Leren leven

IMG_1229

 

 

Leven leren

is geen kunst, leven gaat vanzelf. Wel aanvaarden, de tranen leren dragen.

 

Schreib dich nicht
zwischen die Welten,

am Rand der Tränenspur lerne
leben.

 

Paul Celan, Die Gedichten aus dem Nachlass (p. 320)

 

Leven gaat niet zonder pijn. Geluk en verdriet, hoop en angst, blijdschap en pijn horen bij elkaar en komen hoe dan ook aan bod in het leven van een mens. Gezien vanuit het punt dat je zult gaan sterven kun je jezelf afvragen, wat maakte mijn leven de moeite waard. Waren het de vakanties, die paar zeldzame weken per jaar dat je op zoek ging naar nieuwe landen, nieuwe ervaringen, nieuwe mensen, andere indrukken dan die je gewoonlijk opdoet tijdens je werk en je vrije tijd? Waren het de relaties die je hebt en hebt gehad die je leven kleuren en zin geven? Waren het de omstandigheden, het werk, de gebeurtenissen die het leven op een bijzondere manier kleurden? Teveel misschien om allemaal op te noemen. Een zekere melancholie speelt hierbij een rol. Want alles gaat verder, ook zonder jou. En jij, je bent er dan niet meer, het leven heeft je vaarwel gezegd.

Wer steuert den Lichtstreifen an,
den der Turm, den du hältst, sich verschreibt?

Eine, die weiss, wie tief
dein Tod in sie hineinsteht.

Paul Celan, Die Gedichten aus dem Nachlass (p. 224)

 

Celan, die de oorlog overleefde als Jood, en die veel, te veel heeft gezien (zoals hij in een van zijn gedichten vermeldt) leeft in de gewaarwording dat de dood hem voortdurend begeleidt. De onbekende bekende medepassagier die met hem meereist en die soms aan het woord komt in zijn gedichten. Dood in het leven, het leven begeleid door de dood. Is dat een reden tot wanhopen? Tot vertwijfeling? Zeker, als de dood te vroeg dreigt, als alle hoop en verwachtingen bijvoorbeeld door een bedreigende ziekte, de bodem worden ingeslagen. Maar als dat niet het geval is, als je gaat beseffen dat de dood eens je zal omhelzen, niet meteen, niet op korte termijn, maar eens, als de tijd daarvoor daar is, dan kun je er ook veel van leren. Zoals angst er mag zijn, zoals hoop kan bloeien, zo kan het besef van de dood die komt, een gegeven zijn dat je leven kan kleuren en kwaliteit verlenen. Maar dat moet je dan wel durven, er voor open staan, als het ware realistisch de dag beleven, de tijd die komt en de dagen, weken, maanden, jaren die je nog hebt. Leer van de dood en je leven zal veranderen.

 

Wühl dich ins Unzerwühlte,
hör den Schmerz darin sagen: ich
war nur ich
bin,
bin der Gewesne,

greif ihn dir wie eine Flocke,
heb ihn nicht auf,
lass ihn er sein,

sei dein eigner
hauchgetragener,
gegenwissender
Winter

Paul Celan, Die Gedichten aus dem Nachlass (p. 265)

 

Op het gedicht aan het begin van deze tekst heeft Celan nog een variant geschreven. Meer hoopvol misschien, omdat er ook een oproep tot vertrouwen uit spreekt. Vertrouwen op het spoor van tranen dat je leven doortrekt, ze hebben niet het laatste woord. Het verdriet geeft je leven een extra dimensie, verdriet maakt (ook) rijker aan ervaringen, geeft je leven meer diepgang, je leert de bodem van je bestaan kennen, en daarin kun je uiteindelijk wortelen, weer omhoog groeien. Maar Celan voegt nog een opdracht toe: verzet je tegen de veelvoudige betekenissen – bedoelt hij hier de relativering van het verdriet? Het wegpraten van de dingen die er toe doen, alsof je niet in de wereld leeft maar tussen de werelden? En, hoe kun je daar dan terecht komen. Schrijf je jezelf weg? Zodat je niet meer meedoet? Zodat elk houvast gaat ontbreken?

 

Schreib dich nicht
zwischen die Welten,

komm auf gegen
der bedeutungen Vielfalt,

vertrau der Tränenspur
und lerne leben.

 

Paul Celan, Die Gedichten aus dem Nachlass (p. 133)

 

Celan kan zelf geen antwoord (meer) geven op deze vragen – we hebben slechts zijn gedichten. Zij zijn zijn laatste antwoord, ze vertolken zijn stem, zijn ervaringen. Maar het leven heeft een eigen dynamiek en de dood zet het leven in een bijzonder licht. Wijzijn als levenden ook de levende getuigen van het leven. Het leven spat van ons af. In al zijn uitbundigheid en in al zijn beperktheid. Zoals de dag gekleurd wordt door het licht van de zon, zo ons leven in het licht gezet door het claire obscure van de nacht, van de schaduw van de dood. Verdriet en tranen doen je uiteindelijk beseffen wat kostbaar is in je leven. Alle avonturen in vreemde landen – alle nieuwe indrukken – wat ga je er mee doen? Blijven ze alleen behouden in je virtueel prentenboek – en in je geheugen? Of leiden ze ook nog tot iets anders? Verdriet is ook een avontuur, maar dan van een andere orde. Verdriet leert je het leven op een andere wijze te ervaren dan enkel als avontuur, evenement, gebeurtenis. Daarom beschouw ik verdriet niet als iets negatiefs en zijn tranen misschien wel meer dan het lachen, kenmerkend voor het bestaan van de mens, omdat zijn ware aard, en dus zijn ziel hier boven komt. Maar dat is een privé-mening en die hoef je niet te delen. Roberta Dapunt, een vrouw die is gaan dichten vanuit haar ervaringen op het land, de armoede, de eenvoud en het dagelijkse werk drukt dit prachtig uit. Ze noemt haar leven een leven in het licht van God. En het bewijs? Dat is de donkere stal, het hooi en de mest, en het alleen zijn. Zo eenvoudig kan het zijn.

 

di ritorno dalla stalla

In questo buio compatto è perpetuo novembre.
Sei tu Dio? Omnipresente sconosciuto.
Perché io so che tu sei,
lo sanno i miei sensi
quando tornano dalla stalla.

Tutto è qui nella riservatezza rurale che ripeto
mattina e sera, spesso unico sentiero
che pesto come a passeggia verso casa.

Tutto è qui. Qui è l’avvenire,
qui è tempo che passa e la morte che viene,
in questo gesto comune è la mia alleanza
posta fieno su fieno,
letame dopo letame,
solitudine por solitudine,
nell’amore alla vita, perché vita è l’unico supporto,
qui su questo percorso, umile gioia dei giorni.

 

auf dem rückweg vom stall

In diesem dichten dunkel ist dauernder november.
Bist du Gott? Allüberall und unbekannt.
Weil ich weiss dass du bist,
meine sinne es wissen
wenn sie zurückkehren vom stall.

Alles ist da in dem ländlichen versteck das ich wiederhole
morgens und abends, oftmals einziger weg
den ich stapfe als spaziergang zum haus.

Alles ist da. Da ist was wird,
da ist die zeit die geht und der tod der kommt,
in diesem gemeinsamen tun ist mein bund
gehäuft heu auf heu,
mist über mist,
alleinsein und alleinsein,
in der liebe zum leben, nur das leben kann tragen,
auf diesem schritt für schritt, freude einfacher tage.

Roberta Dapunt

 

 

Gedichten uit:

Celan, Paul, Die Gedichten aus dem Nachlass, Herausgegeben von Bertrand Badiou, Jean-Claude Rambach und Barbare Wiedemann, Frankfurt am Main 1997, (Suhrkamp)

Dapunt, Roberta, dies mehr als paradies, la terra piu del pardiso, Bosen 2016 (Folio Verlag Wien), p. 18-19

 

John Hacking
in de vakantietijd
1 augustus 2017

fullsizeoutput_39a1