Grenzen aan ons denken, grenzen aan ons bestaan

Wachten, niets doen, wachten aan de grens, als je met je denken aan grenzen stoot, als je verstand, je wil, dn zelfs je menselijke liefde op een grens stoot die niet kan worden overbrugd. Dan word je teruggeworpen op jezelf. Voor de filosoof kan dit een hard gelag zijn, zeker als het verlangen bestaat om door te stoten, om op te lossen, om tot inzicht te komen. Simone Weil vat dit kort samen in haar aantekeningen, de laatste maanden van haar leven, als ze in Londen verblijft gedurende de Tweede Wereldoorlog. Zij schrijft:

Die eigentliche Methode der Philosophie besteht darin, die unlösbaren Probleme in ihrer Unlösbarkeit klar zu erfassen, sie dann zu betrachten, weiter nichts, unverwandt, unermüdlich, Jahre hindurch, ohne jede Hoffnung, im Warten.
Nach diesem Kriterium gibt es wenig Philosophen. Wenig ist noch viel gesagt.

Der Übergang zum Transzendenten vollzieht sich, wenn die menschlichen Fähigkeiten -Verstand, Wille, menschliche Liebe- an eine Grenze stoßen und der Mensch auf dieser Schwelle verharrt über die hinaus er keinen Schritt tun kann, und dies, ohne sich von ihr abzuwenden, ohne zu -wissen, was er begehrt, und angespannt im Warten.

Simone Weil – Londener Notizbuch Sommer 1943 in:
Weil, S., Cahiers. Aufzeichnungen 4 Bd., München Wien (Carl Hanser Verlag), Bd 4, p. 317

Wachten aan de grens, volhouden, vasthouden, niet weglopen, niet erover heen willen springen. Zelfs zonder hoop blijven wachten, onvermoeibaar. Misschien kenmerkt dat ook wel haar leven: dit wachten, deze poging om in het wachten te blijven. Maar de grens en het wachten maken ook iets anders mogelijk: transcendentie. Ervaring van een grensoverschrijdende ervaring die samenhangt met het sacrale, het transcendente. Simone Weil heeft haar gedachten genoteerd in schriftjes, cahiers. Na haar leven zijn die uitgegeven. Hieruit wordt haar zoektocht duidelijk, haar levensweg, de thema’s die haar denken beheersen. Ik heb hierover geschreven in mijn tekst: God in de kosmos. Een poging tot een topologie als semiotische analyse van God, Nijmegen 2017. Deze is na te lezen op: https://mystiekfilosofie.com/over-deze-site/essays/ waar diverse perspectieven worden ontwikkeld op de vraag hoe God gezocht wordt in onze kosmos.
Simone Weil heeft op velen na haar dood een onuitwisbare indruk achtergelaten, haar geschriften imponeren en inspireren tot op de dag van vandaag.

Wat is dit wachten, dit vasthouden aan de grens, zonder hoop, geduldig, gelaten, zoner opgeven? Het is niet zo dat denken en voelen, ervaren en weergeven van het ervarene niet meespelen. Schrijven, je uiten in gesprekken, in kunstuitingen, of op andere wijze, dat alles doet mee. Maar niet om de grens te overschrijden. Eerder om de grens te markeren. God zit aan gene zijde van die grens voor de gelovige. Voor Simone Weil, was die transcendentie, die aanwezigheid van het goddelijke, pas mogelijk in het stuklopen van alle menselijke pogen. Wat je ook over God mag beweren, hoe hevig je ook mag verlangen, pas als al dat verlangend pogen stukloopt, daagt er misschien een glimpje licht aan de horizon. En dat is in de ogen van Simone Weil misschien al te veel hoop, die hier wordt geformuleerd.
Ons lichaam, ons eindige bestaan, ons sterven confronteert ons met de grenzen van ons leven, onze ziel die vastloopt in een eindpunt waar het lichaam haar in de steek laat. Met onze geest kunnen we dit niet navoltrekken, zelfs niet in onze fantasie, met onze geestkracht valt onze dood niet te denken. Maar met onze ziel hebben we een vermoeden, een “Ahnung” zoals dat zo mooi in het Duits kan worden uitgedrukt. Vermoeden is verwant met moed, moed hebben om verder door te dringen, moed om grenzen te overschrijden, over het gewisse naar het ongewisse. Maar precies dat loopt volgens Simone Weil stuk. De moed om de grens over te gaan zal stoppen aan de grens want de grens is absoluut. Het verstand moet zijn verlies toegeven. De filosofie komt hier niet verder. “Ahnung” komt van “ahnen”, van “ane” een begrip dat zeer veel betekenislagen heeft in het Duits. “Ez anet mir” “es kommt mich an” volgens het etymologisch woordenboek sinds de 14e eeuw ook “ich ahne”. Vermoeden is slechts één vertaling. Intuïtie speelt hierin mee, “animus”, de ziel, zoals in “Todesahnung”, de ervaring die je kunt hebben als de dood eraan komt. Met je geest, je verstand is dit moeilijk te beredeneren en de ratio is niet het beste instrument om hiermee om te gaan. Net als bij ervaringen van liefde. Het verstand kan daar niet bij.
Maar precies aan die grens kan er iets onmogelijks gebeuren – overvalt me iets, komt er iets op mij aan. Ik vermoed dat Simone Weil dit bedoelt als ze spreekt over het wachten aan de grens. Alle inzichten die ze heeft geformuleerd in haar geschriften, zeker haar woorden over God, komen uit dit soort van ervaringen. Ze nodigt ons uit om een zelfde weg op te gaan. Om zo te ervaren wat haar is overkomen. Maar dat is geen makkelijke uitnodiging. Het is geen makkelijke weg. Zij bezat de gave en de kracht om met al haar vermogens dit onbekende terrein te verkennen, te wachten en te blijven wachten. Misschien als je ouder wordt, als het werkzame leven achter je ligt, is het tijd om dit wachten te verdiepen, aan te gaan, vol te houden. Wachten, niets doen, laten gebeuren, laten ontstaan, het verlangen om te overschrijden van grenzen leren loslaten. Wie weet hoe dan je leven eruit gaat zien. Iets van die houding proef ik wel bij mensen die geleerd hebben van het leven. Die weten dat er nu een andere, een geheel andere tijd is aangebroken. Die zich aanpassen aan de situatie, aan hun situatie en hun mogelijkheden. Je zou het een proces van rijping kunnen noemen, rijp geworden in de tijd van het leven. Rijp geworden of vruchtdragend in de herfst van hun leven. Dat is wat anders als veel geld op de bank, iets anders dan roem en aanzien. Het heeft met een soort van berusting te maken, rust vinden in het hier en nu, in het leven zoals het zich nu in jou manifesteert. Helemaal geland in jezelf. Wetende, voelende, ervarende dat de grens is bereikt. Verder dan deze hoeft niet (meer). De ziel is er thuis. Eindelijk thuis.

John w Hac
10 november 2018

L1230244