Thuis

 

Meine Heimat bin ich Selbst.

Albert Vigoleis Thelen

die miese lage: seit zwei monaten werden unsere pässe vom konsulat festgehalten. sie sind inzwischen abgelaufen, und wir befinden uns momentan im zustande der “schriftenlosigkeit” oder staatenlosigkeit, wie mans nennen will. an sich berührt uns das nicht, aber da ich dringend wegen hieronymus nach frankreich muss, da das buch sonst nicht zeitig mehr erscheinen kann, und von da nach portugal wegen napoleon, sitzen wir in der klemme. der konsul versprach mir in die hand, die passgeschichte in 14 tagen zu regeln, ja scheisse: briefe und telegramme werden nicht beantwortet. es heisst, die “beantragte zustimmung” sei eben nicht eingetroffen. nun weiss ich aber aus eigener erfahrung vom letzten jahr und dem persönlichen besuch, welche korruption auf dem deutschen konsulat in l[issabon] herrscht und wie das da zugeht: darum war mir daran gelegen, den heimatschein durch cremersch will zu regeln; und nun ist er doch in der luganenser saustall gekommen. 

Uit een brief aan Ludwig Thelen, Krefeld, Auressio 8.7.1939 in Albert Vigoleis Thelen,  Meine Heimat bin ich selbst. Briefe 1929-1953, Köln 2010, (Dumont Buchverlag ), pag. 100

Wanneer ben je thuis en wat is thuis? Vigoleis Thelen kan erover meepraten want zijn hele leven was hij thuis en niet thuis. Zijn verhalen over die tijd en zijn wijze van vertellen en schrijven zijn bijzonder. Niet alleen amusant en fantasierijk, vol met anecdotes en een persoonlijke kijk op de dingen, ze getuigen ook van een perfecte beheersing en toepassing van de Duitse taal. Zijn boek “Insel der zweiten Gesichts” dat ik heel veel jaren geleden door aanraden van een vriend op het spoor kwam, maakte toen en maakt nog steeds veel indruk op mij door zijn taalgevoel en wijze van uitdrukken. Thelen was thuis in de taal, niet het land, de plaats, de plek waar hij verbleef was zijn thuis, maar zijn taal, zijn spraak, zijn woorden. In de inleiding op zijn brieven wordt hij Quatsverzapfer, Prallererzähler en Phantasiemachinenbetreiber genoemd. Hij schreef brieven in het Duits, Nederlands, Spaans, Portugees en Engels. Naar schatting schreef hij 15000 brieven in de periode 1929-1989 aan meerdere honderden adressaten. 

Een plek waar je opgroeit kan je thuis zijn, je thuis worden een leven lang. Maar dat hoeft niet. Ook in het ‘buitenland’, in het land waar je je toevlucht vond omdat het in je eigen land niet meer veilig was, kun je ervaren hoe het is om thuis te zijn. Veel vluchtelingen en veel kinderen van vluchtelingen kunnen hierover meepraten. ‘Sans papier’, zonder documenten ben je als vluchtelingen, ben je als mens een niemandal, een niets, besta je gewoon niet en houdt niemand rekening met je. Hoe is het zover kunnen komen dat papier, dat paspoorten en identiteitskaarten bepalen of je meedoet, of er rekening met je wordt gehouden of niet? In de digitale samenleving waar we nu in leven ben je geen mens zonder digitale identiteit. Zonder digitaal paspoort en vastgelegde en controleerbare herkomst – je komt niet voor in digitale databases – ben je een niets. Je bestaat niet. Hoe hard je ook schreeuwt het zal je niet helpen. De bureaucratie is onverbiddelijk. Pas als er mensen zijn die zich jouw lot aantrekken en die hemel en aarde bewegen dat je nieuwe papieren, een nieuwe digitale identiteit krijgt kan het weer beter met je gaan. Ik vrees dat door de toenemende digitalisering van onze samenleving en dito controle dit alleen maar erger wordt. 

Nogmaals wat is thuis en op welke schaal wil je kijken? Op het niveau van je familie, je dorp, stad, je land? Of op het niveau van de wereld, globaal? Of het niveau van de kosmos, het universum? We zijn slechts passanten op deze wereld. We worden geboren, leven en gaan dood. Dat is alles. In het licht van de eeuwigheid een niets. Minder dan een zuchtje. Op atomair niveau zijn wij een doorgeefluik van de kosmos: onze samenstelling op atomair niveau, ook in deze unieke combinatie, is op het niveau van de grondstoffen net zo oud als de kosmos. We zijn sterrenstof. Biologisch gezien zijn we product van een miljoenen, (misschien wel miljarden) jaren oude ontwikkeling. Het leven is dan wel niet zo heel oud als de kosmos, maar toch, de honderden miljoenen tellen. En nu lopen wij rond, ben ik er, mag ik mezelf noemen, bekijken, bereflecteren. Ik ben een eindproduct van weet ik hoeveel ouders. En andere dierlijke voorgangers. Ik sta boven aan een piramide. Uniek in deze combinatie, uniek in dit voorkomen. Helemaal vanaf het begin van het universum. Dat is eigenlijk wonderbaarlijk, ontzagwekkend, heel bijzonder. Ik kan me dan ook goed voorstellen hoe mensen duizende jaren geleden naar de hemel keken, naar de constellaties van sterren, de wonderbaarlijke uitgestrektheid ervan, en gingen beseffen dat zij hier op aarde, klein en nietig, getuigen mochten zijn van dit gebeuren. Ontzagwekkend, glorieus, respect inboezemend voor datgene wat onze aarde omgaf en waar we met onze aarde deel van uitmaakten. Nu weten we dat ons sterrenstelsel, onze melkweg maar een heel klein stukje van dit universum voorstelt en dat er weer ik hoeveel zonnen, sterren zijn in talloze stelsels. Ook in de dimensie van de ruimte stellen wij als aarde absoluut niks voor. Een atoompje. Een miniem deeltje slechts. 

Als we dit weten, als we dit kunnen en durven beseffen, waar komt dan toch de drang vandaan om rijk te worden, macht uit te oefenen, anderen genadeloos af te slachten zoals onlangs de arabische journalist Khashoggi? Hoe kan het zijn dat miljardairs, salafisten, kapitalisten pur sang bang zijn voor de woorden van een journalist zodat ze hem laten afslachten? Hoe thuis zijn zij in hun wereld van macht, pracht en praal, een wereld vol prinsen en prinsessen die niets tekort komen (behalve geestelijke vrijheid vermoed ik), dat ze bang zijn voor een journalist? Is de macht van het woord zo krachtig dat zij zich niet thuis durven voelen zolang zij de macht van deze tegenstand ervaren? Als zijn woorden niks voorstellen, hoef je hem ook niet te vermoorden. Als hij slechts een tegen heel velen is, hoef je niet bang te zijn. Deze gruwelijke moordadige daad om tegenstanders uit de weg te ruimen is het bewijs dat ook de machtigen der aarde bange mensen zijn, kortzichtig, dom, hypocriet, zogenaamd gelovig, en weet ik al niet meer maar vooral ook moorddadig en corrupt. Kleptocratie, rijk worden over de rug van anderen, macht vergaren over het lijk van tegenstanders en dat toedekken met een religieus sausje. Is dit een wereld waarin je je thuis kunt voelen, waarin je je huis zou willen voelen ondanks de verschrikkelijke rijkdom?

Ik vermoed dat we meer en meer afstevenen op een wereld van manipulatie: “Alles im Grif”. En hoe meer we dit willen, hoe verder we af raken van onszelf, ons wezen, ons gevoel om ons nog ergens thuis te voelen. Altijd bedacht erop dat we moeten kunnen bepalen wat we willen, halen kunnen wat ons voor ogen zweeft en verlangen wat ons wordt voorgespiegeld als geluk, maakt ons tot machines, tot slaven, tot leeghoofdige niksnutten. Want elk behaald doel, elke geslaagde actie is er slechts maar een en de volgende staat alweer te wachten. Tot de man met de zeis komt die genadeloos al je ambities afkapt en je hoofd doet rollen, zomaar het open graf in. Het graf is al voor je gegraven, het ligt al lang klaar voor je en wacht. Het zou van wijsheid getuigen als je zou leren leven met dit besef en als je zou handelen naar dit feit. Je leven zou waarschijnlijk veel aangenamer worden want opeens hoef je niet meer zoveel. Opeens kan overal je thuis zijn en kun je thuis zijn bij jezelf. Het lijkt met het proberen waard.

John W H. 

24-10-2018

 

IMG_9294