Schuldig landschap

 

 

een ranke loot, zoon van een boom, die naast hem leeft,

dezelfde worden zij, de handen ineen, één vrucht-

zoet stamelt het water, de laarzen waden naar de oever en

verdwijnen.

dag in dag uit de grazende dieren hoedend, zingend.

hij is gezegend, geuren van vroeger vermoedend.

 

 

’s nachts. de bomen.

het zoeken van de storm.

de plechtige arm op jacht.

het vaandel woedend opzij.

 

het wapen hijgend naar voren.

 

 

armando