Into great Silence

God proberen te vinden in de stilte. God zoeken in de leegtes die in het leven ontstaan. Momenten waarop niks gebeurt, waarop je niet wordt afgeleid door de dingen van het leven, de plichten, de zaken die gedaan moeten worden. Kan dat? Lukt dat? Is het überhaupt mogelijk om op deze wijze iets van God te ervaren? Het zou kunnen gebeuren in de stilte van het gebed. Bidden dat je zelf in stilte doet. In de rust die je neemt, het uitschakelen van allerlei vormen van afleiding, van dingen die dan niet ter zake doen. Er zijn mensen die dit proberen.

Stilte – in diepe stilte, alleen het geluid dat binnendringt van buiten, uit de natuur, van vogels of insecten. Veel beelden uit de film “Into Great Silence”, een documentaire uit 2005 over het leven in stilte van de Karthuizer-monniken in het klooster la Grande Chartreuse, in de Alpen, laten dit zien. Er gebeurt weinig tot niets in de film. Momenten van gebed vullen het dagelijks leven. Daarnaast wordt er gewerkt in de tuin of er worden haren geknipt, groente wordt schoongemaakt en er wordt eten gekookt en afgeleverd bij de afzonderlijke cellen waar de monniken verblijven. De regisseur kwam al 10 jaar eerder met de vraag bij de abt om te mogen filmen in dit klooster. Dat was toen te vroeg. In 2003 kreeg hij toestemming. De opnames namen 2 jaar in beslag. De documentaire beslaat diverse seizoenen.

De monniken worden via een kort moment in stilte voorgesteld. Ze kijken in de camera en dat is het. Een van de zeldzame momenten dat gesproken wordt in de documentaire is als een oude zieke blinde monnik vertelt over het leven dat hem hierná wacht. Thuiskomen bij God. Geen enkel negatief woord over zijn leven hier in het klooster. Geen evaluatie, geen terugblik, alleen een vooruitblik naar de dood die gaat komen.

God vinden in de stilte. Vinden de monniken God, hebben ze Hem misschien soms af en toe gevonden in die stille gebedsmomenten, in de stilte van de hen omringende natuur, in de donkere nachten van meditatie, gezang, zwijgen? Ook de bijbel levert een getuigenis van het vinden van God in de leegte van de stilte. Het verhaal is bekend. De vertaling van Martin Buber en Franz Rosenzweig uit 1929 zegt het zo:

Es sprach: Heraus, steh hin auf den Berg vor MEIN Antlitz! Da vorüberfahrend ER: ein Sturmbraus, groß und heftig, Berge spellend, Felsen malmend, her vor SEINEM Antlitz: ER im Sturme nicht – und nach dem Sturm ein Beben: ER im Beben nicht –
und nach dem Beben ein Feuer: ER im Feuer nicht – , aber nach dem Feuer eine Stimme verschwebenden Schweigens.

I Könige 19, 11-12
https://bibel.github.io/BuberRosenzweig/index.html

1 Koningen 19,11-12 (Vertaling Naardense bijbel):

Hij zegt: ga naar buiten en ga op de berg staan voor het aanschijn van de ENE!
Ziedaar, de ENE die voorbijtrekt, en een geestesstorm, geweldig en sterk,
die bergen verscheurt en steenblokken verbrijzelt voor het aanschijn van de ENE uit;
maar niet in die geestesstorm is de ENE,- na de geestesstorm een aardbeving,
maar niet in de aardbeving is de ENE. Na de aardbeving een vuur, maar niet in het vuur is de ENE; na het vuur de stem van een zachte stilte.

Stem van een zachte stilte, “eine Stimme verschwebenden Schweigens“, een zwijgen dat als het ware wegzweeft, een soort echo. Echo van leegte, echo van niets, echo van een zwijgen dat volgt op het geweld van de geestesstorm, de aardbeving en het vuur. Het lijkt alsof dat geweld nog natrilt in de stilte van het moment. Maar de schijn bedriegt. De stilte is radicaal anders, geen echo meer van het voorafgaande, maar een stem die stil is, zwijgt. Maar kan dat? Een stem die zwijgt, die leeg, niets, stil is? Is een zwijgende stem wel een stem? Is het niet veeleer niets, is het misschien een illusie? Een inbeelding?
We lezen nu niet het vervolg van het verhaal maar de stem die zwijgt luistert wel naar de klacht van Elia. Hij mag spreken en hij krijgt antwoord. Dan zitten we in een soort van dialoog. Maar het moment daarvoor, het voorbijtrekken van de ENE, voor zijn aangezicht staan, resulteert uiteindelijk in een zacht zwijgen, een zachte stilte.

Is God te vinden in de leegte, de stilte, het niets? Laat God zich vinden in deze lege stilte? Deze vraag wordt pregnant, zwanger van betekenis als het niet goed gaat met je leven, als er lijden in je leven komt, een onherroepelijk afscheid. De Joodse rabbijn Harold Kushner bracht in 1981 een boek uit met de titel: (hier vertaald) ‘Als het kwaad goede mensen treft (uitgegeven in Nederland in 1983)’. Daarin stelt hij de vraag over welke God we nog kunnen spreken als ons onoverkomelijk lijden treft zonder dat we daar iets aan kunnen doen. Kushner verloor zelf zijn veertienjarige zoon aan de dood. Is het een straf van God wat ons overkomt? Of is God absoluut afwezig (ook tegen de achtergrond van de Shoah, de moord op miljoenen joden tijdens de 2e Wereldoorlog en al die andere slachtoffers)? Een God die zoals de kabbala stelt zich helemaal heeft teruggetrokken uit de schepping – waardoor in die leegte de schepping pas kon ontstaan. Maar daardoor is alles wat er met mensen hier op aarde gebeurt losgemaakt van een straffende of belonende God. Als dat waar is, dat God afwezig is, wat houdt dan nog bidden in, en wat is de ervaring van een relatie met een ‘persoonlijk’ beleefde God? Tot wie, tot wat bidt je dan? Wie is de adressant? Is het een abstractie, een wensgedachte, een vrome illusie?

Als je getroffen wordt door een ernstige ziekte, je leven staat op het spel, de toekomst lijkt voorbij, zoals René Char dicht: ‘L’étendue de futur dont le cœur s’entourait s’est repliée’, ‘de uitdijing aan toekomst, waarmee het hart zich omgaf, heeft zich samengevouwen’, dan komen deze vragen met alle kracht boven en kun je ook wegzakken in het moeras van de twijfel, de wanhoop van de nacht, de machteloosheid van je diepste angsten. Je gaat de wereld verlaten, alles waar je aan hecht, alles wat kostbaar is, al je relaties, je liefdes, je betekenissen die je hecht aan mensen en aan gebeurtenissen – dit komt opeens allemaal in een ander licht te staan. Hier helpt geen goedkope troost. Hier helpt geen theologie. Het enige dat je misschien een beetje steun kan bieden is het feit en de wijze waarop anderen hiermee om zijn gegaan. Voorbeelden van mensen die in hun gedrag tegen de klippen van de wanhoop op hebben laten zien dat ze hun vertrouwen hebben behouden en dat dit vertrouwen hen verder droeg. In heel extreme gevallen, zelfs de gaskamer in, met woorden van een psalm op hun lippen. Ik heb die mensen nooit persoonlijk gekend maar heb weet van de verhalen over hen. Ik heb Elia nooit persoonlijk ontmoet maar heb weet van zijn wanhoop en zijn klacht als hij voor God komt te staan. Ik heb het van horen zeggen, ik lees de woorden, ik hoor de verhalen. En omdat ik de verhalen hoor ben ik geneigd vertrouwen hieraan te schenken omdat ze een opening bieden, omdat ze in hun leegte, hun zwijgen, en toch volhouden, in hun wanhoop en toch niet versagen, in hun angsten en niet loslaten, een mogelijkheid bieden. Ze maken me mogelijk deze paradox van tegenstellingen uit te houden en er door heen te gaan. Elke dag, elk uur, een klein stukje, stap voor stap. Mijn ziel wordt er door gedragen en mijn ziel geeft het niet op. Want in mijn ziel brandt hetzelfde goddelijk vuur, in mijn ziel is de leegte van God manifest aanwezig. Voor een ‘ongelovige’ klinkt dit misschien absurd, maar het zijn mijn eigen woorden die mij op de been houden zoals de woorden die ik lees bij Elia en bij de getuigen die de oorlog hebben overleefd en die kond doen van die verschrikkelijke ervaringen.
Edmond Jabès, de Franse dichter en filosoof heeft zijn hele leven gewijd, als ‘ongelovige’, om deze paradoxen uit ons leven stem te geven in zijn boeken. God komt voortdurend voorbij – op bijna elke pagina is Hij verborgen en manifest aanwezig. Elke vraag een nieuwe vraag, geen antwoord voldoet. Antwoorden die voldoen deugen niet omdat ze ontaarden in totalitaire systemen. En totalitaire systemen zijn gevangenissen waarin de ziel gekneveld wordt, aan kluisters gelegd. Totalitaire systemen kunnen niks met leegte, niks met zwijgen, niks met het niets. Daar hebben ze geen greep op. Daarom is de leegte bij uitstek plek voor God. “Ik zal zijn wat ik zal zijn”, luidt zijn Naam. Alles is ongewis. Alles is zwijgen, alles “into Great Silence”. Misschien kan stilte, Stilte met een hoofdletter zo ons dragen, zelfs als het onmogelijke wat we ons kunnen voorstellen – ons dreigend nadert.

John Hacking
mei 2019

Into Great Silence https://vimeo.com/334975436

Jabès, Edmond, Das Buch der Fragen. Aus dem Französischen von Henriette Beese, Frankfurt am Main 2019, (Suhrkamp)

Een gedachte over “Into great Silence

  1. Loslaten:
    Dat is soms vallen.
    Nu en dan een momentje vliegen.

    Begrippen loslaten.
    Be-schouwen.
    Kijk, het wordt weer avond.
    Het licht laat los.
    Rusten, slapen: de nacht loslaten.
    Wakker worden.
    Los gelaten van de oude woorden
    ruik je
    de geur van koffie
    en een dag lang
    soms vallen
    en nu en dan een momentje vliegen.

    Verwachtingen zijn vermoeiend en vaak te groot of te klein.
    Losgelaten
    is ons soortelijk gewicht best te doen.

    Soms vallen,
    soms even vliegen.

    En het wordt avond…

    Like

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.