Vluchtigheid

De dood is een bron van inspiratie. De dood fascineert. De dood roept op tot relfectie, tot zelfbezinning. Mensen die er op los lijken te leven (wat dat dan ook exact moge zijn) leven misschien in de waan dat de dood geen greep op hen heeft. Elke dag wordt geproefd en achter gelaten op de ‘mesthoop’ van de geschiedenis, een groeiende onmetelijke berg aan (vergeten) ervaringen. Zo trekt de tijd verder en de dood maakt hier en daar een inkeping in een mensenleven dat achter blijft op het knekelveld. Ook dat heeft niet het laatste woord. Als je maar lang genoeg wacht is er niet meer over dan stof, as, aarde. Friedrich Hölderlin, de Duitse Dichter heeft een ambivalente houding tegenover de dood. Dat laat dit gedicht zien:

Stammbuchblatt für einen Unbekannten

Es erschreckt uns,
Unser Retter, der Tod. Sanft kommt er
Leis im Gewölke des Schlafs,

Aber er bleibt fürchterlich, und wir sehen nur
Nieder ins Grab, ob er gleich uns zur Vollendung
Führt aus Hüllen der Nacht hinüber
In der Erkenntnisse Land.

Friedrich Hölderlin

Dood, de dood als redder, als mijn, als onze redder. Maar het is een redder, een verlosser die schrik aanjaagt, die ons doet huiveren, en die ons bang maakt want misschien is het ook wel onze tijd om te sterven. Maar sterven is bij Höllerlin dubbelzinnig. Hij noemt het een voleinding, waarin wij uit de donkerte en de omhulsels van de nacht geleid worden in een land waar opheldering plaats vindt. Wat zijn dat voor ‘Erkenntnisse’ waar hij het over heeft?
Als er na onze dood een intrede is uit het duister in het licht, in het land waar alles duidelijk wordt, dan is de dood met recht een voleinding,een verlosser, een redder uit de nood van het leven dat zijn einde heeft bereikt.
Het gedicht geeft geen antwoord. Maar er zijn nog meer aforismen van hem bekend die hierover spreken zoals:

Der Tod ist ein Bote des Lebens, und daß wir jetzt schlafen, das zeugt vom nahen gesunden Erwachen. Sterblichkeit ist Schein, ist wie die Farben, die vor unserem Auge zittern, wenn es lange in die Sonne sieht.

So durchlauf ich des Lebens Bogen und kehre, woher ich kam.

Denkst du, ich fürchte den Ausgang? Manchmal wills mich überfallen, aber meine größten Gedanken halten, wie Flammen, den Frost ab.

De dood is hier een doorgangsfase, een deur, een weg terug naar het begin. Hölderlin noemt de dood zelfs een bode van het leven. Bode, doorgeefluik, boodschapper, engel, dus. ‘Malak vom toid’, in het jiddisch, de doodsengel. Een fascinerend idee. In een wereld van metafysische voorstellingen en religieuze symbolen is de dood een fase in een proces. De engel vervult hierin een belangrijke rol: hij kondigt aan, hij geeft en hij neemt weg. Onze menselijke existentie in al zijn vluchtigheid vanuit het perspectief van het leven is meer dan dat. Maar dan is de dood geen einde maar eerder een nieuw begin. Hölderlin beschrijft dit zo in een gedicht:

 

Die Entschlafenen



Einen vergänglichen Tag lebt ich und wuchs mit den Meinen,

Eins ums andere schon schläft mir und fliehet dahin.

Doch ihr Schlafenden wacht am Herzen mir, in verwandter

Seele ruhet von euch mir das entfliehende Bild.

Und lebendiger lebt ihr dort, wo des göttlichen Geistes

Freude die Alternden all, alle die Toten verjüngt.

Friedrich Hölderlin

 

Moet je gelovig, moet je religieus zijn ingesteld om in dit soort beelden troost te vinden? Een leven na de dood, een opstanding uit de dood, zou het kunnen? Als wij het lichaam los laten als voertuig voor de geest, als drager van de ziel wil dat niet zeggen dat geest, dat ziel daarmee ten einde is. Ik vermoed dat Hölderlin inzet op die kaart: de ziel, de geest blijft en zelfs de gedachte als product van die geestkracht heeft een eigen vurigheid die de koude van de nacht, de dood, af kan weren.
Zo schrijft Roberta Dapunt, een dichteres uit Italië in het Ladinisch, een streektaal, over deze gedachten als cement voor poëzie:

Schwarze Saat in meinem Gehirn,
entschwebt und treibt aus zu Gedichten
wie Holunderblüten vor dem Stall.

Hoe zou het ook anders kunnen dat teksten, woorden, gedichten kunnen inspireren? Nu in deze week van de poëzie wordt in de krant de vraag gesteld waarom gedichten mensen inspireren en wat zij erin kunnen vinden. Ik vermoed de kracht van een geheim dat hen kan dragen, dat hen kan troosten op moeilijke momenten, op de weg die ze door het leven gaan. De poëzie levert vuurwerk om verder te kijken, om de horizon af te tasten, aarzelend, moedig, een eigen waarheid verkondigend die verder en dieper gaat dan de oppervlakkige waarneming en het snelle oordeel.

Jorgos Seferis, een Griekse dichter vertaalt dat als licht, als innerlijk licht dat open staat voor het licht dat van buiten komt. Je zou ook kunnen zeggen, de ziel die ontvankelijk is voor goddelijk licht. Maar dat is dan weer mijn invulling. Hij schrijft:

Du hast schon vor langer Zeit gesagt:
“Im Grunde bin ich eine Frage des Lichts.”
Und auch jetzt noch, wenn du dich
an die weiten Schulterblätter des Schlafes lehnst
noch wenn sie dich in die
betäubte Brust des Meeres senken
suchst du nach Ecken, in denen das Schwarz
verbraucht ist und nicht mehr hält
und du tastest nach der einen Lanze
die dein Herz durchbohrt
um es zu öffnen dem Licht.

Jorgos Seferis

Als we allemaal licht zijn, sporen van licht, bezield, lichtwezens, dan kan de dood hier geen einde aan maken, dan is zelfs onze vluchtigheid een illusie want het licht blijft bestaan. Vertalen we licht natuurkundig in energie, dan gaat energie niet echt verloren. Maar dat is een ander verhaal en de koudedood een andere dimensie. Wij, wij mensen zijn wezen van de taal. De taal maakt ons tot mensen net als de liefde. Waar zouden we blijven als we de taal niet hadden om dood en om liefde stem te geven? Woorden, taal, klanken, geschenk van Hem die ons tot leven bracht. Misschien is dat de kunst van het leven: de taal inzetten om openingen te scheppen, zodat er licht binnen kan vallen, licht dat uit een bron komt, een goddelijke? Nelly Sachs, de Duitse dichteres zegt dit prachtig:

 

So kurz ausgeliefert ist der Mensch
wer kann da über Liebe sprechen
das Meer hat längere Worte
auch die kristallgefächerte Erde
mit weissagendem Wuchs
Dieses leidende Papier
schon krank vom Staub-zum-Staube-Lied
das gesegnete Wort entführend
vielleicht zurück zu seinem magnetischen Punkt
der Gottdurchlässig ist –

Nelly Sachs

 

Waar wachten we dan nog op? Waarom een misprijzend oordeel over dit leven, of over een gedicht, of over het wezen van de poëzie, als je je nooit de moeite hebt getroost om proberen door te dringen in deze wereld met een eigen waarheid? Het gedicht opent een weg naar het mysterie, de poëzie die je kan raken maakt een ander mens van je. Licht kan stromen in je vluchtig bestaan en het kan je dragen. Dragen tot aan de horizon, misschien zelfs nog wel over de grens of door de deur van de dood heen?

John Hacking
25 januari 2018

 

L1240763

 

bronnen:

  • https://www.aphorismen.de Hölderlin und Tod
  • Dapunt, Roberta, Nauz. Gedichte und Bilder. ladinisch und deutsch, Wien Bozen 2012, (Folio Verlag), p. 50
  • An den Ufern des Lichts, Griechische Lyrik. Oskar Koller – Aquarelle, Hünfelden 2002(Präsenz Verlag), p. 12
  • Sachs, Nelly, Gedichte, Zürich 1966, (Coron Verlag), p. 439