Genade

Faden der Gnade zieht durch alle Verlorenheit! 

(Sohar).

Dichters (en sommige filosofen) zijn voor mij de actuele profeten. Doorkneed in hun vak, vaak met bijbelse kennis, en gegrepen door het mysterie. Nelly Sachs, José Angel Valente, Tomas Tranströmer, Juan Ramón Jiménez, Roberto Juarroz, Paul Celan, Ingeborg Bachman, René Char, Simone Weil, Edmond Jabès, Marc Alain Ouaknin en vele anderen. Door hen laat ik mij inspireren. Ze vormen een bron van genade. “Le poème est l’amour réalisé du désir demeuré désir”: “Het gedicht is gerealiseerde liefde van een verlangen dat verlangen is gebleven” schrijft René Char. (Woede en mysterie p. 130-131)

Woorden vormen de onzichtbare boot waarmee wij op het meer van het niets drijven en zoeken naar een overkant, een haven, een bestemming. Voortgedreven door een verlangen, een smachten naar een thuis, een huis voor allen. Het paradijs is in hen neergeslagen maar het treedt nog niet aan de oppervlakte van onze werkelijkheid. Het ligt als stralende kern diep verborgen onder de opgestapelde jaren van de tijd. Woorden doorsnijden niet alleen de ruimte en overspannen afgronden. Woorden vormen ook ankerpunten in de tijd die het niets omgeeft. Daardoor krijgt het leven zin, vinden wij betekenis. Hier en daar. Zo nu en dan. Niet voor eeuwig, niet voor altijd, want eeuwigheid zit niet in onze rugzak. “Le poète ne s’irrite pas de l’extinction hideuse de la mort, mais confiant en son toucher particulier transforme toute chose en laines prolongées”: “De dichter ergert zich niet aan het weerzinwekkende uitdoven in de dood, maar, vertrouwend oop zijn bijzondere tastzin, verandert hij alle dingen in gepronlongeerde wol.” dicht Char. (o.c.)

Abraham Sutzkever, die het getto van Wilno overleefde in de Tweede Wereldoorlog en die gedichten schrijft waarin het lijden en de dood van vele Joodse geloofsgenoten en volksgenoten wordt beschreven zegt: “Geh über Wörter wie über ein Minenfeld”. Woorden kunnen een mijnenveld zijn en de aanraking kan dodelijk zijn. Woorden zijn niet onschuldig. Woorden hebben explosieve kracht. De dichter is een zoeker, de dichter is een pelgrim, een ontdekkingsreiziger om deze verborgen krachten aan de oppervlakte te brengen. Sutzkever weet als geen ander dat taal veel dimensies heeft. Oog- en oorgetuige van de taal van de Duitse bezetter heeft hij aan den lijve ervaren hoe deze wrede moordenaar de Duitse taal inzette om mensen te manipuleren en te vermoorden. Razzia’s werden ingezet om bewoners van het getto te verzamelen en af te voeren. Zogenaamd naar een fabriek om daar als arbeider te werken. De echte eindbestemming was een diepe kuil waar ze met een nekschot werden afgemaakt of door een mitrailleur werden neergemaaid als koren in de wind. 

Als je taal ziet als reddingsboei in een tijd van verdorvenheid, als je taal ervaart als hulpmiddel om elkaar te ondersteunen en te bemoedigen, vergeet dan niet dat dezelfde taal ook heel anders kan worden ingezet. Sutzkever is zich hier heel goed van bewust. Toch zet hij taal in, schrijft het gedichten als tegenwicht, als bescherming tegen de taal van de haat, de taal die oproept tot uitroeien, de taal van de uitsluiting. Taal die scheiding aanbrengt tussen mensen, taal die argumenten levert om elkaar niet vanuit de genade maar vanuit de afkeer te bejegenen. Leven en dood raken aan elkaar in de taal, in een zekere dubbelheid. In het volgende gedicht komt deze dubbelheid ter sprake:

Ich liege in einem Sarg

Ich liege im Sarg,

wie in hölzernen Kleidern,

und liege.

Er werde zum Schiff

auf der stürmischen See,

er werde zur Wiege.


Und hier,

wo die Wege sich trennen

von Körper und Zeit,

hier ruf ich dich, Schwester, –

und du hörst mich rufen,

so weit.


Was regt sich im Sarg

auf einmal ein Leib?

Du kommst näher, ganz dicht.

Ich erkenn deine Augen,

deinen Atem, 

dein Licht.


Alles folgt so wohl Ordnung und Sinn:

Heute da,

morgen dort,

und jetzt in dem Sarg,

wie in hölzernen Kleidern

singt stets noch mein Wort.

Abraham Sutzkever

Wilna 

30. August 1941

Sutzkever schrijft negen gedichten in het getto op het moment dat de pest uitbreekt in Wilno. Hij schreef deze gedichten “Gesichter im Morast” (Gezichten in het moeras) liggend, terwijl hij zich verstopt had in de schoorsteen van zijn oude woning. Op deze wijze verborg hij zich voor de Duitsers die alle Joodse mannen wegvoerden. Sutzkever schrijft dat zijn vrouw deze gedichten met zich meedroeg. Ze werden met bloed besmeurd terwijl zijn vrouw zweepslagen kreeg in de gevangenis van de Gestapo. Als door een wonder kon zij ontsnappen aan deze hel en keerde ze terug in het getto. Sutzkever was toen al uit het getto ontsnapt. Toen hij later weer terugkeerde in het getto lag zijn vrouw in het provisorische ziekenhuis waar ze een kind had gebaard. Zelfs nog toen ze in weeën lag heeft ze deze gedichten in haar handen stevig vastgehouden. (16 mei 1942, aldus opgeschreven door Sutzkever)

Hoe donker deze situatie was voor de gevangen Joden, hoe weinig uitzicht op een verlossing uit hun lijden, een einde aan de vervolging en moordpartijen, laat het 5e gedicht zien uit deze serie:

5

Bald wird es geschehen!

Die schwarzen Ringe

ziehn sich eng und enger um den Hals!

Unpersönlich, wie ein Stein im Pflaster,

werd ich liegenbleiben unter Hufen,

aus der Welt erlöst.

Doch in mir tief

werden wandern, ruhelos, drie Ameisen:

eine, 

unterm Lorbeer meiner Kindheit,

heimkehren wird sie zum Zauberwald.

Eine zweite,

unterm Panzer meines Traumes,

heimkehren wird sie zum Traumland.

Und die dritte,

die mein Wort trägt,

wird einen Weg nicht haben,

denn verpestet

ist das Land von blindgläubigen Wörtern.

Wachen wird im Tal der Schatten

sie, allein und einsam,

über mein Gebein.

Abraham Sutzkever

Wilna 

25-06 bis 5-07-1942

Deze gedichten uit de hel – die op wonderbaarlijke wijze  zijn behouden – gered uit een alles en iedereen vernietigende oorlog, zijn niet alleen getuigenissen uit een gruwelijk tijdperk. Ze vormen ook (in mijn ogen) draden van ‘genade’ die de schrijver én de lezer houvast geven. Een koord omhoog uit de dreigende diepte, weg van het oplaaiende vuur van de brandstapels waarop de dode lijken werden gegooid en verbrand. Deze gedichten zijn een uitgestrekt hand, zoals Sutzker zelf schrijft: “Unter deinen weissen Sternen reich mir deine weisse Hand. Meine Wörter sind wie Tränen, wollen ruhn in deiner Hand.” (Wilnaer Ghetto 1943). 

Woorden als tranen, tranen die rusten willen in jouw hand. Opgevangen door jou, bewaard, gekoesterd. Verdriet dat niet verloren loopt. Sutzkever heeft een soort van dagboek bijgehouden in het getto (1941-1944). Het is een beschrijving van wat daar gebeurde: het gruwelijke en het heldhaftige, het onmenselijke en het menselijke. Een serie gedichten die in deze periode ontstonden heten” “Gesänge vom Meer des Todes”. Misschien heeft zijn dichterschap hem wel het leven gered. Niet door strijd alleen, niet door de dagelijkse gevechten om te overleven, maar ook en vooral door de woorden die hij hieraan kon wijden. Dat is genade. 

René Char, de Franse dichter, heeft ook in de oorlog zijn dichterschap nooit opgegeven. Naast zijn strijd als verzetsman bleef hij dichter. Als Sutzkever in 1944 weet te ontsnappen als de laatste Joden worden weggevoerd om te worden vermoord, dicht hij:

Sing kein Trauerlied

Sing kein Trauerlied,

entehre die Trauer nicht.

Worte verraten.

Namen wandeln sich

ins Gegenteil.


Blick auf den Schnee,

beleuchte mit seiner Ruh

dein Erinnern.

Licht is die Sprache deinens Herzens.

Und du

bist neugeboren.


Streck deine Finger zum Schnee,

zu den kalten

Geweben.

Wecke in ihnen

das verborgene 

Leben.

Abraham Sutzkever

Narotscher Wälder, 5 februar 1944

In de sneeuw is het nieuwe leven verborgen en het licht van de sneeuw helpt je te herinneren dat je hart woont en leeft in het licht opdat je net als in het paasverhaal nieuw geboren kunt worden. Niet in de woorden wordt je geboren, maar van onder de sneeuw. De woorden veranderen. Voortdurend zijn ze anders en kleden ze zich in nieuwe gedaantes. René Char waarschuwt de lezer met deze woorden: “In de loop van zijn activiteiten rond de kavels van het universele Woord, zal de integere, begerige, ontvankelijke en onversaagde dichter zich ervoor hoeden in zee te gaan met ondernemingen die het wonder van de vrijheid in de poëzie verkwanselen, dat wil zeggen de intelligentie in het leven.” (o.c. p. 133) In tijden van gevaar is het vrije woord het eerste dat getroffen wordt en misbruikt om een werkelijkheid te schetsen die de machthebber, die degene die aan de touwtjes trekt, het beste uitkomt. Politiek gewin, opportunisme, populisme, als je maar medestanders aan je zijde krijgt waardoor je macht kan groeien. Gevaarlijke tijden worden als kansen benut om macht te vergaren. Maar degenen waarover macht wordt verkregen worden er niet beter van. René Char en Abraham Sutzkever weten beter als geen ander hoe in oorlogstijd taal wordt ingezet. Hoe woorden slachtoffers maken ook al is er nog geen echt gevaar te bekennen. Taal als wapen, niet taal als vorm van genade. “Een wezen waar men niets van weet, is een oneindig wezen, in staat om, door interventie, onze angst en onze last te veranderen in een arteriële dageraad. 

Tussen onschuld en kennis, liefde en niets, spant de dichter iedere dag zijn gezondheid” schrijft Char. (o.c. p. 133). En als vervolg hierop: “Wanneer de dichter dat wat hem voor ogen staat vertaalt in een geïnspireerde daad en een cyclus van vermoeidheid verandert im een lading herrijzenis, introduceert hij een oase van koelte door alle poriën in het vensterglas van de moedeloosheid en schept hij, Hydra van inspanning, het prisma van het wonder, van strengheid en zondvloed, met jouw lippen als wijsheid en mijn bloed als altaarstuk.” (o.c. p. 133)

De dichter heeft dus een belangrijke taak, ook in tijden van gevaar. Omdat hij de sleutels in handen heeft om hoop te verspreiden. Om een nieuwe dageraad, al is het slechts in woorden, aan te kondigen. Maar in de aankondiging voltrekt zich reeds het wonder en gaan wij zien zoals de dichter ziet. Ware dit niet zo, alle religieuze boeken, alle profetische teksten, zouden zo in het vuur geworpen kunnen worden want dan dienden ze nog ergens toe. 

René Char verkent met zijn gedichten de taal en de werkelijkheid, hij schept een nieuwe weg, zoekt een spoor in de woestijnen van de werkelijkheid. “Onverslaanbaar onder zijn tent van cipres, moet de dichter, om zichzelf te overtuigen en te gidsen, niet band zijn zich van alle sleutels te bedienen die hem in handen zijn gevallen. Hij moet zich er echter voor hoeden bedrijvigheid aan de grens te verwarren met een revolutionaire horizon.” (o.c. p. 139)

Maar ach, hoe sterk is het gelijk van de dichter, hoeveel waarheid wordt hem toevertrouwd in een wereld waarin andere waardes gelden dan de macht van het woord en de kracht van het gedicht? “De dichter adviseert” “Buig je, buig je dieper.” Niet altijd verlaat hij zijn pagina ongeschonden, maar net als de arme weet hij te profiteren van de eeuwigheid van een olijf.” En “Steeds als de bewijzen het begeven antwoordt de dichter met een salvo toekomst.” (o.c. p. 141). Zo ziet Char zijn rol en die speelt hij met volle overtuiging. In deze angstvirustijd, deze coronacrisistijd zijn dichters gevraagd, meer dan ooit. Opdat de toekomst open blijft en vrijheid ons kan dragen. De genade kan werken, hoe donker de wereld soms ook is.

John Hacking

20 maart 2020

bronnen:

  • Sutzkever, Abraham, Gesänge vom Meer des Todes, Zürich 2009, (Ammann Verlag)
  • Sutzkever, Abraham, Geh über Wörter wie über ein Mienenfeld. Lyrik und Prosa, Frankfurt/New York 2009 (Campus Verlag)
  • Sutzkever, Abraham, Wilner Getto 1941-1944, Zürich 2009, (Ammann Verlag)
  • Char, René, Woede en mysterie. Fureur et mystère. Gedichten. Tweetalige uitgave. Vertaald uit het Frans en van een inleiding, toelichting en noten voorzien door Anno Lampe, Utrecht 2017, (Uitgeverij IJzer)

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.