Rond diversiteit en divergentie en de horizon in het pastoraat

Afbeelding

Rond diversiteit en divergentie en de horizon in het pastoraat 

De mens is een wezen dat verschillen ervaart in de waarneming van de werkelijkheid. De wereld waarin hij leeft kan hij onderscheiden, ze is divers, ook van zijn lichaam. Onder wereld versta ik verschillende dingen die ik niet zo strikt onderscheid, maar waar ik een beetje mee speel. Wereld als wereldbeeld, als concept, maar wereld ook als concrete leefruimte, het letterlijke landschap, de plek waar je leeft en waar je woont en je voortbeweegt. Wereld als idee en wereld als ruimte lopen een beetje door elkaar.

De mens kan onderscheiden en scheiden tussen de wereld waarin hij leeft en zichzelf als deel van die wereld; hij kan zichzelf ervaren als een zelfstandige grootheid. Hij staat in de wereld, maakt er deel van uit, is wereld, is deel, is onderdeel van het geheel, maar kan er toch afstand van nemen en zichzelf beschouwen als bijzonder.

In het etymologisch woordenboek wordt bijzonder omschreven als “[speciaal, opmerkelijk], middelnederlands bisonder, besonder (in het bijzonder, vooral, afzonderlijk), een samenstelling van bi en sonder [zonder, behalve, (zowel uitsluitend als insluitend) bijzonder, vooral, zeldzaam]”

De mens is dus bijzonder is een aantal opzichten: hij is de bijzonderheid in optima forma, hij is vleesgeworden bijzonderheid die kan insluiten en uitsluiten. Of hij van alle schepsels het meest bijzondere (en daarom ook zeldzaamste) is, laat ik even buiten beschouwing omdat dit nieuwe vragen oproept die buiten dit bestek vallen. Religieus gezien zijn ze relevant. Maar “de mens als kroon op de schepping” brengt ons in een nieuw discours dat ik hier niet wil voeren- liever een andere keer.

Als je de mens als wezen in de ruimte van de wereld beschouwt, in het landschap, een wezen dat zelf ruimte inneemt en bewegend deelneemt aan de ruimte omdat hij niet als een plant geworteld is in de aarde, komen een aantal (nieuwe) dimensies aan het licht. Ruimte en beweging in de ruimte geven de mens mogelijkheden. Niet alleen om zich te verplaatsen, een vorm van vrijheid, van zich bevinden en zich verhouden tot, maar ook geven ze hem nieuwe inzichten omdat de ruimte iets met hem kan doen. Het vergezicht (op een hoogte in het landschap) brengt hem letterlijk bij hem vandaan, laat hem zien dat er meer is, veel meer, dan de beperkte ruimte die hij soms kan waarnemen. Het vergezicht kan hem inspireren, en zo dragen, bemoedigen en aanvuren om te verkennen, om te ontdekken hoe ontzagwekkend de wereld kan zijn. Maar hij kan ook verdwalen als hij eenmaal zijn reis in de wereld heeft ingezet. In het etymologisch woordenboek staan een paar termen die met deze wandeling in de wereld en waarneming van de wereld samenhangen. Het zijn deze:

divergeren: uiteenwijken; latijn: divergere, verdwalen, de verkeerde kant opgaan, van dis (uiteen) en vergere (overhellen, naderen, ten einde lopen) indogermaans verwant met wringen en wurgen.

divers: verschillend; latijn: diversus, naar verschillende kanten gekeerd, verschillend, van divertere (verleden deelwoord diversum) (verschillend), van dis (uiteen) en vertere (keren, wenden, draaien) indogermaans met worden

diversiteit: verscheidenheid; latijn diversitatem, 4e naamval van diversitas (verschil), van diversus

diverteren: zich diverteren, zich vermaken; latijn: divertere, weggaan, verschillen, eigenlijk afwenden, afleiden) van dis (uiteen, weg van) en vertere (keren, wenden) indogermaans verwant met worden

divertikel: uitstulping; latijns diverticulum, deverticulum (zijpad, ook kroeg, herberg) van divertere.

bron: Van Dale – Etymologisch woordenboek

Afbeelding

Het zijn allemaal begrippen die de beweging in en naar de wereld als het ware al veronderstellen of ervan uitgaan. Het zijn dynamische begrippen die de dynamiek van de beweging belichamen. Maar het zijn ook begrippen die in hun actuele uitvoering door het subject, de mens die divergeert, diverteert, die diversiteit waarneemt, effect hebben op het subject zelf en zijn zelfverstaan. Het doet iets met het subject als de wereld voor hem vragen oproept, niet past in de mal van een vooropgestelde visie, niet overeenkomt met wat men misschien verwacht. De (diverse) wereld slaat als het ware zo terug op het zelfverstaan van het subject. De wereld laat zien dat er ook ‘andersheid’, ‘anders-zijn’ mogelijk is, dat niet alles hetzelfde is. Natuurlijk had het subject al veel eerder ontdekt dat het eigen zelf niet gelijk is aan de wereld tegenover hem, maar diversiteit, divers zijn van datgene buiten hem maakt hem daar extra bewust van.

Misschien kunnen we de beweging die het subject maakt ten aanzien van de wereld als deel van en onderscheiden van herhalen voor het zelf ten aanzien van het lichaam. Onder zelf versta ik het bewustzijn van de mens van zichzelf en zijn lichamelijke existentie. Ik heb geen beter woord dus gebruik ik dit maar. Het zelf is een lichaam en heeft een lichaam, het woont in het lichaam en het kan er tegenover staan tot op zekere hoogte. Als autotopie, zelfplaats, zelfheid, is het lichaam de plek, de woonplaats, de concrete ruimte waar het zelf verblijft en woont. Ik spreek bewust over wonen omdat het een vriendelijke term is en omdat het aansluit bij de gedachten van de Franse filosoof Emanuel Levinas die uitgebreid over dit wonen heeft geschreven, als een zich bevinden in de wereld. Het wonen geeft een zekere vertrouwdheid en zekerheid, het geeft een houvast. Verdreven van huis en haard is daarom altijd ernstig, een vorm van ontworteling met gevaar van sterven, van niet meer thuiskomen.

Het zelf maakt dus een dubbele beweging: ten aanzien van zijn eigen lichamelijkheid en ten aanzien van de wereld. Als lichaam is het deel van de wereld, en ook weer niet want het kan zich verplaatsen. Als zelf kan het zowel tegenover de wereld als tegenover het lichaam staan, en als zelf kan het ook ervaren dat lichaam en zelf deel maken van een groter geheel, zelfs zo dat het helemaal overweldigd kan worden door de grootsheid van de wereld. Overweldigd worden kan uitlopen in een gevoel van dankbaarheid, van verwondering en ontzag, van gedragen-heid en besef van transcendentie. Het zelf is zo vermoed meer dan bewustzijn, meer dan ratio in de zin zoals René Descartes dat beschreven heeft. Hij deelde het lichaam in bij de uitgestrektheid, de werkelijkheid als het ware buiten de ratio die in het zelf zetelde. Een onhoudbare scheiding, zo vermoed ik, want de ratio is deel van het zelf, of als zelfbewustzijn een vorm van ratio, maar onafscheidelijk van de lichamelijke constitutie van de mens die als lichaam het zelf een woonplaats geeft. Afstand nemen en onlosmakelijke verbondenheid vallen hier samen – een spagaat die de filosofen naar mijn inzien nog niet definitief hebben beëindigd als ze de ratio voortdurend losmaken van het lichaam. Het zelf kan dus in een religieus te noemen ervaring zich bewust worden van het feit dat het deel uitmaakt van een groter geheel, iets wat hem overstijgt maar ook kan dragen.

De ervaring van de wereld kan dus een perspectief bieden op de transcendente kanten van het bestaan. De wereld laat een horizon zien, een toekomstperspectief, een ruimte om naar toe te gaan.  De mens kan worden aangevuurd om op weg te gaan. En hij gaat op weg vanuit een zekere veronderstelling, verwachting en noem het maar hoop om iets te vinden of te ontdekken. Wat hij zal ontdekken weet hij niet, maar als hij eenmaal op weg is gegaan ligt de toekomst open en kent het hier en nu van het heden opeens ook een verleden, iets wat daarvoor was. De tijd vangt aan bij de eerste stappen, bij de eerste bewustwording van je positie in de wereld, in het landschap. Ik noem de horizon, de belangrijkste ontdekking van mijn leven. De horizon brengt een scheiding aan tussen hemel en aarde – is dus grens en overgang, de horizon verbindt hemel en aarde. De horizon zet jou in perspectief, niet alleen ruimtelijk, hij geeft je een plaats in het geheel – dus ik heb niet alleen een horizon, maar ik ontvang er ook een, als ik me hiervan bewust ga worden.

“De tweeterm ‘Hemel-Aarde’ doet me denken aan het ideogram ‘een’ dat geschreven wordt als één horizontale streep. In de Chinese filosofie stelt dit karakter het oerkenmerk voor – de oorspronkelijke Adem – die de Hemel en de Aarde van elkaar scheidde. Bijgevolg betekent het tegelijkertijd verdeling en eenheid.” François Cheng: Over schoonheid. Vijf meditaties, Kapellen 2008 (Uitg. Pelckmans)  zie vooral pag. 113-128.

De horizon in het platte vlak is dus bijzonder – hij laat het verschil zien en brengt samen, geeft perspectief op ons leven en streven. In totalitaire systemen verdwijnt die horizon langzaam uit het zicht. Einddoel wordt de wereld waarbij de hemel geen rol meer speelt of omgekeerd de hemel waarin de wereld er niet meer mag zijn. In beiden is er nauwelijks nog een horizon die hemel en aarde in balans houdt. In beiden eindigt het met het einde van veel lichamen die niet aangepast willen worden, ze worden gesmoord in bloed.

Maar ook op het individuele vlak biedt het perspectief en het model van de horizon een hulpmiddel om naar zichzelf te kijken en een analyse te maken van je plaats in de wereld met het oog op de doelen die je jezelf stelt. Als die doelen enkel binnen-werelds zijn, zonder horizon, zonder hemel, zonder evenwicht dan kan je verzanden in de aardse stromen, dan kun je de motivatie verliezen omdat de hemel ontbreekt. Als je leert jezelf en je eigen positie in de wereld te bekijken vanuit een hemels perspectief, dat wil zeggen, een perspectief tegenover het aardse, dan komt er nieuwe ruimte vrij. Je leeft met een doel, je gaat een weg op richting een vervulling. Als dat doel enkel in de wereld ligt, in de ruimte waar je deel van uitmaakt zonder transcendente mogelijkheid, zonder kans om te transformeren naar een situatie waarin geluk deel kan uitmaken van het zelfbesef, dan ben je snel uitgelopen. Doelen die niet transcenderen waar je mee bezig bent, doelen die terugkeren in zichzelf, die om zichzelf heen draaien, die alleen de aarde aarde laten zijn en die geen weet hebben van de hemel geven geen bevrediging want het verlangen is nooit uitgewerkt. Michael Landmann benoemt dit een soort melancholie van de vervulling, een treuren dat ontstaat als de doelen zijn bereikt, de niet inlossing van de belofte, van het verwachte bij het bereiken van het doel. Daarom is het zaak om het perspectief open te houden vanuit de hemelse positie. De hemel geeft de aarde een perspectief en in de horizon wordt dit duidelijk. De aarde kan niet zonder hemel en omgekeerd. In die zin kan men zijn leven beschouwen als een wisselwerking tussen subject en wereld, tussen aarde en hemel, tussen subject en wereld die beiden gericht zijn op de hemel, omdat deze de basis en de bestaansvoorwaarden schept om te leven als een mens en niet als een mier. Het bijzondere van de bijzonderheid mens bestaat in zelf-overstijging of transformatie, zelftranscendentie, zelfbewustzijn dat mag ervaren deel te zijn van een groter geheel. Dat is religie in “essentia”, religieus bewustzijn dat geen afbreuk doet aan opvattingen die niet inzetten op het bestaan van God, maar die wel weet hebben van de transcendente mogelijkheden van de mens.

In die zin zou je pastoraat dan ook als volgt kunnen omschrijven: pastoraat = horizonten verkennen – een horizon aanbieden, geen genoegen nemen met een horizon die nergens toe voert of waar de horizon ontbreekt. Pastoraat is het inbrengen van de dimensie boven de horizon waardoor het aardse ontstegen wordt – de hemel ter sprake brengen, de hemel boven de horizon, de transcendente dimensie als perspectief en als dragende grond. Pastoraat is de exclusiviteit van de relatie subject – wereld ter discussie stellen en aanvullen met een nieuwe dimensie die beiden een perspectief geeft buiten de wereld, buiten het aardse, het materiële als alleen zaligmakend. Dat is een meerwaarde die in veel andere benaderingen niet direct aanwezig is omdat ze niet uitgaan van de onbekende factor van de hemel, die steeds weer opnieuw verrassend kan zijn.

John Hacking

6 juni 2012

naar aanleiding van een conferentie van Studentenpastores op 4-5 juni 2012 te Huissen over het thema Identiteit en diversiteit.

Afbeelding