God in de leegte – leegte als Theotopie (1)

“Oog in oog met het niets merken we namelijk dat we niet alleen ‘iets’ werkelijks zijn, maar dat we scheppende wezens zijn die uit het niets iets te voorschijn kunnen laten komen. Beslissend is dat de mens zichzelf kan ervaren als de plaats waar uit niets iets en uit iets niets voortkomt.”
uit: R. Safranski, Heidegger en zijn tijd (1)

Wir können das Wort ‘Gott’ nicht reinwaschen,
und wir können es nicht ganz machen;
aber wir können es, befleckt und zerfetzt wie es ist,
vom Boden erheben und aufrichten.

Martin Buber (2)

Voorwoord

Leegte en niets zijn niet hetzelfde. Leegte verwijst, een niets kan worden aangeduid als vorm van leegte en omgekeerd, maar waar spreken we dan over? In deze verkenningen onderzoek ik leegte in relatie met God, met goddelijke aanwezigheid, dat wil zeggen, geduide aanwezigheid en afwezigheid. Geduid wil op zijn beurt weer zeggen dat het onderdeel is van een semiose, een proces van betekenisgeving. In dit proces wordt een al cirkelend rond de leegte en rond de duidingen van die leegte een verkenningstocht gemaakt in de hoop dat er iets te zeggen valt over de relatie God en leegte, leegte en God. Dat is geen makkelijke weg om te gaan want leegte en God laten beiden eigenlijk geen invulling toe, tenminste als die invulling de pretentie heeft om waarheid boven te halen die onomstotelijk vast staat. God blijft zich onttrekken aan ons proces van betekenisgeving. Invulling verwarren met wie en wat God is wijst op blasfemie, afgodendienst, want dan maak je eigen betekenissen tot God. Hetzelfde kan worden opgemerkt voor de leegte, hoewel die in tegenstelling tot God aanwijsbaar is, zoals een beker die water bevat en die dat alleen kan bevatten als hij vooraf leeg is. De lege pagina is de voorwaarde voor de zwarte letters die de woorden vormen en een zekere leegte tussen de letters is voorwaarde voor de leesbaarheid van die woorden. Hier is de leegte concreet. Maar hoe zit het met God? Hoe concreet kan God worden in relatie met de leegte of misschien wel het ‘Niets’? Niets met hoofdletter en zonder hoofdletter, is er een metafysisch verschil, een duiding die het niets met kleine letter afzet tegenover het Niets met hoofdletter? Waarover spreken we dan?

Waarom zouden we God in verband met leegte, met niets, met het Niets moeten brengen? Wat is dan de winst? Wat levert ons dit op? In voorafgaande jaren heb ik onderzocht hoe het sacrale en goddelijke bij sommige kunstenaars ter sprake kwam in het geschilderde landschap. Dat leidde tot een tweede onderzoek waarin verkend werd waarom het lichaam in de filosofie weinig aandacht heeft gekregen en waartoe dit heeft geleid, ook met het oog op een God in het lichaam, of een lichamelijke God. Zelfbeeld en wereldbeeld stonden centraal. Dit leidde weer tot een volgende studie die de plaats van God in de kosmos tegen het licht hield, geïnspireerd op mystieke en poëtische teksten. Tenslotte is dit vierde deel een voortzetting die God en de betekenis van God, wereld en zelf (van de mens) bekijkt tegen de achtergrond van de leegte.

Vragen worden gesteld, zonder de pretentie van (afdoende) antwoorden, gedachten-lijnen worden uitgezet zonder garantie aan te komen bij een doel. Het plezier in het samen-lezen van auteurs die zich op dit raakvlak bevinden, de weergave hiervan, de reflectie hierop, maken deze onderneming persoonlijk de moeite waard. Hier komen een aantal thema’s bij elkaar die mij al een leven lang bezighouden, ook in de vorm van poëzie. Misschien ook inspirerend voor de lezer die hiervan kennis neemt.
Veel citaten van andere auteurs vormen (ook in het notenapparaat) een vast onderdeel van de tekst, zonder dat elk citaat wordt toegelicht. We staan altijd op de schouders van anderen en vertellen zo ons eigen verhaal. Ook vaak in het Duits. Ik ga er voor het gemak vanuit dat de lezer deze taal machtig is, anders zou ik alles in het Nederlands moeten vertalen. Meertaligheid, (taal)grenzen overschrijden, taalculturen delen, het kan alleen maar bijdragen aan een brede en open blik. Ik gun de lezer het delen in dit persoonlijk avontuur dat ik hiermee onderneem.

ORIGEN

La luz es demasiado grande
para mi infancia.
Pero ¿quién me dará la respuesta jamás usada?
Alguna palabra que me ampare del viento,
alguna verdad pequeña en que sentarme
y desde la cual vivirme,
alguna frase solamente mía
que yo abrace cada noche,
en la que me reconozca,
en la que me exista.

Pero no. Mi infancia
sólo comprende al viento feroz
que me aventó al frío
cuando campanas muertas
me anunciaron.

Sólo una melodía vieja,
algo con niños de oro, con alas de piel verde,
caliente, sabio como el mar,
que tirita desde mi sangre,
que renueva mi cansancio de otras edades.

Sólo la decisión de ser dios hasta en el llanto.

Alejandra Pizarnik (3)

URSPRUNG

Das Licht ist zu gross
für meine Kindheit.
Doch wer gibt mir die nie verwendete Antwort?
Irgendein Wort, das mich vor dem Wind beschützt,
irgendeine kleine Wahrheit, auf die ich mich setzen
und von der aus ich mich erleben kann,
irgendeinen Satz, der nur mein ist,
den ich jede Nacht umarme,
in dem ich mich wiedererkenne,
in dem ich für mich existiere.

Aber nein. Meine Kindheit
versteht nur den grausamen Wind,
der mich in die Kälte wehte,
als tote Glockentürme
mich ankündigten.

Nur eine alte Melodie,
etwas mit Goldkindern, mit grünhäutigen Flügeln,
warm, weise wie das Meer,
das von meinem Blut her fröstelt,
das meine Müdigkeit aus anderen Zeitaltern erneuert.

Nur die Entscheidung, Gott zu sein, bis in die Trauer.

Vertaling: Juana und Tobias Burghardt

Noten

1 Rüdiger Safranski, Heidegger en zijn tijd, 2017 (Olympus, Uitgeverij Atlas Contact), p. 207

2 In: Helmut Zwanger, Karl-Josef Kuschel, (Hrsg.), Gottesgedichte. Ein Lesebuch zur deutschen Lyrik nach 1945, Tübingen 2011, (Klöpfer & Meyer), p. 5

3 Alejandra Pizarnik, Genizas Asche, Asche, 1956-1971, Spanisch un Deutsch. Herausgegeben und übertragen von Juana und Tobias Burghardt, Zürich 2002 (Amman Verlag), pp. 70-71


Dit is het eerste deel uit mijn essay: God in de leegte. Het hele essay is te lezen (eventueel te koop) (en te downloaden) op: