Messias zichtbaar worden, een glimp van het Rijk van God. Dat is de omgekeerde wereld: letterlijk! Ook in onze wereld, onze tijd. Dat is crossing cultures in extremis: Het lijden en de dood, de slachtoffers van de gruwelijke moordpartijen, ook nu in Syrië, in de conflictgebieden in Afrika, Azië, bij de aanslagen in Europa; zij allen staan in het licht van het Rijk van God, de Messias die zich manifesteert door heen het lijden en de dood. Durven we dat, kunnen we dat geloven, durven we ons hieraan toe te vertrouwen? Dat is meer dan we misschien met ons verstand kunnen opbrengen, met onze ziel kunnen toestaan aan onszelf. Maar het is het proberen waard. Paulus doet een heldhaftige en dappere poging om het ons te laten zien. Wij zijn nu aan zet. Amen.

John Hacking

11 september 2016L1210173