Studententenkerk overweging zondag 6 maart 2022 – 1e vasten

Moge het licht van de Barmhartige onze harten verlichten en onze geesten sterken.

Beste mensen, welkom in deze viering, de 1e zondag van de vasten. Sinds een week leven we in oorlog.  Al lijkt die ver weg, hij komt elke dag onze huiskamer binnen, 24 uur lang. Dat roept machteloosheid op, woede, ongeloof, angst, verdriet. Een miljoen vluchtelingen is onderweg en dat worden er nog meer. Wij zijn betrokken, of we willen of niet. We worden bedreigd met een aanval met kernwapens. De cyberoorlog is al langer geleden losgebarsten. De handlangers van de vijand die vrijheid en democratie met voeten treedt wonen ook onder ons, vermomd als diplomaat, attaché, advocaat, politicus. Wat we nooit hadden verwacht, een oorlog in Europa, is toch gebeurd. 

Sinds de oorlog brandt hier deze kaars voor Oekraïne: voor de mensen daar en op de vlucht. Ons gebed is gevraagd, onze daadkrachtige inzet om te helpen. Velen verzamelen goederen in, brengen medicijnen en ander zaken naar de gebieden waar het meeste nodig is. Zo kun je in ieder geval iets doen. Anderen stellen ruimte ter beschikking waar vluchtelingen kunnen wonen. In dit uur hebben we enkel woorden, enkel rituelen, enkel een lied. Maar ook het woord is krachtig, het gebed vol overgave, de wil intens. We lezen twee teksten: uit Deuteronomium 5,1-21 en uit Lucas 4,1-13. De tien geboden worden ons vandaag voorgehouden als een weg ten leven. En Jezus weerstaat de satan in de woestijn die hem op zijn zwakst wil treffen. Maar laten we eerst stil worden, ons hart openen, onze geest wakker houden. Denkend aan hen die nu moeten lijden onder de vreselijke druk van de oorlog.

Overweging

God in de leegte, God in het ‘niets’; is de leegte ook een plaats om God te vinden? Dat is het thema waarmee ik mij de afgelopen drie maanden heb beziggehouden.  Lezen en schrijven, uitgedaagd door de woorden van Nietzsche die God ‘dood’   verklaarde. Velen, filosofen en theologen, hebben daarna een poging ondernomen om de confrontatie aan te gaan met deze werkelijkheid van de ‘dood van God’. Een aantal van hen passeren de revue in het essay dat ik heb geschreven. Ook stemmen vanuit het Boeddhisme en het Zenboeddhisme worden meegenomen omdat zij een bijzondere relatie hebben met de leegte en met het niets.

Jezus wordt vandaag door de Heilige Geest in de woestijn geleid.  Bij Marcus staatzelfs dat hij door de Heilige Geest de woestijn in werd gedreven. Er was dus niet zoveel vrije keuze bij, vermoed ik. Het verhaal heeft in mijn ogen een zekere virtualiteit. Zeker het vervolg als de satan, de tegenstrever, de dwarsligger, de grote verleider aan het werk gaat. De woestijn is een plaats die leeg is. Daar kom je vooral jezelf tegen. Maar vind je daar ook God? De Israëlieten hadden onder leiding van Mozes 40 jaar nodig om uiteindelijk aan te komen bij het beloofde land. 40 jaar beproeving en je zou kunnen zeggen verdieping, nieuwe ervaringen. In die 40 jaar waren alle weerspannige volksgenoten die geen vertrouwen hadden gestorven. Pas een nieuwe generatie zou de vervulling van de belofte meemaken. Jezus doet er wat korter over; 40 dagen zonder voedsel. Kan dat wel? Ben je dan niet vel over been en heb je dan niet allang het loodje gelegd? Jezus doet het woestijn verhaal van de Israëlieten nog een keer dunnetjes over. Op het meest zwakke moment – zo op het einde – hongerig en misschien niet meer zo helder van geest – zal de satan hebben gedacht – wordt hij aangepakt. De satan zet alles in wat hij in huis heeft. Zelfs enkele schriftcitaten. En Jezus antwoordt als een Schriftgeleerde: 

Niet van brood alleen leeft de mens: een citaat uit Deuteronomium 8,3: Hij liet u honger lijden in de woestijn, Hij gaf manna te eten, en zo maakte Hij duidelijk dat de mens niet van brood alleen leeft, maar van alles wat de mond van JHWH voorbrengt. 

Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem: een verwijzing naar de eerste lezing, het tweede gebod. Het is de keuze tussen God of de mammon, God of het gouden kalf, de keuze tussen menselijkheid tegenover onderdrukking, tussen oog voor je naaste tegenover macht, roem en status ten koste van anderen.

Stel de Heer, uw God, niet op de proef: Deuteronomium 6,16 – God niet op de proef  stellen zoals het volk bij Massa deed (Exodus 17,1-17) door te betwijfelen of God wel  in hun midden was toen ze hevige dorst kregen en later toen ze tegen Amalek moesten vechten die hen wilde vernietigen. Hiermee is het pleit beslecht – Jezus gaat niet overstag en de satan druipt af.

Afgelopen donderdag werd ik geïnterviewd door een studente die sociologie studeert over God, geloven en de hedendaagse studenten voor een artikel in hun blad.  Daarbij kwam het thema vertrouwen ter sprake. Geloven als vertrouwen. Persoonlijk ben ik van mening dat geloven vooral om vertrouwen gaat. Niet om zeker weten, ook niet om het letterlijk nemen van de bijbel. Wel zo letterlijk mogelijk lezen, zo gedetailleerd mogelijk, maar niet letterlijk interpreteren want wie ben jij om het geheel te kunnen overzien. Welk perspectief heb jij op de tekst – en dat is altijd een persoonlijk perspectief – door jouw ervaring, jouw context en jouw verstandelijk kennen gekleurd. Je kunt nooit voor anderen spreken. Ook niet over God. 

Geloven als vertrouwen, wil voor mij ten diepste zeggen: erop vertrouwen dat je rust in Gods hand – dat het uiteindelijk goed komt. Maar je hebt geen garanties. En ook het lijden en het verdriet word je niet bespaard. Het is op weg gaan met niets in handen, behalve het woord uit de mond van God. Met dat woord moet je het doen. Meer houvast is er niet. Als het woord een levend woord is, dat wil zeggen, als het in jou gaat werken, doe je de dingen die van je gevraagd worden en die nodig zijn voor het heil van je  medemens. Dan is geen opoffering te groot. Dat is liefde puur. Daarom pleit ik voor een houding ten aanzien van de bijbelse verhalen die uitgaat van het hier en nu: die woorden worden heden tot mij, tot ons gesproken. Het is niet iets uit een ver verleden. Vanuit de verhalen leren leven. Vanuit deze teksten je leven gestalte geven en er naar handelen. Dan heb je meteen een instrument in handen om de goede keuzes te maken.

De dictator en zijn handlangers, zijn hielenlikkers en zijn vazallen weten niks van vertrouwen – hun wereld is gebouwd op wantrouwen – op angst – met heel lange tafels waar geen echt contact meer mogelijk is. Angst die ze bezweren door alle tegenstanders monddood te maken. Ze zijn bang voor de macht van het woord. Dichters worden verbannen, protesterende burgers in kampen opgesloten, ongeacht de leeftijd. Ze herhalen voortdurend hun leugens, in de hoop dat ze zo blijven hangen. Ze doen zich voor als redder, als ‘messias’, als belofte, maar uiteindelijk groeit hun bankrekening tot krankzinnige hoogtes. Het is de mammon die ze aanbidden, het gouden kalf. En om die hebzucht te maskeren zetten ze alles op macht en onderdrukking. Want ze weten dat ze dieven zijn, ze weten dat ze massamoordenaars zijn. Ze verkondigen vijandige boodschappen tegenover vreemdelingen, tegenover iedereen die het niet met hun eens is, of die in hun ogen afwijkt. Ze zijn de handlangers van de satan, de echte satansknechten.

Is er een remedie tegenover dit adderengebroed om met de woorden van Johannes de doper te spreken? Ik vermoed dat een van de antwoorden ligt in het verkondigen van het levende Woord. Zo vaak en zo veel mogelijk het levende Woord van God laten horen en er naar handelen. Ongeacht hoe groot de gevaren ook zijn. Dit woord is machtig, het keert niet vruchteloos terug naar God. Dat is mijn hoop en dat is de basis onder mijn vertrouwen. Ik wens ons alle kracht en alle moed toe om te blijven vertrouwen op het goede. En alle kracht om elkaar te blijven ondersteunen, hoe donker het ook soms wordt. 

Voorbede

Laten we stil worden en bidden met de levende en hoopvolle woorden van psalm 23 voor alle slachtoffers van de oorlog die nu woedt in Oekraïne en op al die andere plekken op onze wereld:

De Ene is mijn herder, 

mij zal niets ontbreken;

in weiden vol groen vlijt hij mij neer,

hij voert mij mee naar wateren van rust;

mijn ziel keert door hem in mij terug, 

hij leidt mij in sporen van gerechtigheid

omwille van zijn naam!

Ook als ik moet gaan

   door een dal vol schaduw van dood,-

kwaad zal ik niet vrezen,

want gij zijt bij mij;

uw staf en uw stok,

die zullen mij vertroosten.

Gij bereidt voor mijn aanschijn een tafel

tegenover mijn benauwers; 

gij zult mijn hoofd betten met olie,

mijn beker is overvol!

Mij achtervolgen

   slechts goedheid en vriendschap,

   al de dagen van mijn leven; 

terugkeren mag ik in het huis van de Ene

tot in lengte van dagen!

John Hacking