Metaforen: bril op de werkelijkheid

In de exacte wetenschap heeft men het meestal niet op het gebruik van metaforen om een positie of standpunt te verduidelijken. De inzet van een metafoor weerstreeft meestal de ‘exactheid’ van een verklaring die bouwt op (wiskundige en logisch rationele) elementen, waar geen speld tussen te krijgen is. Filosofen daarentegen en andere schrijvers maken vaak dankbaar gebruik van een metafoor om hun verhaal te vertellen en te illustreren.  De filosoof Annemarie Pieper schetst in Die Sprache von Bildern in der Philosophie. Hans Blumenbergs Metaphorologie, een artikel over Hans Blumenberg, een derde weg hoe metaforen in te zetten in het discours. Blumenberg was een uitgesproken voorstander van het gebruik van metaforen waarbij fantasie een van de bouwstenen is om nieuwe metaforen te ontwikkelen. Pieper schrijft:

Hans Blumenberg (1920-1996) hingegen forderte jenseits der Metaphernfeindlichkeit des Logikers einerseits und der propädeutischen oder essenziellen Verwendung von Metaphern durch den Erkenntnistheoretiker andererseits eine neue Lesart philosophischer Texte: die sogenannte Metaphorologie, die sich mit der Bedeutung von Bildern befasst. Es ging ihm dabei um den Nachweis, dass Metaphern als Paradigmen im Sinn von Wirklichkeit erschließenden Verstehensmustern unverzichtbar für die Deutung philosophischer Thesen sind. Durch den Wirklichkeitsgehalt bildhafter Ausdrucke erhalten philosophische Theorien einen stärkeren Bezug zur Lebenswelt. Blumenberg betreibt seine Philosophie nicht unter Aus- oder Einschluss von Metaphern, sondern spricht als Interpret aus einer übergeordneten Sicht über Metaphern und ihre Unbegrifflichkeit. Metaphern sind das zentrale Thema seines gesamten Werks, durch das er Ergebnisse zu Tage fördert, die quer zu philosophischen Standardinterpretationen stehen und zu völlig neuen Einsichten fuhren. Odo Marquard hat ihn deshalb als “Verfasser dickleibiger Problemkrimis” bezeichnet.

Blumenberg zet de metafoor in als instrument om de werkelijkheid te leren verstaan vanuit een nieuw perspectief, omdat andere brillen om naar de werkelijkheid te kijken, niet altijd het gewenste resultaat opleveren. Dat nieuwe perspectief heeft dan voornamelijk betrekking op de relatie tussen het eigen leven, de leefwereld van het individu, en ontwikkelingen die zich in de maatschappij manifesteren, maar die niet met de geldende theorieën zijn te duiden of vallen te verklaren. De inzet van nieuwe metaforen kan zo tot nieuwe inzichten leiden. Voor Blumenberg is de inzet van metaforen een begaanbare weg in de filosofie, een weg die zonder metaforen niet denkbaar is. Daarom ontwikkelt hij een nieuw concept, dat van de metaforologie. Pieper beschrijft dat zo:

Die Kreativität der Fantasie war für Blumenberg ein fundamentaler Baustein für seine Konzeption einer Metaphorologie. In philosophiegeschichtlich breit angelegten Untersuchungen sollte geklärt werden, “unter welchen Voraussetzungen Metaphern in der philosophischen Sprache Legitimität haben können”. Er wirft die Frage auf, ob es “absolute Metaphern” gibt, für die ein logisch-begriffliches Äquivalent nicht konstruierbar ist, was dazu nötige, das Verhältnis von Logik und Fantasie, Begriff und Bild ganz neu zu bedenken. Der Metapher komme eine eigenständige Funktion dort zu, wo ein philosophisch relevanter Sachverhalt begrifflich nicht fassbar sei, gleichwohl aber auf andere Weise sprachlich angemessen artikuliert werden könne. (…) Es handle sich um eine “vérité à faire“, eine Wahrheit, die durch die Einbildungskraft erfunden werden müsse und gerade wegen ihrer Bildhaftigkeit zu überzeugen vermöge. Die Fantasie produziert Vorstellungen, die es zum Beispiel erlauben, den Kosmos wie ein Staatswesen und dieses wiederum wie ein organisch gewachsenes Konglomerat zu beschreiben, oder dazu ermuntern, die Wechselfalle des Lebens durch die Schiffs- und Reisemetapher zu erhellen.

Creativiteit, fantasie, flexibiliteit in denken en waarnemen, buiten de kaders leren te denken, niet vasthouden aan het eigen gelijk, niet aan de eigen opvattingen en waarnemingspatronen, niet alleen aan de denkmodellen die vertrouwd zijn en waarop je meent te moeten kunnen bouwen, is nodig om op deze weg van de metaforen verder te geraken. De metafoor die nieuw is en die verbindend werkt doordat deze leefwereld en gebeurtenis verbindt, schept zo een nieuwe mogelijkheid van waarnemen. Door de metafoor ga je pas echt zien, ga je verbanden zien, die voorheen onzichtbaar waren of waar je over heen keek omdat je niet open genoeg ervoor stond. De metafoor als een vorm van ‘waarheid’ om te doen – net zoals vrijheid ontstaat, al gaande de weg. Zoals de spreuk luidt: “Er is geen weg naar vrijheid, vrijheid is de weg.” De metafoor is in die zin meer dan een bril, meer dan een poging om nieuwe ontwikkelingen te zien en te duiden, te verklaren en te verstaan. Het voorbeeld van de Copernicaanse omkeer wordt aangehaald als een wijze van kijken naar de mens en de wereld, naar de plek van de aarde in de kosmos, om ten diepste te begrijpen dat de mens niet het middelpunt is van het heelal en dat niet alles om de aarde draait. Dat heeft ook veel met beleving, met zingeving en met duiding van de eigen existentie te maken. Welke plek neem je in, waar sta je voor, en waar moet het naar toe? Martin Heidegger baseerde zijn denken voor een groot deel op abstracte begrippen als het ‘Zijn’ en het ‘zijnde’, maar wat dat voor de relatie met mijn concrete leven betekende, maakte hij niet altijd evengoed zichtbaar. Hij bleef hangen in ‘algemeenheden’ zoals ‘zorg’, ‘zijn ten dode’, en andere omschrijvingen om dat concrete leven aan te duiden. Wat ik er zelf hier en nu mee kan en mee zou moeten, bleef vaak als vooronderstelling onzichtbaar. Blumenberg bewandelt een andere weg, Pieper schrijft:

Absolute Metaphern sind gleichsam Ein-Wort-Mythen. Anders als Ober- und Letztbegriffe, die sich – wie die Ausdrücke “das Seiende” oder “die Menschheit” – auf eine abstrakte Totalität an sich unbestimmt bleibender Gegenstande beziehen, enthalten absolute Metaphern in komprimierter Form eine Geschichte, die in unterschiedlichen Zusammenhängen auf vielfaltige Weise erzählt werden kann. “Die absolute Metapher”, so Blumenberg, “ springt in eine Leere, entwirft sich auf der tabula rasa des theoretisch Unerfüllbaren.” Als Platzhalter für die immense Fülle des Wirklichen, die aus formellen Gründen in geschlossenen Begriffssystemen keinen Platz findet, bezieht die Metapher lebensweltliche Versatzstücke in philosophische Theorien mit ein und vermittelt dadurch die fantasiegestützte Vorstellung eines komplexen Ganzen. Ein solches ist zwar empirisch nicht herstellbar, wohl aber bietet es als Netzwerk von Sinnzusammenhangen Orientierungshilfen für die unendliche Vielfalt von Verstehens- und Gestaltungsmöglichkeiten der Lebenswelt an, die nicht nur kognitiv, sondern auch ästhetisch befriedigen.

De metafoor is eigenlijk een soort sleutel om deurtjes in de complexe en gedifferentieerde werkelijkheid te openen zodat er een nieuwe kijk mogelijk wordt en een stukje nieuwe horizon zichtbaar wordt. Mij spreekt dat bijzonder aan omdat ook in de kunst een dergelijke wijze van benaderen pas echte inzichten oplevert. Hoe maak je bijvoorbeeld nefaste gevolgen van een ontwikkeling zichtbaar als veel partijen hierbij betrokken zijn en er belang bij hebben dat de status quo gehandhaafd blijft. Het klimaatprobleem en de veranderingen daarbinnen is een goed voorbeeld. De kunstenaar / filosoof kan met goed getroffen nieuwe metaforen zichtbaar maken waartoe ontwikkelingen kunnen leiden, ook al is dat niet wetenschappelijk grondig bewezen en berust veel op opnames en op fantasie. Alle literaire beschrijven van een ‘utopia’, of een ‘dystopia’, leunen op nieuwe metaforen en nieuwe verkenningen van een werkelijkheid die allen een fantastische component dragen. De verhalen van Jules Verne bijvoorbeeld, hoe absurd en vergezocht ze toen ook mochten klinken, toen hij ze neerschreef, hebben nu, anno 2022, veel meer realiteit gekregen dan tijdens hun ontstaan. Fantasie baant de weg naar de toekomst en naar de oplossing van problemen die positieve ontwikkelingen in de weg staan. Wat nu nog onbegrijpelijk, onkenbaar en misschien zelfs absurd klinkt in de ogen van een wetenschapper, burger of politicus, hoeft dat over 10 à 15 jaar niet meer te zijn. Pieper schrijft over de intenties van Blumenberg:

Am Ende von Schiffbruch mit Zuschauer präzisiert Blumenberg im Kapitel “Ausblick Auf eine Theorie der Unbegrifflichkeit” sein Konzept von Metaphorologie. Er mochte die Verwendung von Metaphern in der Philosophie als einen Spezialfall von Unbegrifflichkeit nachweisen, wobei er Unbegrifflichkeit nicht als Mangel verstanden wissen will, als Fehlen eines Begriffs, sondern als Charakteristikum einer  ursprünglicheren authentischen Bewusstseinsleistung, durch die eine der Begriffsbildung vorausgehende Beziehung zur Lebenswelt hergestellt wird. Wer Metaphern als Leitfossil benutzt, dem erschließt sich nach Blumenberg eine “archaische Schicht des Prozesses der theoretischen Neugier”. Er gelangt an den Ursprung philosophischen Wissenwollens, der das Motiv für sämtliche Wissensbildungs- und Begriffsprozesse enthalt. (…) Vom wissenschaftlichen Standpunkt aus wird die Metapher freilich als Störfaktor wahrgenommen, weil sie die Erkenntnisse, die mittels bewahrter Denkschemata – wie etwa das Reiz-Reaktionsmuster oder das Kausalprinzip – gewonnen sind, über den Haufen wirft und damit die Einheit der Welt sowie der Erfahrung von Welt zu sprengen droht. Doch für Blumenberg ist diese Sprengkraft der Metapher notwendig, um einer Verarmung unseres Wissens durch die Fokussierung auf Begriffe und Formeln vorzubeugen. Indem sie “den Reichtum ihrer Herkunft, den die Abstraktion verleugnen muss”, konserviere, befriedige die Metapher unser Bedürfnis nach lebensweltlicher Sinngebung. Im Übrigen habe der Vorwurf der Ungenauigkeit, der Metaphern seitens des begrifflichen Denkens gemacht werde, eine Entsprechung in der Ungenauigkeit höchster abstrakter Begriffe – wie Sein, Geschichte, Welt -, die sich auf eine unserer Erfahrung nicht zugangliche Totalität bezogen. Die Metapher stelle den Kontakt zu unserem vor- und unbegrifflichen Wissen her, ohne das rationale Konstrukte als reine Spekulation in der Luft hangen wurden.

De metafoor is dus niet alleen een mogelijkheid om vanuit een nieuwe bril naar de werkelijkheid te kijken, maar hij is een ook brug, hij vervult een brugfunctie tussen ons begrijpelijk en voor-begrijpelijk kennen van de werkelijkheid en de ontwikkelingen daarbinnen. De metafoor levert een ervaring van zinvolheid omdat de beschouwer inzichten verwerft die hij/zij eerst niet had. Het kwartje valt, en dat geeft vreugde. Opeens wordt een nieuwe weg zichtbaar, een nieuwe route met nieuwe mogelijkheden. De uitdaging is nu, om op basis van creativiteit en fantasie, nieuwe metaforen te ontwerpen, te bedenken, te scheppen. En uitdagingen liggen er genoeg: in de politiek, in het sociale leven, in de wetenschap, in de steden en dorpen op aarde waar armoede heerst, geweld, onderdrukking, oorlog. Oorlog voeren is in die zin een onderneming die alleen maar verliezers kent: de oorlog vreet zijn eigen kinderen op en er blijft niets over om van te genieten, want de steden liggen plat en de kerkhoven liggen vol met lijken. Achter blijven ‘legers’ van treurenden, van diep gekwetste en geraakte overlevenden, soms vol haat naast de bergen van verdriet die ze met zich mee torsen. Iedereen die achter een leider aanloopt die alleen maar leugens kan produceren om zijn eigen waanidee te rechtvaardigen, dat de oorlog gerechtvaardigd zou zijn, is meer dan dom. Hij/zij gaat zijn eigen ondergang met open ogen tegemoet. Hij/zij staat voor de afgrond en denkt dat de weg verder loopt omdat de ogen gesloten zijn en de leider roept. Zelf zal die leider zich niet opofferen voor dit ‘hoge’ doel, net zo min als de haatpredikers die hun aanhangers met bomgordels de massa insturen om via deze weg in het paradijs te belanden. Deze voorbeelden maken duidelijk – ook door de beeldspraak van ‘platgebombardeerde steden’, ‘graven’, ‘lijken’, ‘bomgordels’, (zeker tegen de achtergrond van de actualiteit) hoe beelden kunnen werken in tegenstelling tot (abstracte) begrippen, die de werkelijkheid reduceren tot rasterachtige schema’s. Pieper schrijft:

Dabei wird den Lesern Blumenbergs anschaulich vor Augen geführt, worin die Überlegenheit des Bildes gegenüber dem Begriff besteht: Das Bild macht aufgrund der Vielfalt seiner Verwendungsweisen den ganzheitlichen Zusammenhang von Welt und Mensch kaleidoskopartig sichtbar. Der Begriff hingegen reduziert die Viel und Mehrdeutigkeit der metaphorischen Rede auf ein abstraktes Raster, das als bloßes Konstrukt zwar kein Gegenstand der Erfahrung ist, gleichwohl aber dazu beitragt, dass wir unsere Lebenswelt nicht als ein blind zusammengewürfeltes Zufallsprodukt wahrnehmen, sondern als ein in sich komplettes Gebilde, dem ein Sinn – in der doppelten Bedeutung des Wortes – innewohnt.

De dreigingen waar wij als mensen aan blootstaan, ook in onze concrete samenleving, krijgen door het beeld in de krant en op tv en social media een concreet gezicht. Een boerderij waar alle varkens of kippen worden geruimd met duizenden kadavers spreekt boekdelen. Een kerkhof in Brazilië waar elke dag honderden doden bijkomen (zoals een dik jaar geleden) door het coronavirus, een aantal dat maar niet lijkt te stoppen, weerspreekt elke tegenstander van vaccinatie dat er niks aan de hand zou zijn. Partijen zoals FVD (Fanatiek voor Demagogie) die in reclamespotjes een hele serie ‘nationale’ gebeurtenissen en grootheden presenteren, alsof het alleen een ‘Nederlandse’ zaak zou zijn, met ‘Nederlanders’ (ook al bestond het land toen nog niet) doen alsof dit allemaal identiteit bepalend is voor de eigen partij. Terwijl ze zelf nog nooit een vinger hebben uitgestoken om een kleine bijdrage te leveren aan het welzijn van ons land en zijn bewoners.

Het beeld kan worden ingezet om te overtuigen maar ook om te liegen, of om het publiek met valse sentimenten over te halen naar het eigen standpunt. De metafoor kan op veel manieren worden ingezet en er zijn geen garanties vooraf dat de werkzaamheid ervan voor velen dan ook positief uitpakt. Nu de oorlog van de Russische dictator openlijk steunen, is hetzelfde als zeggen dat je voor een dictatuur bent, maar je maakt daarmee ook duidelijk dat er voor jou in een democratie geen plaats is. Politici bij wie dit kwartje nog niet is gevallen zijn net zo dom als in de 30er jaren in de Weimarrepubliek in de vorige eeuw. Met ‘democratische’ middelen en knokploegen en intimidatie de verkiezingen winnen en dan na een paar maanden het hele politieke systeem ontmantelen en vervangen voor een dictatuur. De zondebok als afleidmanoeuvre en als willig slachtoffer waar anderen hun ressentiment op bod kunnen vieren, hun minderwaardigheidscomplexen en hun ingehouden woede, omdat hen niet recht wordt gedaan in deze maatschappij. We zien het weer voor onze ogen gebeuren, we geloven het niet, we willen het niet zien, de mens kan toch niet zo slecht en verdorven zijn? Rusland, China, de leiders zijn toch niet zo gek, dat ze een wereldoorlog riskeren? De mens is een bekrompen wezen, de schrijver Cioran, heeft er zijn leven aan gewijd om dat te betogen, en deze bekrompenheid kan leiden tot de ergste rampen. Maar het tegendeel is ook het geval: de mens kan ruimhartig, ruimdenkend en empathisch optreden waardoor velen gered kunnen worden. Inzetten van metaforen, van fantasie en van durf om de mens verder te brengen op de weg van welzijn en persoonlijk welbevinden – en dat niet alleen voor een bevoorrecht groepje – of enkel per land – is een uitdaging die wij kunnen oppakken. Met beide handen. We hebben een wereld te winnen.

John Hacking

12 mei 2022

Annemarie Pieper, Die Sprache von Bildern in der Philosophie. Hans Blumenbergs Metaphorologie, in der blaue reiter 49 (2022): Schöne Theorie, p. 68-71