Tijdperk van het Niets (1)

(…) Aber der Wind weht nicht zu eurem Glück, Mörder.

Edmond Jabès

De digitalisering van de samenleving, een wereld in en van getallen, van slechts twee smaken die elkaar voortdurend afwisselen, 0 en 1, in bijna oneindige variaties dreigt de ervaring van de ‘natuurlijke’ wereld, dat wil zeggen de wereld zoals wij die konden ervaren vóór het digitale tijdperk, langzaam aan te verdringen. Klopt dit? Brengen wij meer tijd door voor de beeldschermen met een kunstmatige voorgespiegelde werkelijkheid waartoe wij ons verhouden, dan in bijvoorbeeld de levende natuur, de tuin, het bos, het strand met de zee? Als we slapen zijn we nog afgeschermd van de digitale invloeden. Dan wordt onze werkelijkheid een andere: dromen bevolkt met indrukken, ervaringen van de afgelopen dag, wensen en verlangens, veel van wat onbewust werd ervaren en opgeslagen. Maar overdag gekluisterd als het ware aan onze beeldschermen (groot en klein) krimpt onze wereld, onze beleving wordt gefocussed op wat er voor onze ogen verschijnt. Is dat slecht? Is dat negatief? Heeft deze fascinatie en deze fixatie negatieve gevolgen voor onszelf? Voor ons verstaan van de wereld, onze omgeving, onze naasten, de anderen waarmee wij in deze samenleving samenleven?

De Koreaanse filosoof Byung-Chul Han schrijft in “Lob der Erde. Eine Reise in den Garten”: “Die Digitalisierung der Welt, die einer totalen Vermenschlichung und Subjektivierung gleichkommt, bringt die Erde ganz zum Verschwinden. Wir überziehen sie mit unserer eigenen Netzhaut. Dadurch werden wir blind gegenüber dem anderen.
Je dichter die Menschen was anders ist als der subjektive Geist mit dem kategorialen Netz übersponnen haben, desto gründlicher haben sie das Staunen über jenes andere sich abgewöhnt, mit steigender Vertrautheit ums Fremde sich betrogen.
Digital heisst auf Französisch numérique. Das Numerische entmystifiziert, entpoetisiert, entromantisiert die Welt. Es beraubt sie jedes Geheimnisses, jeder Fremdheit und verwandelt alles ins Bekannte, ins Banale, ins Vertraute, ins Gefällt-mir, ins Gleiche. Alles wird ver-gleichbar. Angesichts der Digitalisierung der Welt täte es not, sie zu reromantisieren, die Erde, ihre Poetik wiederzuentdecken, ihr die Würde des Geheimnisvollen, des Schönen, des Erhabenen zurückzugeben.” (pag.25)

Byung-Chul Han heeft de magie van het tuinieren en de tuin ontdekt. Sinds drie jaar heeft hij een tuin ingericht in Berlijn en probeert hij het hele jaar bloeiende planten in zijn tuin te onderhouden. “Lob der Erde” is daarvan een verslag. Het legt getuigenis af van deze ontdekking, deze nieuwe liefde voor de tuin en voor de aarde. Omdat de natuur, de tuin, de aarde vol is met onverwachte, mooie, wonderbaarlijke, fascinerende levende wezens, met onbekende vormen en objecten, met zaken waar we nog nooit hebben bij stil gestaan of waarvan we nooit hebben gehoord, valt er nog veel te ontdekken. Dat is een kans om in ons leven mooie ervaringen mee te maken. Deze staan misschien haaks op ervaringen die allemaal over hetzelfde gaan. Haaks op ‘evenementen’ die wij meemaken maar die eigenlijk gelijksoortig zijn en die eigenlijk niets nieuws opleveren aan ervaringen en aan inzichten. Tien festivals bijvoorbeeld blijven tien festivals. Byung-Chul Han schrijft: “Seitdem ich im Garten arbeite, trage ich ein merkwürdiges Gefühl mit mir herum, ein Gefühl, das ich früher nicht kannte und das ich auch stark körperlich empfinde. Es ist wohl ein Gefühl der Erde, das mich beglückt. Vielleicht ist die Erde ein Synonym für das Glück, das sich heute immer mehr von uns entfernt. Züruck zur Erde heisst demnach zurück zum Glück.” (pag. 28)

Hij pleit daarom voor een reromantisering van de wereld, de aarde haar poëtische aantrekkingskracht terug te geven. De tuin en het werken in de tuin kan daarvoor symbool staan. Maar ook de poëzie zelf als kracht om de wereld tegemoet te treden en te verbeelden, te verwoorden en te duiden. Poëzie als toegang tot de wereld en tot je eigen leven. Hoe komt het dat wij op sociale media zoveel bezig zijn met ‘zelf-exposure’? Wat missen we in ons dagelijks leven dat wij dat nodig hebben, dat we via deze omweg aandacht vragen en aandacht krijgen? Hebben we niet genoeg aan onszelf? Hebben we voortdurend bevestiging nodig omdat we instinctief weten en ervaren dat in een wereld waarin alles hetzelfde is, waar een overkill aan informatie heerst, we extra inspanningen moeten verrichten om ‘gezien’ en ‘gewaardeerd’ te worden, (ge-liked wat erg veel lijkt op ge-likked). Worden we daarom zo narcistisch?

We leven in de wereld van het getal en als het getal overheerst verkommert de mens en de natuur. Als wij de aarde beschouwen als plek om zoveel mogelijk geld aan te verdienen, als wij de grote concerns hun gang laten gaan om de aarde uit te putten, als wij het korte termijn belang van aandeelhouders en banken belangrijker vinden dan de langere termijn, een aarde voor het nageslacht, dan kan dit niet goed gaan. Als onze jongeren niet mede het heft in handen nemen verkwisten zij hun eigen toekomst. Want van de meeste ouderen hoef je het niet (meer) te verwachten, die wentelen zich in hun ‘zekerheden’ en hun opgebouwde pensioenen met ‘zwitserlevengevoel’ (in de rijkere landen). En als ze te oud worden om in de samenleving nog ‘adequaat’ mee te draaien zonder dat ze zichzelf en anderen in gevaar brengen omdat ze niet meer snappen ‘hoe het werkt’ worden ze veilig opgeborgen en mogen ze 2 maal per week onder de douche en is elke dag gelijk aan de vorige: eten, slapen, eten, slapen en af en toe een bezoekje…Jong en oud worden onderworpen aan de macht van het getal: het onderwijs, de zorg, de inrichting van de samenleving, alles kost geld en alles moet beheersbaar blijven, dus wordt geteld, gekort, bezuinigd, en wij zijn allemaal de pineut. Money rules our world en de digitalisering van de wereld maakt het alleen maar makkelijker. Als elk mens wordt vastgelegd via zijn digitale profiel, via zijn DNA-codes, via zijn status, opleiding en toekomstverwachtingen (gezondheid etc.) dan is elk mens een nummer in een groter geheel, dan maakt hij deel uit van een totalitaire samenleving die alles “im Griff” wil houden omdat anders de zogenaamde ‘chaos’ dreigt. Dit argument dat politici aan de macht graag inzetten is camouflage. Het verhult ‘het niets’, het nihilisme onder dit oppervlak van schijnzekerheden.

De vraag waarom we leven, waarvoor en voor wie wordt niet gesteld en zeker niet beantwoord. De toekomst wordt ondergeschikt gemaakt aan het heden, het korte termijn denken overheerst op veel vlakken. Welke politicus durft het aan verder te kijken dan de waan van de dag en de jaren dat hij of zij is gekozen in het parlement? Een voorbeeld: Hoeveel afval moet er nog in zee komen voordat we helemaal zijn vergiftigd als we een glas water (nano-plastics) drinken of een vis eten? Moeten we niet de verantwoordelijke politici, de ministers, in Nederland publiekelijk aan de kaak stellen als ze weigeren met het invoeren van statiegeld op blik en plastic flesjes? Eigenlijk zouden we hun hele tuin moeten overladen met plastic afval – misschien denken ze dan na en dwingen ze de fabrikanten statiegeld in te voeren? Zo zijn er nog veel meer terreinen waar dringend actie wordt vereist maar waar niets of niet veel gebeurt omdat het geld regeert en de een wacht op de ander.

Hoe het ‘niets’, de ‘leegte’, de innerlijke leegtes adequaat tegemoet te treden? Terug naar vroeger, een romantisch verlangen naar een tijd toen alles nog normaal en mooi was (wat dit dan ook moge zijn)? Meestal is dit een (politiek) verlangen naar verloren macht, gezag, invloed, de wereld naar je eigen hand kunnen zetten. Het populisme is daarvoor een goed excuus. Fascisme is daarvan een duidelijk voorbeeld en veel politieke leiders in de wereld bewandelen dit spoor en willen terug naar ‘glorieuze’ tijden. Ze vergeten voor het gemak maar even dat dit soort bewegingen wel tientallen miljoenen in het verderf heeft gestort en miljoenen slachtoffers heeft gemaakt. In feite zijn deze verlangens, is dit politieke streven niet alleen een uiting van onze moderne tijd waarin het getal overheerst, maar was het ook in de vorige eeuw een voorloper op het digitale tijdperk waarin we nu leven. Byung-Chul Han schrijft: “Das Wort “digital” verweist auf den Finger digitus, der vor allem zählt. Die digitale Kultur lässt den Menschen gleichsam zu einem kleinen Fingerwesen verkümmern. Die digitale Kultur beruht auf dem zählenden Finger. Geschichte is aber Erzählung. Sie zählt nicht. Zählen ist eine posthistorische Kategorie. Weder Tweets noch Informationen fügen sich zu einer Erzählung zusammen. Auch die Timeline erzählt keine Lebensgeschichte, keine Biographie. Sie ist additiv und nicht narrativ. Der digitale Mensch fingert in dem Sinne, dass er ständig zählt und rechnet. Das Digitale verabsolutiert die Zahl und das Zählen.”(pag. 64). Als ik aan de tellende vinger denk, komen bij mij vooral de beelden boven van de appèlplaatsen in de concentratiekampen: elke dag moesten de gevangen weer worden geteld en geteld. Een macabere voorafspiegeling van de digitalisering.

We leven in de wereld van het getal, de digitalisering beheerst ons leven. Daarom is er volgens Byung-Chul Han een planetair bewustzijn nodig, (zorg voor onze planeet) en een ervaring van afstand kunnen nemen van de ‘instant bevredigingen’ die de consumptiemaatschappij ons elke seconde aanbiedt (ook in de vorm van sociale media). Het (levens)verhaal moet weer centraal in ons leven komen te staan en niet het getal. Hij schrijft; “ Die Zahl macht zudem alles vergleichbar. Allein Leistung und Effizienz sind zählbar. So hört heute alles, was nicht zählbar ist, auf zu sein. Sein ist aber ein Erzählen und kein Zählen. Diesem fehlt die Sprache, die Geschichte und Erinnerung ist.” (pag. 64) Laten wij ons blijvend overheersen door de macht van het getal? Zijn we de nieuwe slaven van de digitale wereld of durven wij ook om onze eigen weg te gaan? De tuin als mogelijkheid om je terug te trekken en om eens geheel iets anders te doen is een kans. Veel mensen hebben hun tuin al veranderd in een graf. Symbolisch zijn ze dus zo goed als dood. In de zomer te heet en in de winter te nat omdat het water niet weg kan net als in de betonnen steden zonder groen en zonder bomen. Een leven in extremen. Maar het klimaat heeft geen medelijden met ons. Het zal ons pijnigen en het zal ons kwellen als wij niet fundamenteel anders gaan denken en leven en onze omgeving aanpassen aan de nieuwe omstandigheden. Als de mens, de individuele mens en de collectieve mens, deel uitmaken van een (algemeen) verhaal, (en individueel) zelf verhaal zijn, als zij verhalen vertellen die hun leven zin geven, dan is het goed om af en toe op verhaal te komen bijvoorbeeld in de tuin, in de natuur. Voor een subject dat voortdurend ook via internet aandacht vraagt omdat het in de kern narcistisch is geworden, is het nooit genoeg. Dat is tragisch. De tragiek schuilt in de innerlijke leegte. Maar precies die leegte en het proberen leeg worden van alle prikkels die je bereiken door meditatie of werken in de tuin, kan een weg zijn naar geluk en een zinvoller verhaal. Het komt er dus op aan hoe je omgaat met de leegte in je bestaan.

John Hacking
15 juli 2019

Jabès, Edmond, Das Buch der Fragen. Aus dem Französischen von Henriette Beese, Frankfurt am Main 2019, (Suhrkamp), Pag. 148

Han, Byung-Chul, Lob der Erde. Eine Reise in de Garten, Berlin 2018 (Ullstein)

Een gedachte over “Tijdperk van het Niets (1)

Reacties zijn gesloten.