De ziel opnieuw

AfbeeldingLuik

De ziel opnieuw

Vroeg in de ochtend als de stad langzaam ontwaakt, de winkels nog dicht zijn, sommigen hier en daar worden schoongemaakt en ingericht voor de komende uren met winkelend publiek, een bevoorradingswagen midden op de verkeersvrije zone staat, de gemeentereinigingsdienst het afval ophaalt en de straat schoonspuit, dan voel je steeds weer die bijzondere sfeer die er dan hangt. Er zijn maar weinig mensen op straat in vergelijking met de tijd dat de winkels geopend zijn. De gemeentewerkers in hun gekleurde pakken, een vroege postbode, mensen die zich haastig naar hun werkplek spoeden, winkelpersoneel dat buiten wacht totdat de manager de deur opent. En hier en daar een zwerver of junk al dan niet alleen, al debaterend met zijn partner, bijkomend van de nacht, het slapen in een portiek of hok, of al de straat op na een verblijf in een opvanghuis. De ochtend is aangebroken, de nacht voorbij, het donker heeft zich definitief teruggetrokken, een dag van actie is aangebroken. Maar de actie laat nog even op zich wachten, het is nu eerder voorbereiding op de actie die moet gaan volgen. Deze sfeer, deze situatie en de gevoelens die daarbij horen laten mij denken aan de ziel. Ik associeer deze toestand van de stad met de ziel: een stad die wakker wordt, een stad die nog in beweging moet komen en die nu voorbereidingen treft. Waarom de ziel? Omdat je in het zachte rommelen van de stad al vermoedt dat er iets staat te gebeuren, je weet, je kent het uit vorige dagen, dat straks alles anders zal zijn. Toch is het dezelfde stad, zijn het dezelfde straten en ervaar je dat de tijd voor het opengaan van de winkels anders is dan de tijd daarna. Er zit iets onbestemds in de lucht, je voelt het en je kunt het niet echt aanwijzen of echt duiden. De betekenis zit meer in het gevoel dat wordt opgeroepen dan in de concrete werkelijkheid die rationeel verklaard kan worden. Daarom doet mij deze wakker wordende stad aan de ziel denken omdat de ziel ook niet echt vastgepakt, vastgepind, vastgezet in materie of bewijs kan worden. Ze is er wel, maar ze sluimert, ze is er op de achtergrond, vaag, als een gevoel, een intuïtie, een vermoeden.

Afbeelding

Jaren geleden gingen wij ‘s morgens vroeg op de fiets door Amsterdam de nieuwe dag tegemoet. We waren om half vijf in de ochtend opgestaan (of misschien was het wel vier uur) om de stad mee te maken bij de dageraad. Nou is Amsterdam niet echt een kleine stad en is het openbaar vervoer dag en nacht in de weer om de mensen te vervoeren. Het geluid van bussen en trams houdt bijna nooit echt op. Net zoals in Luik waar we niet zo lang midden in het centrum logeerden. Voortdurend zijn er mensen onderweg en is er geluid. In Amsterdam lagen de zwervers bepakt en bezakt met dito karretjes of winkelwagentjes onder de bomen in het Vondelpark of hier en daar in een portiek. Een zwerver lag in zijn hemd en broek onder een boom, geen slaapzak, geen jas, geen schoenen. Misschien te veel alcohol en/of drugs gehad? Het beeld vergeet je niet meer. In het water van het meertje in het park grote hoofden, beelden van een kunstwerk beschenen door de opkomende zon. Een foto van een kerkklok: half zes. Als bewijs. En je merkt hoe snel het drukker wordt om je heen. Hoe het verkeer definitief de stad in bezit neemt. In het winkelcentrum echter gaat het veel langzamer. Daar mogen alleen de auto’s komen die de spullen voor de winkels afleveren en de schoonmaakdienst. Vorige week liep ik nog door Nijmegen rond half negen. Dat riep bij mij dat gevoel op van een vermoeden van de ziel, en dat bracht mij meteen weer bij al die andere stadservaringen vroeg in de ochtend. Opeens wist ik het, de ziel is als een ontwakende stad. Dat is natuurlijk een metafoor maar het is wel een metafoor die niet zonder betekenis is. Hij wil vooral zeggen dat jij deel bent van een groter geheel, onderdeel van een gebeuren dat jou overstijgt. Je bent deel van de stad, de stad omgeeft jou, de stad geeft jou en de stad vormt jou. Hetzelfde kun je over het platteland zeggen en over de natuur maar in de stad viel mij dit deze keer bijzonder op. Geoffrey West, een wiskundige, die het leven van de stad wiskundig heeft onderzocht, en die dat in prachtige tabellen heeft weergegeven, de stad vergeleken met een levend organisme, noemt deze stad de manifestatie van onze interacties als mens. Wij zijn de stad. Onze interacties maken de stad en ons als bewoners van die stad. In de stad komen “the good, the bad and the ugly” wonderlijk bij elkaar. De stad trekt talentvolle mensen, creatieve geesten, maar ook criminelen en geboefte. De stad rationaliseert energievoorziening en kanaliseert het verkeer maar bevordert ook de verspilling en de toename van afval. Dat alles wiskundig onderzocht met een toename van gemiddeld 15 % bij de uitdijende groei van een stad. Daarvoor zijn onmetelijke hoeveelheden gegevens bij elkaar gebracht en in wiskundige modellen verwerkt. De conclusie luidt dat in dit model levende organismen op een bepaald moment dood gaan, maar dat steden tot nu toe blijven groeien. Ook organisaties gaan op een gegeven moment dood. Zij schijnen het zelfde patroon te vertonen als levende organismen. Maar als er een ineenstorting dreigt kunnen ze door innovatie toch als het ware zichzelf opnieuw uitvinden en herrijzen uit de dreigende ondergang. Maar dat moet steeds sneller en steeds meer omdat de snelheid toeneemt waarmee moderne ontwikkelingen plaatsvinden. De groei is anders niet meer bij te houden als iedere keer er 15 % boven op komt. Hoe dit ook zij en of deze wiskundige theorie ook klopt is nu niet mijn thema. Maar het idee dat de stad de manifestatie van onze interacties is en dat wij de stad zowel vormgeven als erdoor vorm worden gegeven spreekt mij aan omdat zo volgens mij ook de ziel zou kunnen werken. De ziel geeft ons vorm, zij woont tijdelijk in ons lichaam en wij hebben door onze acties weer invloed op onze ziel en onze zielentoestand.

Afbeelding

Dat is nog een argument om de metafoor van de stad toe te passen op de ziel. Misschien is de ziel zelf wel de metafoor waarmee wij dit leven al dan niet bezield aangaan. Al die begrippen als inspiratie, gedrevenheid, passie, gepassioneerdheid, zin ervaren en zin voelen, zinvolheid, geestkracht, dynamiek, actie, betrokkenheid, gedrevenheid, zij wijzen allemaal in de richting van bezieling, van wezens die denken dat ze redelijk autonoom handelen en voelen, maar die in feite gedragen worden door wat in hun binnenste zich afspeelt. En dat binnenste is dan hun gemoed, hun zich bevinden in, qua gemoedsrust, qua stemming, qua gevoel. Dat soort van amalgaam dat wij dan het samenspel van karakter, toestand, omgeving, erfenis, en initiatief noemen, het potentieel aan mogelijkheden en onmogelijkheden, de wil en de ambitie, de bronnen waaruit we putten en de overtuigingen en ervaringen die ons dragen en die het “frame-work” vormen van ons dagelijks (wel)bevinden. Is dat nou genoeg om de ziel te beschrijven, haar te duiden? Ik vermoed van wel, want waarom zou je haar willen vastpakken, grijpen? Dan alleen toch maar om haar te beheersen, sturen, manipuleren? Dat is een valse vorm van autonomie die miskent dat wij niet de baas zijn op eigen schip. Het schip draagt ons over de golven en niet de kapitein is het belangrijkste maar het schip zelf. Het schip is het lichaam en het verstand de vermeende kapitein, maar zonder al die andere krachten aan dek en onder dek zal het schip geen mijl varen en is het speelbal van de wind en de golven. Maar zonder de golven is al helemaal niets mogelijk. De ziel dat zijn de golven, de ziel dat is de stad, de ziel dat is het bezielde lichaam dat ons gemoed draagt en tot vervulling kan laten komen. Zo dat we kunnen zeggen “ik voel me goed”of “ik voel me zielsgelukkig.”Mooi toch.

John Hacking 12 april 2012

Afbeelding