Van jezelf leren houden

 

Wie ben je zelf, welke opvattingen heb je over jezelf (wat niet hetzelfde is), wat vind je hoe jezelf moet zijn of wat je moet kunnen, het zijn vragen die niet altijd makkelijk te beantwoorden zijn. Ook studenten hebben het hier soms erg moeilijk mee, vooral als ze zichzelf onder druk zetten om een bepaalde ambitie te verwezenlijken of doelen te bereiken. Als ze zich daarbij ook nog kritiekloos spiegelen aan medestudenten is het hek vaak van de dam: ze hebben dan het gevoel dat ze minder waard zijn, dat ze minder kunnen en dat ze minder goed zijn. Dat voelt niet aangenaam. Maar ook hier geldt zoals voor zoveel waar je naar op zoek kunt zijn: de omweg naar het doel. Hoe meer je bezig bent met jezelf aan te passen, te verbeteren, te sturen, hoe meer problemen er op kunnen duiken en daaraan gerelateerd, ontevredenheid over zichzelf, omdat de problemen eindeloos schijnen.

Als je bezig bent om voor en met anderen iets te betekenen en daardoor minder gericht op jezelf als verbeterpunt, heb je al een flinke stap gezet naar zelfwaardering. Je inzetten voor een ander, voor anderen, voor een ideaal ter verbetering van iets, kan je veel teruggeven, zonder dat je het gevoel hebt dat je voortdurend achter de feiten aanholt en dat je niet goed genoeg bent. Je inzet geeft je nieuwe energie en nieuwe voldoening. Opeens ben je zelf niet meer zo belangrijk, sta je zelf niet voortdurend in het middelpunt, maar de mensen en het project waar je mee bezig bent. Dat is, zou je kunnen zeggen, een soort van omweg naar het doel: via de ander, de inzet voor de ander en met de ander, waardering vinden voor jezelf.

Dat is geen narcisme. Narcisme is een manier van zelfwaardering die de ander gebruikt om zichzelf beter te voelen. Het verschil zit hem in het woordje gebruiken. Als de ander voor jou belangrijk is omdat jij je beter wilt voelen, omdat je bijvoorbeeld hulpverlener, coach, trainer bent en daaraan voldoening ontleent, zit je op een gevaarlijke weg. Het gevaar bestaat er namelijk in dat je de ander niet in zijn/haar waarde laat, maar inzet voor eigen geestelijke bevrediging. Het is echt uit de hand gelopen als je niet zonder jouw rol als hulpverlener kunt functioneren. Als je voldoening alleen maar gevoed wordt op basis van de afhankelijkheid van de ander. In de jaren 70-80 van de vorige eeuw sprak men over een narcistisch tijdperk. Bij onderzoek naar hulpverleners in Duitsland bleek dat velen de oudste in een gezin waren en dat zij via hun rol van hulpverlener veel narcistische bevrediging vonden. Natuurlijk, als je iets voor iemand kunt betekenen, straalt dat af op jezelf, je zelfbewustzijn, je zelfbeeld, en je zelfwaarde. Maar als je de ander voortdurend hiervoor nodig hebt, schiet je door, wordt het als het ware ongezond. Je kent dat wel, mensen die zich voortdurend op de borst kloppen en meedelen hoe belangrijk ze wel niet zijn voor anderen. Het bijbelse spreekwoord, laat ‘je ene hand niet weten wat de andere doet’, is aan hen niet besteed.

Maar hoe leer je dan van jezelf houden als je het gevoel hebt dat je dat niet kunt, dat het niet gebeurt, of dat je hierin erg onmachtig bent en onervaren? Valt dit wel te leren? Welke ervaringen heb je opgedaan met je ouders, met betekenisvolle anderen? Heeft dat geleid tot zelfwaardering of heb je altijd je uiterste best moeten doen om een beetje aandacht te krijgen? Als je in die modus bent opgegroeid is het meestal nooit goed en nooit genoeg. Dan hunker je misschien naar bevestiging en naar waardering. Dan hunker je naar liefde van de ander. Maar je weet ook dat die liefde zo niet echt te verdienen valt, hoeveel je ook je best blijft doen. Omdat je zo afhankelijk ervan bent doe je misschien vreemde dingen, onderwerp je jezelf te veel, pas je eigen eisen aan, aan de situatie en cijfer je jezelf voortdurend weg. Niet slim, want het levert je nauwelijks iets op. Alleen maar teleurstelling en afwijzing. Als je dan ook nog jezelf afwijst omdat je vindt dat je niet voldoet, omdat je jezelf niet de moeite waard vindt, is de negatieve spiraal aan feit. Je zet je zelf in de gevangenis die er om je heen is gegroeid: door het ontbreken van aandacht van de ander en door je voortdurende aanpassing aan de situatie.

Uitbreken uit die voor een deel zelf gecreëerde gevangenis kan alleen maar als je zelf zegt dat het zo genoeg is. Als je tot het zelfinzicht gekomen bent dat deze onderdanige houding van jezelf niet werkt. Als je boos kunt worden en vanuit die boosheid opkomt voor jezelf. Die boosheid is dan in feite een vorm van kiezen voor jezelf en zo ook een vorm van liefde voor jezelf. Je begint het te leren: houden van jezelf. Maar er is nog een lange weg te gaan. Teleurstellingen zijn niet meteen als sneeuw voor de zon verdwenen als het een keer wat beter gaat of als je opkomt voor je zelf. Een patroon van onderdanigheid en onderworpenheid leg je niet zomaar af. Een dubbeltje wordt geen kwartje, zo luidt een ander spreekwoord, maar dit gaat in deze situatie niet op. Je bent het namelijk zelf die betekenis geeft aan zijn/haar leven. Natuurlijk beïnvloedt door anderen en door omstandigheden, maar toch, jij bent in zekere mate de baas over je leven en ook over je gedachten, handelingen en emoties. Je bent een zelfstandig individu. Maar ben je ook een persoon? Iemand die een goede en passievolle en respectvolle relatie kan ontwikkelen tot zichzelf?

Hier zitten we op een keerpunt: onze Westerse filosofie en het Westerse denken gaat uit van onderscheidingen en te vaak van tegenstellingen. Individu tegenover maatschappij, persoon tegenover gemeenschap, mens tegenover wereld. Daarbij wordt voor het gemak vergeten dat individualisme, personalisme, uniciteit van een mens, voortvloeien uit een groter geheel: namelijk dat je deel bent van, onderdeel van, kortom als eenheid ben je niks zonder de veelheid en heelheid. Je bent geen monade, geen object, geen ‘subject’ dat helemaal op zichzelf staat alsof er geen andere wezens bestaan, alsof je geen verbanden onderhoudt met andere wezens die net zoals jij zijn. Intersubjectiviteit is de basis onder de subjectiviteit. Als je dat vergeet, wegstopt, ontkent, ben je en blijf je een eenzaam mens. Een mens met onvervulde verlangens en niet te vervullen verlangens want je kunt het niet allemaal uit jezelf halen. De relatie met betekenisvolle anderen is levensnoodzaak. Je leven hangt af van de liefde die je onderling kunt delen. Subject zijn is letterlijk hieraan onderworpen zijn. Ware dit niet zo, dan zouden we eerder robots zijn dan mensen.

In de Afrikaanse filosofie die onder de naam Ubuntu steeds meer bekendheid krijgt geldt het als vanzelfsprekend dat je pas persoon bent in een gemeenschap van mensen. Je bent niet en staat niet en nooit alleen maar op jezelf. Dat denken en dat onderstrepen dat je wel op je zelf staat is een leugen die je jezelf aanpraat. Een leugen met pijnlijke gevolgen. Een mens op zichzelf staande zal altijd naar verbinding verlangen en als die verbindingen er niet zijn of niet komen overheerst naast eenzaamheid ook een gevoel van neerslachtigheid en verlorenheid. Het leven heeft dan voor jou afgedaan want er is niks te halen. Je gelooft er niet in omdat je misschien overtuigd bent dat het niet kan. Kortom je hebt jezelf veroordeeld. Inzetten op pure zelfstandigheid en ongebondenheid is dus eigenlijk een weg ten dode. Je weet het misschien niet, maar je zult het merken als je hier halsstarrig aan vast wilt blijven houden. Is dat slim? Nee, alleen maar als je toch al dood wilt.

Ubuntu gaat ervan uit dat je en deel bent van grotere gehelen, een gemeenschap van mensen, en dat de ander geen concurrent is, geen mededinger, geen tegenstrever. Het geluk van de ander draagt bij aan jouw geluk en omgekeerd. Elkaar beconcurreren staat haaks op deze filosofie. Een mens gaat voor geldelijk gewin, de geestelijke gezondheid en het welzijn voor winst. Het leven voor dood en een wegwerpcultuur zoals de onze staat haaks op dit streven waarin iedereen met alles en iedereen verbonden is. Deze verbondenheid strekt zich zelfs uit tot in het domein van de overleden voorouders en de kinderen die nog geboren moeten gaan worden. Dit denken beperkt zich niet tot het hier en nu in de tijd, deze plek waar je nu op staat, woont, leeft, maar zoekt connectie met gisteren en morgen, met daar en verder weg. Min daad hier en nu op deze plek heeft gevolgen voor anderen morgen en elders. Geen “na ons de zondvloed”-denken, geen kortzichtigheid en preoccupatie met zichzelf alleen.

Kunnen wij in het Westen nog een kwaliteitssprong maken naar deze manier van denken waarin je als individu, als mens niet verloren loopt? Je kunt beginnen met jezelf in te zetten voor een ander. Met niet alleen maar bezig te zijn met je eigen wensen en verlangens. Verder kijken dan je neus lang is. Want er valt zoveel te zien, zoveel te ervaren, te proeven, ruiken, tasten, voelen buiten jezelf. Als je dat ook nog samen kunt doen, samen kunt uitvoeren waardoor je relatie en je resultaten kunnen groeien – zodat iedereen de vruchten hiervan kan plukken, heb je alleen maar een win-win situatie. Maar durf je die stap te zetten, durf je van de ander te gaan houden en daarmee impliciet meteen meer van jezelf? Want die liefde voor jezelf is een directe vrucht van de liefde en de inzet voor de ander. Van de ander houden is in feite een vorm van zelfrelativering die uiteindelijk heel veel oplevert. Waarschijnlijk leer je dat niet op deze wijze in de schoolbanken, maar wie weet hoe ver je kunt komen als je zomaar gaat beginnen, een beetje Ubuntu als zout in de pap, in je dagelijkse hap.

John Hacking

9 april 2018

Arbre-Bleu-mural Rue-Descartes