Studentenkerk overweging 13 mrt 2022

Welkom

Vrede en barmhartigheid moge onder ons wonen, alle dagen. Beste mensen welkom op deze 2e zondag van de vastentijd. De tweede week van de oorlog is ingegaan en er is nog niks veranderd. Behalve dan het aantal doden en de toegenomen verwoeste steden. Er wordt dreigende taal geuit, de leugens van de agressor bereiken een hoogtepunt. Dat noemen we propaganda, ideologische oorlogsvoering. Het is een vorm van intimidatie. Het is een poging om de anderen ervan te weerhouden om het slachtoffer bij te staan.

De vluchtelingenstroom zwelt nog steeds aan. Ook nu in Nederland steeds meer. De oorlog en deze crisis treft ook onze beurzen. Velen die toch al op het bestaansminimum leven treft het extra hard. Er wordt naar de overheid gekeken. Zij moeten het maar oplossen. Maar de overheid gaat dit niet oplossen. Het is een crisis die over veel schijven loopt en de overheid is er maar een van. Het heeft alles met verdeling van rijkdom, van bezit te maken. En daar zit het scheef, ook in ons land. Niet alleen in het land van de agressor. Daar zit het helemaal scheef. De oligarchen zijn de opvolgers van de adel onder de tijd van de tsaar.  Er is nog niet zoveel veranderd. In een land met ruim 140 miljoen inwoners, een economie ter grootte van de Benelux en vol met rijkdommen, olie, gas, metalen, landbouwgrond – worden de opbrengsten in eigen zak gestoken door de ‘elite’ van oligarchen, een club van o.a. voormalige wantrouwige spionnen die zichzelf aan de macht heeft geholpen. Op dat woordje elite kom ik straks in mijn overweging nog terug.

Mensen met rechtvaardige handen – Mensen met harten onverdeeld – afgekeerden van schijn en leugen – mensen onkreukbaar met licht geladen…

Dat zongen wij zonet. Moge wij tot deze mensen horen en niet tot hen met de graaivingers, de hebzuchtige types, de ikke eerst roepers en doeners. We lezen uit Exodus 34,27-35 over Mozes die 40 dagen bij God verblijft op de Sinaï en daar de tien geboden opschrijft – hij keert terug met een glanzend gelaat. En wij lezen uit Lucas, 9, 28-26 over Jezus op de berg in gesprek met Mozes en Elia. Laten we stil worden, ons hart openen, onze geest toekeren naar hen die nu lijden onder de oorlog, laten we bidden…

Overweging

Vorige week hield ik een pleidooi om de teksten uit de Schrift niet te beschouwen als iets uit een ver verleden. Ze leggen getuigenis af van het levende woord, het Woord van God – dat ook heden, hier en nu, tot ons gesproken wordt. Alsof we erbij staan en horen hoe Mozes tot ons spreekt, of hoe Jezus straalt. Dat betekent dat wij deze woorden hier in ons leven, in onze context moeten laten spreken – ons laten raken erdoor, en er naar proberen te handelen.

Mozes is uitverkozen om zijn volk voor te gaan in de bevrijding. Uittocht uit het slavenland, op weg naar de vrijheid van een vrij mens. Een lange en moeizame weg door de woestijn. Maar ze krijgen ondersteuning. Uit de hemel zelfs. God sluit een verbond met Mozes en de Israëlieten. Niet zomaar een verdrag – als bijvoorbeeld het niet-aanvalsverdrag dat de Russen afsloten met Oekraïne toen die in 1994 hun 5000 kernwapens afstootten. Dit verdrag gaat niet over dood en verderf, maar over een weg ten leven: Op grond van de 10 geboden sluit God een verbond. Nergens anders op. Deze handleiding tot leven, voor de omgang met elkaar en met God wordt in stenen platen gegrift – zo krijgen de woorden bestand. En Mozes straalt, hij heeft het zelf nog niet eens in de gaten. Effect van de ontmoeting, het gesprek met God.

Ik heb het persoonlijk altijd heel wonderbaarlijk gevonden dat Mozes wel en Jezus als Gods zoon nooit zo met God heeft gesproken. In beide verhalen zit een virtueel element: praten met God / stralend worden – letterlijk kun je dat niet echt nemen – het is een verwijzing naar Gods licht. Ook Jezus deelt in die glorie, en een stem uit de hemel geeft de bevestiging. In feite doet Jezus nog eens dunnetjes over wat Mozes voordeed.  De twee mannen op de berg zijn Mozes en Elia, de wet en de profeten in de traditie – Jezus verbonden met hen op weg naar zijn Einde. Einde met een hoofdletter – want dat is nu het nieuwe begin van bevrijding. Deze keer niet een heel volk, maar een eenling, een enkele mens – waar de dood uiteindelijk geen vat op zal hebben. Maar nu loop ik al heel ver vooruit. Het is nog geen Pasen.

De leerlingen bij Jezus slapen. Ze zijn niet bij de les, net zoals in de paasnacht. Ze krijgen niks mee en als ze wakker worden snappen ze er niks van en daarna zwijgen ze erover als het graf. Je zou anders verwachten. Zeker in onze tijd waarin elk miniem feitje soms tot halleluja proporties wordt opgeblazen – zoals de avond talkshows soms laten zien. Of de politici die hoog van de toren blazen en die nu zelfs tot de orde moeten worden geroepen door nieuwe afspraken en een reglement in ons parlement. Politici die zich onttrekken aan het debat over gedragsregels terwijl het hen betreft. Politici die verwijzen naar een ‘zogenaamde elite’ in Nederland die alles zou bekokstoven – waar zij dan weer slachtoffer van zijn – maar die het niet uit hun mond krijgen om de agressor te veroordelen, en het oorlogsgeweld te verafschuwen. Zij voelen net bewondering voor deze ‘elite’ en hun leider die daar de dienst uitmaakt en die elke tegenstand met geweld de mond snoert en in kampen opsluit.

Elite, ik zou erop terugkomen, is afgeleid van het Latijnse eligere, eligo, dat uitkiezen, zorgvuldig uitzoeken betekent. God zoekt de leider van de Israëlieten zorgvuldig uit. Mozes was 80 toen hij werd uitgekozen: 40 jaar aan het hof van de Farao, 40 jaar als herder in de woestijn, toen de brandende braamstruik, met de opdracht het volk voor te gaan op weg naar vrijheid, en daarna nog 40 jaar met het volk als leidsman in de woestijn. 120 jaar bij elkaar. U snapt hem al: 40 is een bijzonder getal. Ook Jezus deelt in deze uitverkiezing door God. Bij de doop en nu weer bevestigt een stem uit de hemel zijn uitverkiezing.Ook wij zijn uitverkoren: uitverkoren om Gods woord te volbrengen. Met vallen en opstaan, met mislukkingen en al.

In tegenstelling tot de ‘elite’ die zichzelf heeft uitverkozen. Zij die menen recht te hebben op hun status, privileges en vooral op hun bezit. Meritocraten: overtuigd ervan dat ze het hebben verdiend. Voor het gemak vergetend dat het niet hun persoonlijke prestatie is. Ze hebben geluk gehad, in de goede wieg geboren of machtige vriendjes. Zoals de voormalige spion die zichzelf nu beschouwt als een soort tsaar, die voor zichzelf een reusachtig paleis heeft laten bouwen, die alle winsten afroomt en zo tot een geschat vermogen van 200 miljard dollar komt. (P.s. in het spel Stratego is de spion de meest verachtelijke speler). Deze nieuwe zelfbenoemde tsaar droomt zogenaamd van een groot rijk. In analyses en lezingen wordt dit streven soms begrepen en dus goedgepraat. Een droom van een nieuw wereldrijk. Maar als die droom slechts een mensenleven kost, is het in mijn ogen een waardeloze droom. En er zijn al heel veel doden gevallen. Veel teveel voor een droom. In mijn ogen is dit allemaal lariekoek; in mijn ogen is hij gewoon een ordinaire dief. Een dievenbende aan de macht – met een serie lakeien en politieagenten. Alle geklets over democratie, in de Doema, is een gotspe – als unaniem een  wet wordt aangenomen waarin elke vermelding van de oorlog 15 jaar cel kost.

Op 15 mei wordt pater Titus Brandsma in Rome ‘heilig’ verklaard. Wat je daar ook over mag denken, ook over de status van heiligheid, vast staat dat hij in zijn zwakte nooit bang was om op te komen voor het Woord van God, nooit bang was om de onderdrukker aan te klagen. Hij heeft hiervoor de hoogste prijs betaald met zovelen naast hem. Gods glorie straalt op hem – en zijn moedige medegevangenen. Hij is het ware voorbeeld om na te volgen. Niet het schijnsel van de gouden koepels van de kerken verkondigen Gods glorie. Niet de macht van de patriarch die bang is voor homo’s en het verlies van bezit en daarom de oorlog tegen Oekraïne goedpraat. Niet de glans en de schijn van de schijnwerpers in ons leven is bepalend. Maar de daden die wij ten uitvoer brengen, de hulp aan hen die slachtoffer zijn van het geweld en de oorlog, het ondersteunen van elkaar om niet  de moed te verliezen, daar draait het om. Laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet.  Moge daarom zegen en glorie rusten op al ons handelen als wij ons inzetten voor elkaar.

John Hacking