Wereld en zelf, zelf en wereld 1

Taal is fundamenteel voor de wijze waarop wij ons verhouden tot de wereld. Zonder taal geen verbinding, geen relatie. Taal niet alleen naar de wereld toe, maar ook naar onszelf. Wie en wat we zijn ontdekken we pas door middel van taal. Lichaamsbewustzijn dat niet omgezet is in taal, opdat we ervaren wat we voelen, wat we zijn, blijft vaag en onbestemd. Een baby huilt, heeft honger, heeft het koud of warm. Huilen zet hij in om zijn ongemak te uiten, maar het is geen bewuste daad. Pas als kinderen groter worden en hebben ontdekt dat huilen werkzaam kan zijn zetten ze het in om hun doel te bereiken door te dreinen. Als je goed luistert hoor je aan de klank en het ritme van het huilen of het een vorm van manipulatie is of niet. 

Waarschijnlijk zijn we voortdurend in een gesprek met ons zelf, zeker als we een taal geleerd hebben om mee te communiceren. Schrijven zou je een vorm van zelfgesprek kunnen noemen en ook (na)denken. Hannah Arendt wees al op de kracht van het denken en de rol daarvan bij de vorming van een identiteit en zelfbewustzijn. Door te denken neem je de wereld niet voetstoots aan. Je maakt een pas op de plaats en kijkt op een afstand naar je zelf en naar je ervaringen en relaties. Denken is dus een goede manier om stil te staan bij je leven en je handelingen. Zit je wel op de goede weg, waartoe leidt al je activiteit, wat levert ze op voor je kwaliteit van leven en word je er blij van (of gelukkiger)? Zo zijn we misschien voortdurend op zoek naar de vervulling van ons leven, als we ons tenminste niet voortdurend laten afleiden door wat de wereld te bieden heeft aan genot en vertier. 

De filosoof Michael Andrick schrijft dat wij pas onszelf leren ontdekken door de geschiedenis van onszelf. Als we ons levensverhaal vertellen en voortdurend aanpassen in ons denken en in onze gesprekken. Ook de herinnering is aan verandering onderhevig, zo zit je opgesloten in een dynamisch proces van verandering. Andrick schrijft: 

Erst das van sich selbst erzählende Ich macht das Selbst; mein Selbst ist die Geschichte davon, wer ich bin. Nur in diesem Sinne ist es »schon da«: Ich kann es mir wie einen Schattenriss aus meiner Erinnerung wieder und wieder zeichnen, jedes Mal ein wenig anders. Diese Erzählung bedeute alles. Sie zeigt meine Vorstellung davon, was meine. Mühe lohnt, auf welchem Weg mein Leben mir gelingt und wie es mir entgleiten konnte. Meine Geschichte ist nur im stillen Gespräch des Nachdenkens und im vertrauensvollen Austausch mit anderen lebendig; sie ist Ausdruck meiner Wertvorstellungen und hat keinen Maßstab, kein Richtmaß außer diesen. Auf die Wertvorstellungen einer Person kommt für ihr Leben alles an, denn sie leiten ihre Bestrebungen. (Pag. 23)

Andrick stelt dat wij in ons geestelijk leven door nadenken over onszelf pas ontdekken wat wezenlijk voor ons is. In onze moderne tijd kan dat betekenen dat er geen vaststaand corpus aan ervaringen meer bestaat dat houvast kan bieden bij de levensoriëntatie. Grote religies proberen dat wel aan te bieden maar als je niet gelovig bent en niet bij een religieuze beweging bent aangesloten komt het op je zelf neer om de weg te vinden op het terrein van wat waardevol voor je is. En dat valt vaak niet mee. Je blik op jezelf en op de wereld is dan confuus en je identiteit misschien wel wankel omdat je nog niet ontdekt hebt waar je voor staat en waar je voor wilt staan. Iedereen die opgroeit kan hierover meepraten. Andrick vervolgt:

So zu leben erfordert ein besonderes Handwerk des Selbstumgangs. Wir benötigen eine Routine, uns eigenständig Wertvorstellungen zu machen, sie an der Erfahrung zu bewahren und uns selbst in diesem Zuge als Persönlichkeit zur Welt zu bringen. Der moderne Mensch ist nicht einfach da, er ist er selbst. Als ein Selbst Ich zu sein erfordert die Fähigkeit, sich selbst zu erzählen. Anders gesagt: Ich werde ich selbst, indem ich meine Geschichte erzähle. […]

Die Geschichte davon, wer ich bin – mich selbst also -, kann ich niemals wieder genau so erzählen, wie ich es heute tun wurde. Eben das bedeutet es, dass ich lebe und noch nicht erstarrt bin: dass ich geformt werde und mich selbst forme; dass ich mir wohlbekannt bin und doch beim Erzählen meiner Geschichte stetig ein etwas anderer werde. Ich reagiere auf meine Erfahrung im stillen Gespräch mit mir, indem ich meinen Begegnungen mit Dingen, Kräften und Menschen nachdenke – also hinter ihnen her und gleichsam tastend um sie herum denke und ihre Zusammenhänge und Abstände untersuche. Dabei begegnet das Fremde, das meine Erfahrung mir zeigt, meiner Geschichte und verwebtsich mit ihr. (Pag. 29)

De maatschappij waarin wij leven en die wij samen gestalte geven reikt ons ook kader aan en perspectieven hoe wij naar ons leven kunnen kijken. Om greep te krijgen op de ontwikkelingen in de maatschappij en op ons eigen leven heeft een nieuwe methode zijn intrede gedaan met de introductie van de computer. Het verzamelen van informatie is daarbij de belangrijkste bezigheid. De filosoof Byung Chul Han schrijft daar kritisch over, en noemt dit tijdperk een Tweede Verlichting, als hij zegt:

Now, transparency is the buzzword of the second Enlightenment. Data are supposed to be a pellucid medium. As Brooks describes them, data afford a ‘transparent and reliable lens’. The imperative of the second Enlightenment declares: everything must become data and information. The soul of the second Enlightenment is data totalitarianism, or data fetishism. Although it announces that it is taking leave of all ideology, dataism itself is an ideology. It is leading to digital totalitarianism. Therefore, a third Enlightenment is called for -in order to shine a light on how digital enlightenment has trans-formed into a new kind of servitude. 

Door het verzamelen van data denken wij in onze maatschappij meer greep te kunnen krijgen op de ontwikkelingen die daar plaatsvinden en is manipulatie van de samenleving in de toekomst mogelijk. Dat vindt plaats op veel terreinen en ook het zelf en de verhalen die wij onszelf vertellen zijn daarvan niet uitgesloten. Een voorbeeld zijn actueel ook de zogenaamde “complottheorieën” die tijdens deze corona-pandemie rondgaan, waaraan mensen zekerheid en houvast ontlenen. Deze vormen van betekenisgeving zijn op data gebaseerd die het individu (of de groep) verzameld heeft en waarmee een andere duiding gegeven wordt aan de gebeurtenissen en de persoonlijke ervaringen dan bijvoorbeeld de kanalen van de zogenaamde “officiële wetenschap”. Maar hoe je het wendt of keert, het zelf verhoudt zich tot de wereld op basis van betekenisgeving die weer berust op een verzameling van data en de duiding daarvan vanuit een bepaald perspectief. Het gevaar schuilt nog niet zo zeer in het verzamelen en gebruik van data maar meer in het soms absolute geloof in die dataverzamelingen als enige heilzame weg ten goede, waarbij voor het gemak het eigen perspectief, de eigen context, de eigen doelstellingen en de eigen vooronderstellingen en (voor)oordelen niet zo scherp tegen het licht worden gehouden als zou moeten. In feite kun je met een grote verzameling data elk mogelijk fenomeen verklaren – zeker als het publiek waar de voorstelling voor bedoeld is, niet zelf nadenkt of niet de middelen heeft om deze voorstelling (en de vooronderstellingen en heimelijke doelstellingen) te bekritiseren. Byung Chul Han schrijft: 

Big Data is supposed to be freeing knowledge from subjective arbitrariness. By this logic, intuition does not represent a higher form of knowing; instead, it represents something merely subjective -a stopgap compensating for the shortage of objective data. In complex situations, the argument goes, intuition is blind. The mistrust even extends to theory, which is suspected of being an ideology: if enough data are available, it should prove superfluous as well. The second Enlightenment is the age of purely data-driven knowledge. Anderson’s visionary rhetoric goes: ‘Out with every theory of human behavior, from linguistics to sociology. Forget taxonomy, ontology, and psychology. Who knows why people do what they do? The point is they do it, and we can track and measure it with unprecedented fidelity. With enough data, the numbers speak for themselves.’

Daarom werken grote techgiganten onophoudelijk aan de uitbreiding van hun databestanden, worden pogingen ondernomen om op elk terrein van het leven invloed uit te kunnen oefenen, wordt alles gemeten en vastgelegd, worden de mazen in de netten waarmee de dataverzamelaars de mensen willen vangen steeds kleiner en moeilijker te vinden. Geraffineerd worden mensen op internet benaderd om zoveel mogelijk van zichzelf prijs te geven. En raken daardoor steeds meer verstrikt in de tentakels van de manipulators. Zelf blijven nadenken, stil staan bij de ontwikkelingen, is levensnoodzakelijk opdat je in je eigen verhaal dat je aan jezelf vertelt, je zelfbeeld, een zekere mate van vrijheid blijft ervaren. Andrick waarschuwt voor het conformisme en de houding van de conformist, de burger die steeds meer een uitvoerend ambtenaar wordt, zonder zelf na te denken over de consequenties van zijn handelen. Het hoogst bereikbare aan verlossing in dit leven is een carrière als (tevreden) functionaris in een grote en bekende onderneming waar je dan je identiteit aan ontleent. Of die onderneming meewerkt aan de ondergang van de samenleving door handelen dat mensen misschien onderdrukt, verslaafd maakt, of anderszins negatief beïnvloed omdat alleen de winst voor de aandeelhouders telt, is dan minder relevant want kritiek op die gang van zaken bedreigt dan jouw bestaanszekerheid en toekomstperspectief. Je past je aan of je vliegt eruit. Andrick stelt dat oog blijven houden voor het vreemde, voor onze relaties, voor de samenhang waarin wij ons bevinden, noodzaak is om een zekere mate van humaniteit in ons leven te ervaren: 

Mein Leben steht zu jeder Zeit unter tausend Bedingungen; ich stelle mir selbst und Anderen aber auch meine Bedingungen. Das ist die Arbeit des Lebens: das Dulden der Dinge und der Anderen und das Hervorbringen und Erhalten meiner selbst mit ihnen und auch gegen sie. All dies geschieht im Angesicht meines sicheren Endes und deshalb mit dem Ernst eines einmaligen Tuns. Die dabei gesammelte Erinnerung ist unsere Lebenserfahrung; der dabei aufgespannte gedankliche und emotionale Horizont ist unsere Lebensweisheit. Unsere Mitmenschlichkeit aber ist nicht allein von unserer Lebenserfahrung und Lebensweisheit bestimmt. Mitmenschlichkeit ist Miterleben mit dem Willen, Anteil zu nehmen; mit dem Entschluss, die Gemeinsamkeiten unserer Schicksale solidarisch und deshalb auch tätig anzuerkennen. Humanität ist immer persönlich, konkret und momentan; sie zeigt sich in den Augenblicken, in denen wir das Leben anderer Menschen wahrnehmen und mittragen wollen, so wie wir unseres tragen. (Pag. 30)

Begaan zijn met de anderen op onze levensweg zoals wij met onszelf kunnen zijn begaan. Opkomen voor de ander net zoals wij opkomen voor onszelf. Dat is een hele opgave en van betekenis voor ons zelfbeeld en voor ons welbevinden. Corona laat dit des temeer zien. Al zouden we allemaal in Nederland zijn gevaccineerd, als veel landen daarbuiten niet meedoen in dit proces, kan het virus zich razendsnel in nieuwe varianten ontwikkelen en helpt ook uiteindelijk die vaccinatie niet afdoende. Egoïsme en nationalisme doen ons uiteindelijk de das om. Het virus zal de sterkere blijken. Andrick pleit dan ook voor een nadenken, een vorm van filosoferen als levenshandwerk:

Philosophieren heißt, bewusst daran arbeiten, der Mensch zu werden, der wir für uns selbst und andere sein wollen. Zu diesem Handwerk gehört es, gezielt solche Erfahrungen zu suchen, von denen wir uns Fortschritte auf diesem Weg erhoffen. Will ich eine glaubwürdige Führungspersönlichkeit sein, die mit vielen unterschiedlichen Menschen gut harmoniert, so werde ich mich möglichst schwierigen, vielleicht überfordernden Führungsaufgaben aussetzen wollen. Diese Tätigkeiten werden mir Erlebnisse und Einsichten verschaffen, die mich umsichtiger und kluger für meinen ganz bestimmten Lebensweg machen. So erlange ich die Lebensweisheit,  nach der mein Leben verlangt. So erlerne ich das Handwerk meines Lebens. (Pag. 30-31)

Door over onszelf na te denken, over wat we meemaken, met wie we ons bevinden op deze aarde, waar we het voor doen en willen doen, wat echt belangrijk is en wat niet, kunnen we een stuk verder komen en geven we invulling aan ons leven. Misschien wel met meer bevrediging dat dan we ons alleen laten leiden door de leuzen van de consumptiemaatschappij. Misschien wel veel meer dan dat we voortdurend zijn afgeleid en worden bezig gehouden. Dat laatste zou je ook de nieuwe religie van onze tijd kunnen noemen: consumptie als opium van het volk. We ontdekken pas wie we echt zijn en wie we echt willen worden als we energie steken in dit onderzoek door na te denken over onszelf, onze ambities, ons falen, en onze relatie tot onze medemensen die een invloed op ons uitoefenen. Niks is perfect, alles kan anders, soms beter, soms maken we ons wat wijs. Maar in het zelfgesprek kunnen we ook afstand bewaren tot onszelf en onze gedachten, zoals Andrick stelt: 

Irrtümer ein und neue Einsichten zu, kurz: Wer ein Selbstgespräch führt, bewahrt sich einen Vorbehalt gegenüber dem, was ihm gerade durch Kopf und Glieder geht. Denn was mich gerade beschäftigt und treibt, konnte Unsinn oder ungerecht sein, und das weitere Gespräch mit mir selbst und mit nachdenklichen Anderen konnte mich das lehren. Wer mit sich selbst spricht, will wissen, was er wirklich Grund hat zu denken und zu tun. In diesem Sinne sagt Andrej Platonow: »Sich mit sich selbst zu unterhalten ist eine Kunst, sich mit anderen Menschen zu unterhalten Zerstreuung.« 

Im Selbstgespräch kritisieren wir nicht nur unser eigenes Denken; wir machen darin auch einen Vorbehalt gegen unser gewohntes Tun und gegen das Verhalten unserer Umgebung geltend. Was wir eben gerade denken, wird vom Selbstgespräch in Frage gestellt, und deshalb tun wir auch nicht einfach/ was unser aktuelles Denken uns nahelegt, und wir akzeptieren das auch bei den Anderen nicht. Wir zögern und schauen noch einmal. Moralisch sein heißt, mit sich selbst sprechen und sich damit das letzte Wort vorbehalten, das wir als Mensch über unsere Verhältnisse ja auch tatsachlich haben. Moralisches Nachdenken wird zu moralischem Handeln, wenn wir dieses letzte Wort dann auch aussprechen und die Konsequenzen tragen. (Pag. 32)

Uiteindelijk komt het hierop neer dat wij ook onze inzichten die wij opdoen in ons nadenken over onszelf en onze wereld durven leven en durven uitdragen. Tegenover het argument van de big data staan we niet machteloos, zeker niet als die data worden ingezet om ons in het keurslijf van kritiekloze consument te dwingen die alles maar moet slikken. Er zijn alternatieven en alternatieven zullen er altijd zijn. Zowel in hoe wij naar onszelf kijken en hoe wij naar de wereld en naar de levensinvulling in die wereld kijken. Tijd dus om eens goed te gaan nadenken over de vragen die er toe doen. En je hebt er niet zo heel veel voor nodig, hoogstens goede wil en wat energie en tijd. Veel inspiratie. 

John Hacking

Bron: 

Han, Byung-chul, Psychopolitics. Neoliberalism and new Technologies of Power, Brooklyn 2017, (Versobooks) (Pag. 57-58)

Michael Andrick, Erfolgsleere. Philosophie für die Arbeitswelt, Freiburg München 2020, (Verlag Karl Alber)