AI – AGI – ASI

Tom Grosfeld schrijft over de toegenomen inzet van AI in onze samenleving een kritisch artikel over het bedrijf Anthropic van de oprichter Dario Amodei.
De kop van het artikel en de toelichting erop luidt: Tussen utopie en dystopie. Zo hard Dario Amodei van de daken schreeuwt dat zijn AI-bedrijf Anthropic ethiek en veiligheid vóór alles plaatst, zo makkelijk verloochent hij deze principes. Want ook bij hem moet geld vloeien. En hij moet de grootste zijn.
(De Groene Amsterdammer 24 juni 2026 – verschenen in nr. 26)

Amodei is duidelijk behept met de ideeën van de Transhumanisten en gelooft in een verbeterde ‘mens’ en een ‘supermensheid’. Met hulp van AI (en eventueel lichamelijk verbonden met een computer) is een mens tot bijzondere prestaties in staat. In mijn essay Wereldbeeld en zelfbeeld (2011)
Het lichaam als auto-topie. Een zoektocht naar God in het lichaam. Een onderzoek in stappen naar de betekenis van het feit  dat wij de werkelijkheid lichamelijk waarnemen en duiden (https://levenshorizonten.com/4-essays-over-god/) (Hoofdstuk 6.3) heb ik daar al aandacht aan besteed en ook in diverse blogs over dit thema o.a. https://levenshorizonten.com/2013/01/08/komt-er-een-post-human/. Toen al stelde ik de vraag wie er gebruik gaat maken en wie er gebruik van kan maken dat het lichaam “geupgraded” kan worden door de toepassingen van AI. De heer Musk experimenteert onder het mom van geneeskunde al met het inbrengen van microchips in de hersenen, maar je moet wel heel goedgelovig zijn dat je deze verklaringen als zoete koek slikt. Eenmaal geïmplanteerd kun je veel meer met dergelijke chips dan enkel het opheffen van een lichamelijk gebrek. Ik denk dan aan mensen die bestuurbaar zijn op afstand en die gemanipuleerd kunnen worden. Zo ver is het nog niet maar de eerste stappen op deze weg zijn gezet. En de heer Musk denkt alleen maar aan zijn eigen beurs en zijn eigen belangen. Het begrip ethiek is hem volslagen vreemd. Overtuigd van zijn eigen superioriteit breit hij de ene leugen aan de andere en vermeerdert hij zichzelf bij talloze vrouwen. Een reden temeer om zeker geen enkele van zijn producten te kopen want hij wordt er alleen maar rijker en machtiger door. Een schande voor de mensheid. Een zwarte vlek in de evolutie van de menselijke soort.

Dario Amodei van Anthropic heeft over zijn wereldbeeld diverse keren geschreven. Grosfeld schrijft in de Groene Amsterdammer het volgende:

Twee zwaarlijvige essays van Amodei, het ene optimistisch, het andere pessimistisch (maar beide even dystopisch), illustreren deze gespletenheid. In Machines of Loving Grace uit 2024 stelt hij dat zijn AI-modellen de menselijke intelligentie binnen een paar jaar ruimschoots achter zich zullen laten. Krachtige AI (hij gebruikt bewust de term AGI niet) kan ieder moment arriveren, waarmee hij doelt op een systeem dat ‘qua pure intelligentie slimmer is dan een Nobelprijswinnaar in vakgebieden als biologie, wiskunde, techniek, schrijven, enzovoort’. Zij kan volgens Amodei onopgeloste wiskundige stellingen bewijzen, extreem goede romans afleveren en complexe code schrijven. Zij kan mensen instructies geven, experimenten opzetten, robots ontwerpen en autonoom taken uitvoeren die weken in beslag nemen.
Hij heeft het over een land van genieën (miljoenen genieën!) in een datacenter, die het aardse leven zullen veranderen in een utopie. Bijna al het fysieke en mentale lijden zal verdwijnen. De mens zal wel 150 jaar oud worden, bijna altijd gelukkig zijn. Zelfs mind uploading behoort op den duur tot de mogelijkheden. Een Brave New World-achtige wereld, waarbij de mens en passant ook nog eens bevrijd wordt van armoede en er een renaissance zal plaatsvinden van de liberale democratie en mensenrechten. Bij Amodei heerst een onwankelbaar geloof in technologische vooruitgang en het bereiken van een superintelligentie.
Maar toch… zouden deze genieën in een datacenter ons niet vijandig gezind zijn? Zich überhaupt laten controleren? En door wie gaan ze ingezet worden, en op welke manier? Ze kunnen terroristen bekrachtigen, misbruikt worden voor een politieke coup, desinformatie verspreiden, de wereldeconomie ontwrichten, in handen komen van een dictator of bedrijf dat uit is op destructie of helpen een autocratische surveillancestaat op te zetten. En dan is er nog de ontwikkeling van volledig autonome wapens. Een zwerm van miljoenen AI-drones bestuurd door een nog krachtigere AI zou een onoverwinnelijk, extreem gewelddadig leger kunnen vormen.
Bron:https://www.groene.nl/artikel/tussen-utopie-en-dystopie?

Al deze ontwikkelingen en de daarmee verbonden toekomstvisioenen zouden niet mogelijk zijn geweest als er niet een basis werd gelegd voor deze gang van zaken in de vorige eeuw: de ontwikkeling van wiskundige modellen en de ontwikkeling van computersimulaties en algoritmen die aan de grondslag liggen van AI. Ook een literaire basis is er mede oorzaak van dat dit soort utopische en dystopische gedachten werden ontwikkeld (denk aan Huxley’s Brave New World en Orwells 1984). Maar die literaire ‘fantasieën’ komen in het artikel van Bennie Mols in de NRC over het begin van AI niet ter sprake: (AI werd geboren toen er nog nauwelijks computers waren. Dat was zeventig jaar geleden, op deze zomerworkshop)
(Bron: NRC 24 juni 2026: Over het begin van AI).
Mols stelt in dit artikel dat een nieuwe topologie in de wiskunde mede aan de basis ligt van totaal nieuwe perspectieven (op de werkelijkheid van dingen). Hij schrijft over de mogelijkheden van AI terwijl hij twee oud gedienden Van Benthem en Van den Herik interviewt en bevraagt op de vooruitgang van AI sinds die allereerste ontwikkelingen en de verwachtingen die toen al werden geformuleerd. Hij schrijft in dit artikel (ik val er middenin):

Zo zien we in de wiskunde af en toe revoluties waarbij iemand met nieuwe begrippen een totaal andere manier van denken introduceert. Toen wiskundigen eind negentiende eeuw de topologie ontwikkelden, ontstond een radicaal nieuw perspectief op meetkundige vormen: een koffiekop en een donut gelden daarin als dezelfde vorm, omdat ze allebei één gat hebben. Van Benthem: „Zo’n fundamenteel nieuwe manier van denken heeft AI nog niet voortgebracht.”
Kunnen computers abstraheren? „Nee, dit is nog niet gerealiseerd”, zegt Van den Herik. „Huidige AI is goed in verbanden leggen. Zo kan het bijvoorbeeld een hond op een plaatje herkennen. Maar abstraheren op een conceptueel niveau, bijvoorbeeld dat honden trouw zijn aan hun baas, dat kan AI in algemene zin nog niet. Het probleem is dat wij als mensen nog onvoldoende grip hebben op het formaliseren van abstracties.”

Het is interessant om dit artikel eens goed te lezen ook met het oog op de verwachtingen die overal leven en de vaak opgeklopte en hooggespannen teksten die de beursgang van sommige bedrijven begeleiden. Alsof de meest slimme en visionaire types hier aan het woord zijn. Zo haalt de heer Musk veel geld op bij ook grote groepen kleine beleggers omdat die zijn preken over de reizen naar Mars (en de Maan) en datacentra’s in de ruimte beschouwen als woorden van een profeet. Terwijl het gewoon ideeën zijn gepikt uit talloze science fiction series zoals Starwars etc. Schrijvers en filmregisseurs banen zo de weg voor de techneuten en andere entrepreneurs om hun eigen visies en projecten te ontvouwen in de hoop dat er genoeg mensen zijn die in hun verhalen geloven en die hun rijkdom die steeds groter wordt zo ondersteunen.

Benny Mols stipt deze ontwikkelingen aan als hij een van zijn geïnterviewden citeert die nog niets van zijn optimisme en geloof in de vooruitgang van de computertechniek verloren heeft. Hij schrijft:

Van den Herik denkt graag groot en gelooft dat we hard op weg zijn via artificial general intelligence (AGI) naar artificial super intelligence (ASI). Een AGI-systeem zou mensen op vrijwel alle cognitieve taken minstens evenaren. „Daarvoor moeten we van taalmodellen naar wereldmodellen gaan”, zegt Van den Herik. „Dat zijn modellen van hoe de fysieke wereld werkt, hoe gebeurtenissen elkaar veroorzaken en wat de gevolgen van handelingen zijn.”
Onderzoekers werken bijvoorbeeld aan AI-systemen die leren begrijpen wat er in video’s gebeurt. Zo’n systeem kijkt niet alleen naar losse beelden, maar probeert te voorspellen wat er daarna waarschijnlijk zal gebeuren: bijvoorbeeld dat iemand eerst een deur opent en daarna een kamer binnenloopt. Van den Herik: „Wereldmodellen laten AI beter redeneren, plannen en voorspellen, allemaal eigenschappen die nodig zijn voor AGI.” Al die eigenschappen stonden trouwens ook al op de agenda van de klassieke AI. „Ik zie AGI nog deze eeuw gebeuren”, besluit Van den Herik. „De 22ste eeuw is dan voor artificial super intelligence: AI-systemen die mensen op alle cognitieve taken ver overtreffen. Het begin daarvan verwacht ik nog voor het eind van de eeuw.”
(Bron: Gepubliceerd in de papieren krant op Nrc zat 27 juni 2026)

Suzanne Jongmans expo in Kasteel Arcen

De ‘topossen’ van (en in) het denken zie je hier verschuiven: van taalmodel naar wereldmodel, van wiskunde naar natuurkunde, en de onderlinge samenhang hierin. De biologie kan daar niet buiten blijven en ook de psychologie niet. Maar hoe zit het met de filosofie? Ook in deze discipline wordt er vooruitgang geboekt als er nieuwe ‘topossen’ worden ‘ontdekt’, bedacht, uitgewerkt en uiteindelijk toegepast alsof ze altijd al deel uitmaakten van onze werkelijkheid en dat we nu pas in staat zijn om ze te zien omdat we ze hebben leren zien. Zo bedacht Michel Foucault het begrip heterotopie – nu algemeen bekend en toegepast, en in aansluiting daaraan heb ik het begrip autotopie bedacht (autotopos) – zelfplaats: het lichaam als plaats / topos van het zelf. Zie ook mijn bovengenoemde essay Wereldbeeld en zelfbeeld (2011) voor een verdere uitweiding en de talloze blogs die ik hierover geschreven heb op levenshorizonten.com.
Ik heb sinds mijn pensioen nu de tijd om eens goed in Heidegger te lezen en vooral zijn kleinere geschriften te bestuderen. Voor de liefhebbers heb ik enkele citaten bij elkaar gezet (en via Google de Duitse teksten enigszins in het Nederlands vertaald). Hij schrijft over denken in die geschriften het volgende:

Einmal jedoch, im Beginn des abendländischen Denkens, blitzte das Wesen der Sprache im Lichte des Seins auf. Einmal, da Heraklit den λόγοϛ als Leitwort dachte, um in diesem Wort das Sein des Seienden zu denken. Aber der Blitz verlosch jäh. Niemand faßte seinen Strahl und die Nähe dessen, was er erleuchtete.
Wir sehen diesen Blitz erst, wenn wir uns in das Gewitter des Seins stellen. Doch heute spricht alles dafür, daß man lediglich bemüht ist, das Gewitter zu vertreiben. Man veranstaltet mit allen nur möglichen Mitteln ein Wetterschießen, um vor dem Gewitter Ruhe zu haben. Doch diese Ruhe ist keine Ruhe. Sie ist nur eine Betäubung, zuerst die Betäubung der Angst vor dem Denken.
Um das Denken freilich ist es eine eigene Sache. Das Wort der Denker hat keine Autorität. Das Wort der Denker kennt keine Autoren im Sinne der Schriftsteller. Das Wort des Denkens ist bildarm und ohne Reiz. Das Wort des Denkens ruht in der Ernüchterung zu dem, was es sagt. Gleichwohl verändert das Denken die Welt. Es verändert sie in die jedesmal dunklere Brunnentiefe eines Rätsels, die als dunklere das Versprechen auf eine höhere Helle ist.
Das Rätsel ist uns seit langem zugesagt im Wort »Sein«. Darum bleibt »Sein« nur das vorläufige Wort. Sehen wir zu, daß unser Denken ihm nicht blindlings nur nachläuft. Bedenken wir erst, daß »Sein« anfänglich »Anwesen« heißt und »Anwesen«: her-vor-währen in die Unverborgenheit.

Logos (Heraklit, Fragment 50), Pag. 264


Echter, ooit, aan het begin van het westerse denken, flitste de essentie van de taal door in het licht van het Zijn. Er was eens een tijd dat Heraclitus λόγοϛ (het zijn) als leidend principe beschouwde, om in dit woord het zijn der zijnden te denken. Maar de bliksemflits doofde plotseling uit. Niemand begreep de straal ervan en de nabijheid van wat erdoor werd verlicht.
We zien deze bliksemflits pas wanneer we ons in de storm van het zijn bevinden. Toch lijkt alles er vandaag de dag op te wijzen dat het enige doel is de storm te verdrijven. Een spervuur ​​van stormbombardementen wordt met alle mogelijke middelen ingezet om vrede te hebben vóór de storm. Maar deze vrede is helemaal geen vrede. Het is slechts een verdoving, in de eerste plaats de verdoving van de angst om te denken.
Denken is natuurlijk een zaak op zich. Het woord van denkers heeft geen autoriteit. Het woord van denkers kent geen auteurs in de zin van schrijvers. Het woord van het denken is verstoken van beeldspraak en zonder aantrekkingskracht. Het woord van het denken berust op de desillusie met wat het zegt. Niettemin verandert het denken de wereld. Het transformeert hen in de steeds donkerder wordende diepten van een raadselput, die, naarmate ze donkerder worden, de belofte van een hoger licht in zich draagt.
Het raadsel is ons al lang beloofd in het woord ‘Zijn’. Daarom blijft ‘Zijn’ slechts een voorlopig woord. Laten we ervoor zorgen dat ons denken het niet blindelings volgt. Laten we eerst bedenken dat ‘Zijn’ in eerste instantie ‘aanwezigheid’ betekent, en ‘aanwezigheid’: tevoorschijn komen in onverhulde werkelijkheid.

Logos (Heraclitus, Fragment 50), p. 264


VI
Was der Denker hierzu über das ἐόν sagt, steht, grammatisch vorgestellt, in einem Nebensatz. Wer auch nur eine geringe Erfahrung hat im Hören dessen, was große Denker sagen, wird zuweilen vor dem Seltsamen verhoffen, daß sie das eigentlich zu-Denkende in einem unversehens angefügten Nebensatz sagen und es dabei bewenden lassen. Das Spiel des rufenden, entfaltenden und wachstümlichen Lichtes wird nicht eigens sichtbar. Es scheint so unscheinbar wie das Morgenlicht in der stillen Pracht der Lilien auf dem Felde und der Rosen im Garten.

Moira (Parmenides VIII, 34-41), pag. 288


VI Wat de denker zegt over ἐόν (zijn) is, grammaticaal gezien, vervat in een bijzin. Iedereen die ook maar een beetje ervaring heeft met het luisteren naar wat grote denkers zeggen, zal soms verbaasd zijn over de eigenaardigheid dat ze datgene wat werkelijk gedacht moet worden, uitdrukken in een onverwacht toegevoegde bijzin en het daarbij laten. Het spel van het roepende, ontvouwende en groeiende licht is niet expliciet zichtbaar. Het lijkt zo onopvallend als het ochtendlicht in de stille pracht van de lelies in het veld en de rozen in de tuin.

Moira (Parmenides VIII, 34-41), p. 288


Wer jedoch vom Denken nur eine Versicherung erwartet und den Tag errechnet, an dem es ungebraucht übergangen werden kann, der fordert dem Denken die Selbstvernichtung ab. Die Forderung erscheint in einem seltsamen Licht, wenn wir uns darauf besinnen, daß das Wesen der Sterblichen in die Achtsamkeit auf das Geheiß gerufen ist, das sie in den Tod kommen heißt. Er ist als äußerste Möglichkeit des sterblichen Daseins nicht Ende des Möglichen, sondern das höchste Ge-birg (das versammelnde Bergen) des Geheimnisses der rufenden Entbergung.

Moira (Parmenides VIII, 34-41), pag. 294


Wie echter slechts geruststelling van het denken verwacht en de dag berekent waarop het ongebruikt kan blijven, eist zelfvernietiging van het denken. Deze eis komt in een vreemd licht te staan ​​wanneer we bedenken dat de essentie van stervelingen geroepen is om gehoor te geven aan het gebod dat hen tot de dood roept. Als de ultieme mogelijkheid van het sterfelijke bestaan ​​is de dood niet het einde van het mogelijke, maar het hoogste ge-berg (het verzamelde bergen) van het mysterie van de roepende ontberging.

Moira (Parmenides VIII, 34-41), p. 294

Heidegger, Martin, Bauen Wohnen Denken, Vorträge und Aufsätze, Stuttgart 2022, (Klett-Cotta)


Het is duidelijk dat de voornaamste topos in het denken van Heidegger het begrip Zijn (Sein) is – een begrip dat op een werkelijkheid duidt die wij met ons verstand (en denken) nauwelijks kunnen bevatten omdat we altijd al leven in het vele vormen van het zijn (Dasein) en niet de bron/basis/ondergrond van alles kunnen kennen. Heidegger noemt dat een mysterie – een diepe donkere grond (is het een afgrond?) – een diepte waarvan de oude Grieken een vermoeden hadden en een werkelijkheid die wij volgens hem in de Westerse filosofie als het ware verdrongen hebben of ‘verdonkermaand’. Heidegger stond zeer kritisch tegenover alle nieuwe technische ontwikkelingen na 1945 en ik had graag zijn mening willen horen als hij kennis zou hebben kunnen maken met AI en de mogelijkheden daarvan. Bijvoorbeeld dat het DENKEN grotendeels OVERBODIG zou zijn geworden….omdat AI ons daarin verre overtreft…
In feite was hij tijdens zijn filosofische loopbaan ook een groot liefhebber van poëzie en is veel van zijn denken beïnvloed door de gedachten van talrijke dichters zoals Hölderlin, Trakl en anderen. Met hen heeft hij het speuren naar de basis, de oergrond, de bodem waarop onze werkelijkheidsbeleving rust gemeen. Nietzsche en de filosofen voor hem en tijdens zijn leven waren daarin volgens Heidegger niet radicaal genoeg geweest. Maar in feite is het hele oeuvre van Heidegger een groot getuigenis van die zoektocht. De belofte dat AI uiteindelijk (en AGI en ASI) die belofte zullen vervullen beschouw ik zelf als een vrome illusie. Hoe complex onze wereld is laat bijvoorbeeld een klein artikel over de rol van fosfaat in ons lichaam zien van Peter Kuipers Munneke in de NRC van 27 juni 2026. Hij schrijft:

Bovendien zijn de fosfaatpiramides onmisbaar in de energiehuishouding van alle levende cellen. Als wij een boterham met pindakaas eten, moet de chemische energie die ons lichaam uit de vetten en koolhydraten haalt ergens worden opgeslagen en naar de verschillende onderdelen van cellen worden gebracht en weer afgegeven. Deze functie wordt vervuld door adenosinetrifosfaat (ATP), dat je kunt zien als een pinpas voor energie in de cel. ATP is een molecuul met drie fosfaatgroepen en kan gemakkelijk één of twee van die groepen uitlenen aan enzymen in een cel zodat die hun werk kunnen doen. In de fosfaatgroepen zit een hoop energie opgeslagen, vergelijkbaar met een veer die is ingeklapt. Met de juiste chemische koppeling kan de veer openspringen en de chemische energie die in de fosfaatgroep ligt opgeslagen worden vrijgegeven. Dit proces is geen klein bier, binnen je eigen lichaam vinden in elke cel ongeveer tien miljoen ATP-omzettingen per seconde plaats. Met dertigduizend miljard cellen in een menselijk lichaam is de moleculaire activiteit om jou te laten lopen, denken, ademen, eten en het weer presenteren wel uit te rekenen maar simpelweg niet te bevatten.
(Bron: https://www.nrc.nl/nieuws/2026/06/25/ontstond-het-leven-op-aarde-op-metaal-a4930814#/krant/2026/06/27/#707)

Ik moet de computer nog zien die dit soort omzettingen per seconde als data kan verwerken en bewerken in modellen en algoritmen. En dan hebben we het enkel nog maar over een metaal in de menselijke cel. De claims dat AI hard op weg is naar een dergelijke toekomst neem ik daarom met een heel grote korrel zout. Elke voorspelling hangt van onwaarschijnlijkheden en abstracties aan elkaar en als je goed NADENKT ontdek je pas hoeveel los zand er in al die woorden schuilt …dus GEBRUIK JE VERSTAND…en laat je niet door hebzucht en mogelijke financiële voorspellingen verleiden!

John Hacking
1 juli 2026


Andreas Senoner – expo Kasteel Arcen

Dank je wel voor je reactie - Thanks a lot for reacting