Heteronodus

De mens is meer en meer een knooppunt in netwerken. Dat zijn virtuele netwerken en concrete relaties die mensen met elkaar onderhouden. Je telefoonnummer staat in een boekje, in een contactpersonen-groep, in een smartphone. Je kunt worden gebeld, je kunt afspreken en elkaar in levende lijve ontmoeten. Maar ook via je technische hulpmiddelen kun elkaar dichtbij komen. Beeld en geluid scheppen samen het contact via skype en andere mogelijkheden. Dat is al weer wat meer dan met elkaar communiceren via mail of een berichtenservice. Vroeger schreef je ook brieven om elkaar op de hoogte te houden en om informatie uit te wisselen. Papier wordt meer en meer vervangen door digitale opslagmiddelen. Ging je vroeger naar de bibliotheek om langs de boeken te snuffelen en ontdekte je zo interessante werken, nu zoek je op internet en een ongekende zee van mogelijkheden komt voorbij. Langer dan 30 seconden de aandacht bij een aangeboden onderwerp houden blijkt al moeilijk te zijn. Plaatjes trekken eerder de aandacht maar daar heb je niet zoveel aan als je op zoek bent naar degelijke beschrijvingen van een onderwerp of thema. Dan zul je moeten gaan lezen.
Kortom we leven in een nieuwe tijd die onze voorouders zich niet hebben kunnen voorstellen. Nieuw zijn niet alleen de technische mogelijkheden maar vooral ook de samenleving die daardoor verandert en het beeld dat mensen van zichzelf hebben.
In de laatste cursusavond met de titel „In Balans, je grenzen leren bewaken” keken we met studenten van de Radboud Universiteit Nijmegen terug op de cursus en de opdracht was om een verhaal te schrijven over jezelf en wat je had geleerd. Ook hoe je nu tegen de toekomst aankeek. Daarbij kwamen uit de voorgelezen verhalen twee opmerkelijke metaforen naar voren die samen een goed beeld geven van de huidige generatie van studenten: met name hoe zij hun leven en zichzelf ervaren.
Een student sprak over een snelkookpanmens: hij had het gevoel dat hij de laatste jaren zoveel had gedaan en ondernomen dat het wel leek alsof hij in een reuze vaart en met veel energie alles wilde doen wat zich voor hem als interessant aanbood. Nu na drie jaar was hij moe, moe geworden van al die actie en inzet. De terugkeer naar het studentenbestaan van alledag zonder al die prikkels bracht bij hem de vraag boven waarvoor het allemaal goed was. En meer op de toekomst gericht: wat wil ik eigenlijk met mijn leven, ik heb al zoveel gezien, beleefd en ervaren, wat zit er nog in?
Een andere student sprak over een soort van net, een netwerk waarin zij zich manifesteerde. Op verschillende plaatsen onderhield zij contacten met vrienden maar die netwerken lagen nogal ver uiteen en zij had het gevoel alsof er over een pot of vaas een soort van net gespannen was. Zij was voortdurend actief op de knooppunten van het netwerk om te zorgen voor goede relaties met de vrienden maar had zelf het gevoel dat de pot eronder, of de vaas, leeg was. Geen passie, geen inhoud, geen weten waar het allemaal goed voor is. Zij voelde zich als het ware uitgesmeerd over deze netwerken maar vond niet meer de kern terug die alles bij elkaar hield. Dat laatste beeld is een uitstekende beschrijving voor het hedendaags gevoel van veel jongeren. Zij zijn in veel (virtuele) netwerken actief maar waar blijven ze zelf? Wie zijn ze werkelijk, wie is de echte persoon die dit alles allemaal aangaat?
Als het lichaam een soort van rustpunt is, een ankerpunt in de beleving van het zelf wordt dat ook zichtbaar als je met je lichaam iets onderneemt. Studenten geven dat aan, sporten brengt hun even bij zichzelf, ze maken zichzelf dan heel concreet mee. Achter de computer vinden hele andere ervaringen plaats die veel minder hun directe neerslag hebben op de beleving van het zelf in het lichaam en het zelf als zodanig. Nu is het concept zelf een aanname, maar wel eentje waar je pragmatisch mee om kunt gaan en en waarmee je je zelfgevoel, je reflecteren over jezelf en je identiteit mee kunt uitdrukken. Momenteel hebben we geen beter begrip dus daar doen we het dan maar mee. Het zelf kun je een auto-nodus noemen als je denkt aan netwerken. Je bent een soort van middelpunt, autonoom, dat relaties aan gaat met andere knooppunten (subjecten). Anderen zijn voor jou hetero-nodus, ander-knooppunt. Maar de moderne ontwikkelingen laten zien dat het gevaar bestaat dat je auto-nodus zijn meer en meer opgaat in anders zijn, en in feite wordt je meer en meer voor jezelf hetero-nodus. Dat is een beetje wat gebeurt in het beschreven voorbeeld van de student boven. Door de grote druk die op alles staat, de snelheid waarmee alles moet gebeuren, en de ontzettende hoeveelheid van mogelijkheden en contacten kun je de beleving van jezelf als zelf op een vast punt met een zekere identiteit en autonomie langzaam gaan verliezen. Extreem zie je dit terug bij gamers die verslaafd zijn geraakt aan hun spel en die moeite hebben met het onderscheid tussen zichzelf en hun avatars die zij in het spel inzetten. Iemand willen zijn, zich willen manifesteren, ook in je eigen fantasie is menselijk en we zien het terug in kleding, tatoeages, leefstijl, ambitie, inzet en kunstvormen. Daar is niets vreemds aan maar de moderne techniek maakt het mogelijk dat wij grensoverschrijdend kunnen gaan handelen doordat we teveel focussen op virtualiteit en minder op realiteit. Je lichaam roept je als het ware terug in het hier en nu maar je kunt dat heel lang negeren en je kunt het lichaam ook tot op zekere hoogte dwingen en manipuleren als het in je ogen niet beantwoord aan je beeld dat je over jezelf hebt.
Een zeker evenwicht, een balans kan alleen ontstaan als je tijd neemt voor jezelf, de stilte opzoekt, de tegenstellingen in jezelf uithoudt en vruchtbaar laat worden. Daarvoor is tijd en groei voor nodig en vooral ook loslaten. Loslaten van je eigen vooronderstellingen, verwachtingen en soms ook je ingevulde idealen te veel focussen op een bepaald beeld van jezelf. Dat gaat niet vanzelf, dat moet je willen, daarvoor moet je kiezen. En erover communiceren met anderen helpt je ook verder want we zitten allemaal in hetzelfde schuitje.

John Hacking