Tijd en ruimte als coördinaten van geluk

 

Geluk kent coördinaten, geluk is niet “freischwebend” zoals de Duitsers zo mooi zeggen, het zweeft of hangt niet in de lucht, het moet landen, zwaar worden, handen en voeten krijgen, gewicht hebben. Maar niets is zo ijl en zo “ijdel” in de woorden van het bijbelse boek Prediker als geluk. Net als de lucht zelf, een hapje lucht, een beetje adem. Kortstondig, niet duurzaamheid en niet te bewerkstelligen alsof het een ding is, zoals een stoel of tafel gemaakt van hout. Ik zou geluk willen vergelijken met een beeldhouwwerk, een kunstwerk, zelfs met een beeld met de massiviteit van een van de beelden van de Spaanse beeldhouwer Eduardo Chillida. Waarom deze extreme paradoxen ingezet om geluk te beschrijven: als adem, hapje lucht, en als zwaar beeld? Omdat de poëtische (paradoxale) beschrijving eerder recht doet aan de werkelijkheid van geluk. Eerder dan een empirische beschrijving want daar is meestal veel op af te dingen. Dat is mijn vermoeden. Dat dicteert mij als het ware mijn intuïtie. En die volg ik graag. Poëzie is voor mij toegang tot de waarheid van de werkelijkheid die wij kunnen ervaren in ons leven op een ongekende en niet manipuleerbare wijze. Niet oorzaak en gevolg, niet de wetmatigheid van uit het een volgt het andere alsof de noodzaak de meest dwingende kracht is in ons leven. Maar het tegelijk aanwezig zijn van elkaar uitsluitende grootheden, het paradoxale van grijpbaar en ongrijpbaar, van zwaar en licht, van hoog en laag, kortom van hemel en aarde. Dat is eigenlijk religiositeit: de gelijktijdige aanwezigheid van beiden, hemel en aarde en de contradicties die dat oproept in een mensenleven en in de beleving van de werkelijkheid. Als ik over geluk wil spreken start ik met deze horizon waar ik tegenaan kijk, dit perspectief op hemel en aarde, deze concrete ruimte van de horizon en de ervaring van de tijd in het licht van het landschap.

Dat betekent meteen dan ook dat geluk iets, om het maar mooi te zeggen, transcendentaals heeft, iets wat de dagelijkse werkelijkheid, de beleefbare fysica overstijgt. Dat maakt geluk daarom ook ongrijpbaar en niet manipuleerbaar. Zoals de bijbel zegt: God geeft het zijn beminden in hun slaap. Het aandeel van de mens is 0,0. Dat is niet veel. Dat is eigenlijk niks. Hoeveel ruimte geeft dat niet, als je mag ervaren dat geluk je toevalt helemaal gratuit, zonder dat je er ook maar iets voor hebt hoeven moeten doen? Geluk als (goddelijke) genade? Chillida is op zoek naar een dergelijke vorm van beleving van de werkelijkheid als hij spreekt over zijn beeldhouwkunst. Zijn beelden markeren een ruimte, vormen een ruimte, maar het gaat niet om een meetbare afgegrensde ruimte, niet om de materie an sich. In een interview stelt hij:

E.C.:(…) Es geht mir nicht um den messbaren Raum und um die mit einer Uhr gemessene Zeit. Es geht mir um den Augenblick, beispielsweise um das Jetzt, in dem ich lebe und fühle. Auch das ist Zeit, wenngleich keine messbare. Ich denke, der wahre Wert von Raum und Zeit als solcher ist viel bedeutsamer als der empirisch fassbare.

F.M.: Sie meinen Raum und Zeit als Existenzbestimmungen?

E.C.: Ja, als eine Art Medium. Und wir sind ein Teil davon. Der Raum ist das Lebendigste van allem, was uns umgibt. Er ist wie ein Geist.

 Eduardo Chillida in gesprek met Friedhelm Mennekes

Die ruimte is leefruimte, de existentiële ruimte waarin ik mij bevind, die mijn leven kleurt en bepaalt, en waarin ik mij beweeg en waartoe ik mij soms verhoud. De totale ruimte van het landschap opent voor mij de mogelijkheid om me te verhouden tot het leven dat ik leid. De weg die ik heb afgelegd, die weg die mij nog wacht, de tijd die ik doorbreng, door gebracht heb en nog door zal brengen. De horizon wijst mij de weg. De horizon werpt mij terug op mij zelf en laat mij ervaren dat er meer is dan dat wat ik ervaar, waarneem, denk en zal kunnen weten. De ruimte is in die zin de geest die Chillada beschrijft in het interview. In die ruimte – als we genoeg bewegingsvrijheid ervaren – als het leven openligt en als wij ons bestaan niet leiden in een soort van gevangenis van plichten en verplichtingen – kunnen we iets van geluk ervaren, de lichtheid van het bestaan, van het geluk. Hier is de letterlijke ruimte ook meteen de geestelijke ruimte, onze geest die vrijheid mag ervaren, mogelijkheden, kansen. Geluk als verpersoonlijking van de zwaartekracht, geluk dat landt in ons leven, dat handen en voeten krijgt, zwaar wordt zou je kunnen vergelijken met de zinvolle relaties die wij als mensen met elkaar onderhouden, met de dieren, de omgeving, de natuur, de dingen die er toe doen. Relaties en betekenissen zijn niet beperkt tot alleen mensen. Dat is het mooie van en in ons leven dat ook dingen betekenis kunnen krijgen omdat ze ons herinneren, omdat ze voor ons verbonden zijn met dierbare mensen en gebeurtenissen. Dat is als het ware een vorm van gestold geluk.

Geluk heeft dus coördinaten: tijd en ruimte en geluk is licht (geest) en is zwaar (relaties). Het is leerzaam om bij een kunstenaar als Chillada in de leer te gaan als hij spreekt over de ruimte en hoe zijn werk gestalte geeft in de ruimte. Het levert nieuwe gezichtspunten op die ook voor een beschrijving van geluk van pas komen. Chillada zegt over de ruimte:

“Der Raum? Die Skulptur ist eine Funktion des Raumes. Ich spreche nicht van dem Raum, der außerhalb der Form ist, der das Volumen umgibt und in dem die Formen leben, sondern ich spreche von dem Raum, den die Formen erschaffen, der in ihnen lebt und der umso wirksamer ist, je mehr er im verborgenen wirkt. Ich konnte ihn mit dem Atem vergleichen, der die Form anschwellen und sich wieder zusammenziehen lasst, der in ihr den Raum der Vision öffnet – unzulänglich und verborgen vor der Außenwelt. Für mich handelt es sich dabei nicht um etwas Abstraktes, sondern um eine Wirklichkeit, die ebenso körperhaft ist wie die der Volumen, die ihn Umschließen. Dieser Raum muss ebenso erfühlt werden können wie die Form, in der er sich manifestiert. Er hat expressive Eigenschaften. Er versetzt die Materie, die ihn umgreift, in Bewegung, bestimmt ihre Proportionen, skandiert und ordnet ihre Rhythmen.

Er muss seine Entsprechungen, sein Echo in uns finden, er muss eine Art geistige Dimension besitzen. So sollte ja auch das Zimmer, in dem ich mich aufhalte, und sei es vorübergehend, in Einklang sein mit einem idealen Schema, das meinen Aktionen entspricht und sie bestimmt. Es gibt Zimmer, in denen man erstickt; sie erdrücken einen und verursachen physisches Unwohlsein – es sind unbewohnbare Raume. Ähnliches gilt für die Plastik. Ich suche nach einem Raum der dem dynamischen Bild, von dem ich gesprochen habe, gemäß ist. Volumen existieren nur in der Beziehung zu diesem unsichtbaren Element, und Aufgabe der Substanz einer Plastik ist es, seine Gegenwart fühlbar zu machen, seine innere Harmonie nach außen zu transponieren.“ Chillada besluit dan ook met een omgekeerd gezegde:

“Lieber eine Wolke van Vogeln am Himmel als einen einzigen in der Hand”

 

Vandaag deed ik mee aan een meditatie gegeven door een monnik uit Thailand. Hij vergeleek de ‘geest’ (“mind”) van de mens met een glas water. Je hebt 15 minuten nodig om de inkt die er in het water zit, je gedachten, te laten zakken, zodat het water weer helder wordt. Dan pas kun je met een heldere geest mediteren. Maar ook dan is het niet vanzelfsprekend dat geen gedachten je meditatie verstoren. Volgens hem bestaat meditatie uit 50% ontspanning en 50% concentratie of focus. Bijvoorbeeld op de ademhaling, op een visualisatie zoals het waarnemen van de zon, het inslikken ervan en de warmte ervan voelen vanuit je buik. Of als je helemaal ontspannen kunt ademen, je voorstellen dat je helemaal leeg van binnen bent, helemaal zonder organen, botten en spieren. De enige inhoud is adem, lucht. Dat is precies een beeld dat aansluit bij het werk van Chillada. Mediteren is dus eigenlijk een vorm van beeldhouwen met je eigen lichaam. De monnik die dezelfde voornaam had als ik, vertelde ook dat je meditatie gaat als een golfbeweging: concentratie gevolgd door ontspanning. Precies waar beiden bewegingen bij elkaar komen mag je iets van balans en van geluk ervaren. De kunst is nou om door oefenen die kloof tussen ontspanning en concentratie te verkleinen. Zodat je geestelijk niet meer op en neer gaat tussen hoog (concentratie – in het hoofd) en laag (ontspanning – rust en slaap). Geluk ligt dus volgens hem binnen handbereik door oefening, door meditatie en door inzet. Daarmee doelt hij op discipline, je verlangens gevoed door ervaringen van eerder geluk of vermeend geluk (chocolade, of ander voedsel, drank) niet alles bepalend laten worden. “No gain without pain” was zijn stelling. Ervaringen van troost (bijvoorbeeld chocolade eten) kleuren je geest en gevoelens van neerslachtigheid, een luie houding, gemakzucht, ordeloosheid en chaos in je leefruimte (en dus ook in je geest), kunnen verhinderen dat je jezelf aanzet om iedere dag die geestelijke ruimte die de meditatie biedt op te zoeken. Je leven op orde brengen begint met je omgeving te ordenen, je bed, je kast, je bureau, je kamer, je tijdsindeling, zoals de dagindeling, de tijd van slapen en werken, eten en ontspannen. Het klinkt simpel, en dat is het ook als je de stap durft te zetten om je leven binnen nieuwe coördinaten gestalte te geven. Nieuw in die zin dat je andere ruimte en tijdsdimensies toe laat die beter zijn voor je gezondheid en uiteindelijk voor je geluk.

 

John Hacking

24-10-2017

 

Bron: Chillida im geistlichen Raum, Hers. Martina Schleppinghoof und Kurt Danch, Köln, 1993 (Kunst-Station Sankt Peter Köln)

IMG_9293

Chillada: Münster naar aanleiding van de ondertekening van de Vrede van Münster

 

IMG_9297

F.M.: Eine ähnliche Beziehung zwischen Werk und Ort gibt es bei der jüngst eingeweihten Arbeit in Münster, die an den Westfälischen Frieden erinnert.

E.C: Ja, dieses Projekt für Munster, 1993, hat eine jahrelange Entwicklung hinter sich. Der Oberbürgermeister van Münster hatte mich seit langem darum gebeten. Oft habe ich mir den Platz angeschaut. Schließlich schuf ich diese beiden bankartigen Skulpturen, die einander gegenübergestellt sind. Sie haben Sitz und Ruckenstütze. Die Lehnen verweisen in einem mehr als 90 Grad großen Winkel in den Horizont, um gleichsam die ursprüngliche Idee Gottes bei der Erschaffung des Menschen auf diesen Ort herabzurufen. Die Arbeit zeigt, wie es um den Menschen bestellt sein konnte. Sie gestaltet die Idee des Verstehens unter den Menschen, wenn nämlich einer mit seinesgleichen spricht: in Weisheit, in Toleranz, in gegenseitiger Akzeptanz. Der Ort ist wie eine Einladung an die Menschen, damit sie sehen können, wie man im Geist des Friedens die Dinge, die trennen, besprechen und in eine Eintracht zusammenbringen kann.

 Eduardo Chillida in gesprek met Friedhelm Mennekes