Op afstand

Ook ’t bos is naakt, heeft nog niets aan
In ’t uur van Christus’ Lijden.
Als groepjes vrome bidders staan
De dennen stil terzijde

Boris Pasternak (uit: In de stille week)

De mens is ook een massamens. Niet dat iedereen de massa liefheeft, maar op een koningsdag als vandaag – iedereen blijft thuis – want het virus waart rond – is dit extra duidelijk. Geen bijeenkomsten, geen samen gezongen liederen, en opgeheven glazen. Geen gedrang op de grachten van Amsterdam en krioel in de steegjes. Geen uitbundigheid en feestvreugde in het Vondelpark. Leeg is het, stil. De straten zijn mensenloos. Grote steden als Milaan, Barcelona, ze ogen doods en verlaten. Gebouwen zijn de stille getuigen en staan roerloos.

Hoe waren we gewend geraakt aan de drukte, het verkeer, het massatoerisme. Een stad vol leven en vol bedrijvigheid. Nooit is het stil, nooit is er geen verkeer. Gijs van Oenen schrijft in een essay over de filosoof Paul Virilio, die veel heeft nagedacht over moderne architectuur het volgende: “In de eerste decennia van de twintigste eeuw vindt een nieuwe ‘aanslag’ op de ervaring plaats door de opkomst van de modernistische architectuur en stedenbouw. Modernisten als Corbusier en Van der Rohe beogen door hun architectuur de mens aan te passen aan, of in te voegen in, de eisen van de moderne wereld. Nieuwe wijzen en vormen van wonen en verplaatsen creëren als het ware een nieuwe mens, een gedachte die je in die tijd ook vindt in het (Italiaanse) futurisme. Niet toevallig is dit tevens de tijd waarin de eugenetica opkomt – ook een stroming die de mens door technologische middelen wil verbeteren. De verhoging van snelheid en volume van de circulatie vereist dat het verkeer ruim baan krijgt. Mogelijk gemaakt door nieuwe bouwtechniekenmet ijzer en beton gaat het wonen van de mens zich in reactie daarop ver boven het maaiveld afspelen, in de nieuwe torenflats en wolkenkrabbers.
Opnieuw beïnvloedt dit onze lichamelijke ervaring. De stad wordt bovenal een kruispunt van stromen, een ‘nodale structuur’. De wereld wordt zo iets ‘wat aan ons voorbij trekt’ – dat geldt voor de voetgangerdie het drukke sadsverkeer over de brede stadsboulevards voorbij ziet snellen, maar ook voor de automobilist die op de snelweg de buitenwereld ervaart als een film die op een voorruit wordt geprojecteerd.”
(De nieuwe Franse filosofie, pag. 216-217)

Inmiddels zijn wij (modernen) aangepast en ingepast. Daarom voelt het vreemd om weer te ervaren hoe het is als de stad stil is, als er geen verkeer raast, als je opeens weer de vogels hoort die je in het gedruis van auto’s en trams niet opmerkt. Daarom voelt het vreemd als je opgesloten in je flatje geïsoleerd moet blijven van de wereld buiten omdat je anders ziek kunt worden of anderen kunt aansteken. “Totale lockdown” als de stekker even uit het stopcontact getrokken is en wij nu maar het beste ervan moeten zien te maken.
Maar kan dat? Kunnen we zomaar even afstand doen van onze contacten, onze lichamelijke aanrakingen, onze verlangens en behoeftes die vooral via en door het lichaam bevredigd moeten worden? De deskundigen die in de media verschijnen houden ons voor dat het niet anders kan. De ziekenhuizen raken overbelast en er sterven teveel en te onnodig mensen. Gijs van Oenen verwijst in zijn artikel over Virilio ook naar het begrip heterotopie dat door de Franse filosoof Michel Foucault geëikt is. Hij schrijft dat dit begrip door Foucault slechts zeer tentatief aangegeven (is), met abstracte en niet duidelijk samenhangende beginselen. Hij schrijft ook dat dit begrip iets wil aangeven van: ‘de omkering, aanvechting of representatie van werkelijke plaatsen’. Het gaat om ‘buitenplaatsen’, die hoewel lokaliseerbaar, ‘ buiten alle plaatsen zijn’ (DeHaene en DeCauter 2008:17). (o.c. pag. 209)
Het begrip heeft hierna een vlucht genomen in allerlei betogen om een andere en nieuwe situatie te beschrijven. Bij Foucault heeft de ervaring van die nieuwe ruimte duidelijk invloed op het individu en werpt het een schaduw op het zelfbeeld van de mens. Iemand die bijvoorbeeld als soldaat een periode in een kazerne heeft doorgebracht en later misschien in een oorlog is een ander mens geworden, dat wil zeggen, hij is niet meer dezelfde gebleven als voor die ervaringen. Dat kunnen andere ruimtes met je doen. Jarenlang op school zitten is een ander voorbeeld.
Het feit dat we nu noodgedwongen geïsoleerd zitten kan ook een dergelijke invloed hebben op ons zelfbeeld en ons zelfverstaan. Van Oenen wijst er ook op dat Foucault met het begrip heterotopie zijn toenmalige analyse van de structurerende werking van ‘vertogen’ beoogde te vertalen in termen van structurende beginselen van ruimtes of verblijfplaatsen.
En wat nu weer heel actueel is door het spreken van de deskundigen op het terein van de bestrijding van het virus komt ook terug in zijn tekst als hij zegt: “Waar vertogen – dominante wijzen van spreken van deskundigen en instituties – in hun onderlinge confrontatie ordenend. uitsluitend en regulerend werkten, gaat het nu om een vergelijkbare ‘krachtmeting’ in ruimtelijke termen. De heterotopie is de reële plaats die laat zien dat de realiteit een illusie is. Of het is juist de perfecte plaats die beter geordend en rationeler is dan de normale ruimte.” (o.c. pag. 209)

Als op dit moment het dominante spreken dat van de deskundigen is en dat hun denkbeelden en voorstellen ons leven zodanig beïnvloeden, zelfs tot op het niveau van de parlementaire besluitvorming (noodwetten bv.) zonder dat het parlement daar aan te pas komt, komen we op dit terrein op een gevaarlijk hellend vlak terecht. De invulling van de ruimte en de rationele besluitvorming om die ruimtes te beperken waarin we werken, besluiten nemen en waarin we leven, betekent: de heterotopie bestaat nu in levende lijfe voor iedereen. En noodgedwongen aanvaard omdat we niet anders kunnen. Apps die worden ontwikkeld om het virus te monitoren, om besmettingen in kaart te brengen, doen niets anders dan deze heterotopie bevestigen. We zitten opeens in het keurslijf, de gevangenis, van onze experts en we hebben zo lijkt het geen andere keuze.
Daarom staan er ‘dwaallichten’ op die allerlei complottheoriën bedenken om aan deze verplichte inperking te ontkomen. Daarom zijn er al lang protesten tegen de wetenschap en hun betogen omdat mensen niets voelen voor inperking van hun rechten en voor correctie op hun zelfbeeld en wereldbeeld. Maar de wijze waarop zij dit kenbaar maken via protest en demonstratie is niet al te slim, want het virus geeft niets om rechten zoals vrijheid van denken en van spreken en om de strijd om het bestaan van de ondernemers. De heterotopie is een feit of we dat nu willen of niet. Het virus legt ons een nieuw kader op dat ook onze leefruimte en de beleving daarvan kleurt en bepaalt.

Gelukkig hebben we dichters. Zij geven ruimte en maken mogelijkheden zichtbaar om de werkelijkheid ook vanuit een ander perspectief te ervaren. Hoe reël is reël? Wat is realiteit als er een virus rondwaart dat levensbedreigend is en dat nog jaren zal voortwoeden? Wat wordt onze nieuwe realiteit? Ook lichamelijk gezien? Gaan we ons evolueren tot wezens waarvoor massabelevingen vreemd worden? Niks geen voetbalstadions meer gevuld met een kokende massa aan supporters, geen hallen of velden vol muziekliefhebbers die kunstmatig opgepept met pillen en drank uit hun dak gaan? Lev Berinski schrijft gedichten in het Jiddisch, een ervan luidt vertaald:

MENSEN ZONDER VLEUGELS

Een mens zonder vleugels -wat is dat voor schepsel?
Het is geen dier: het loopt op twee benen.
Het is geen engel: het streeft niet naar de Schepper.
Het is geen mens: bij een mens zal toch minstens één keer per dag
of per jaar, of per leven
de ziel een kreet slaken, zich roeren, het lijf wakker schudden,
het kwade uitbannen, en in de lucht een paar vleugels uitspreiden
een paar lange, messcherpe vleugels, wit als sneeuw …

En u, die ik bedoel, kunt u soms begrijpen wat sneeuw is
of lucht, of sporen van ongeschoeide muskieten
op het herfstige water.
Of kent u slechts soep met matseballen
en wat mooi voor u is –
een rode tulp – uw maag onder de hemel.

En vast ook wel de grote Arabische divan, pronkstuk van lijflijkheid
met vier zilveren bollen waarin zestien armen, zestien benen
en acht roze regenbogen zich spiegelen in het paradijs.

Ach, de shop en de sauna en het pingpongen,
medicijnen, anti-
medicijnen, anti-
antimedicijn – medicijnen om te eten en af te scheiden
en zich te verspreiden (Genesis 9:1) over de aard…

En u draaft maar, u kunt slechts twee dingen tegelijk
als een paard.

Lev Berinski

De situatie waarin we nu verkeren is morgen niet afgelopen. Er duiken ook heel veel verklaringen op die een oorzaak aan proberen te wijzen voor deze pandemie. Hoe zijn we hierin verzeild geraakt en hoe komen we er weer uit? Duidelijk is dat onze wereld gebouwd is op drijfzand zover het de uitbuiting van de aarde betreft, de ongelijke verdeling van de welvaart, de schrijnende armoede en uitbuiting van velen. De wal keert het schip. Als dit virus wordt overwonnen komt er wel weer een ander. Het potentieel van virussen is niet uitgeput hoe hard we ook ons best doen om alles onder controle te houden. Zou het niet eens tijd worden om na te denken over hoe onze samenleving economisch kan functioneren zonder alle uitwassen zoals bonussen voor grootverdieners, aandeelhouders en bankiers, topbeloningen voor sporters, gigantische prijzen voor kunstwerken, en beloningen voor directeuren die in geen verhouding meer staan tot het grondpersoneel? Zou het niet eens tijd worden om na te denken over onze voedselketens, de productieprocessen en het reizen dat daarvoor nodig is? De inzet van pesticiden, de injectering van mest in de bodem, de rationalisering van het boerenbedrijf ten koste van beesten, insecten, de bodem, om maar zoveel mogelijk te produceren en te verdienen? Waarom niet massaal inzetten op een duurzame bedrijfsvoering waarmee ook de natuur echt geholpen is in plaats van schijnoplossingen? Nadenken ook over ons consumptiegedrag, de overbodigheid van veel goederen, (zoals ook de Action). Zou het niet eens tijd worden om na te denken over wat echt belangrijk is in een samenleving als de onze: opvoeding, onderwijs, rentmeesterschap over de aarde, de kostprijs van medicijnen en de eerlijke verspreiding daarvan, onderlinge solidariteit en niet in het minst menselijkheid, humanitair gedrag tegenover anderen, niet-landgenoten, vluchtelingen, mensen van elders? De Joodse dichter Jitschok Lejb Peretz ziet het zo:

Denk niet
(fragment)

Denk niet dat de wereld een kroeg is – geschapen
om je met nagels en vuisten een weg naar de tapkast
te banen, waar je kunt vreten en zuipen, en waar
op een afstand anderen toezien met glazige blikken
en zo wit als een lijk hun speeksel wegslikken
met kramp in hun maag van de honger –
o, denk niet dat de wereld een kroeg is!

Denk niet dat de wereld een beurs is -geschapen
voor sterken om zwakken de buidel te lichten,
van straatarme meisjes de kuisheid te kapen,
van vrouwen de melk uit hun borsten, van mannen
het merg uit hun botten, van kinders de glimlach
zo zelden te gast op hun bleke gezichten –
o, denk niet dat de wereld een beurs is!

Denk niet dat de wereld een vrijplaats is -geschapen
voor wolven en vossen, voor roof en voor zwendel;
de hemel – een voorhang die Gods blik belemmert!
De nevel – zodat niemand op je vingers kan tikken;
de wind-om het luide geween te verstikken;
de aarde – om het martelaarsbloed op te zuigen –
o, denk niet dat de wereld een vrijplaats is!

De wereld is geen kroeg, geen beurs en geen vrijplaats!
Gemeten wordt alles, gewogen wordt alles!
Geen traan en geen bloeddruppel worden vergoten,
geen vonk en geen oog worden zinloos gedoofd!
Een traan wordt een stroom, een stroom oceaan,
oceanen – een zondvloed, vonken -de donder –
o, denk niet dat wet en recht niet bestaan!

Jitschok Lejb Peretz

Nu wij in een heterotopie leven die ons door het virus is opgedrongen kun je jezelf ook afvragen of deze nu zoveel verschilt van de heterotopiën waar we uit komen? De nieuwe stad, de nodale structuur van onze steden, de bedrijvigheid en de wijze waarop we onze levenstijd invullen: vaak jachten en jagen, is het niet ook vaak het najagen van wind? Leven volgens de principes van de buitenkant (Instagram), holle vaten, leeghoofden met het grootste woord, de luidste stem…De nodale structuur van onze steden en ons verkeersnet zijn inmiddels ook virtueel een feit. In de virtuele wereld zijn we pas echt als in een netwerk verbonden met elkaar. Hieruit is geen ontsnappen meer mogelijk of straffe van niet-existentie en dan nog kun je virtueel blijven bestaan als een herinnering en door de sporen die je hebt achtergelaten. Virtueel en reël lopen door elkaar. Zijn eigenlijk al niet meer onderscheidbaar want de overlap is groot. Het virus maakt dat meer dan duidelijk als we proberen via virtuele middelen greep te krijgen op de verspreiding ervan.
Wat zal er van ons worden, evolutionair gezien: wezens die op afstand blijven en die tenslotte alles verliezen wat contact via het lichaam mogelijk maakt. Zou het zover kunnen komen over schatweg 100.000 jaar? Of zijn we dan al lang van deze aardbodem verdwenen omdat we het niet klaar kregen om ons aan te passen aan de beperkte mogelijkheden van deze aarde en ons menselijk bestaan – omdat onze hebzucht en ons verlangen groter waren dan wat deze aarde en deze mensheid dragen kon? Eliëzer Steinbarg, de Joodse dichter ziet het zo:

DE PIENTERE RIVIER

Een rivier sprak eens verwonderd:
alle waterwegen stromen eeuwig naar de zee, ik niet uitgezonderd,
is de aarde dan zo klein? Gaan zo weinig wegen
naar landen, vergeten door de regen,
die dorsten naar een druppel vocht?
Mij dunkt, wij gingen beter door de bocht,
waarom naar zee, die toch al veel te nat is?
De tocht erheen al is een jagen, jachten,
geen moment voor hogere gedachten,
ook niet des nachts, wanneer het stiller is.
Nee, nee, ik doe niet langer mee! De groeten!
Van nu af aan kies ik een andere route.
Voorwaar, zou zelfs de grote oceaan mij wenken
en zeggen: ‘Ik zal u al mijn parels schenken
en kiest u maar als bruid de mooiste meermin uit … ‘
dan zeg ik: eenmaal nee is nee!

De rivier buigt af, zij slingert, ploegt
door drooggevallen beken, zwoegt
door kale wouden,
dorre streken,
(ze is geen dwaas, weet wat ze doet)
en waar zij komt wordt zij met vreugd begroet,
het minste steentje doet zich aan haar vocht te goed.
Maar de rivier wordt voortgedreven,
groots en meeslepend wil zij leven,
is niet tevreden met het kleine,
baant nieuwe wegen naar woestijnen
waar zonnehitte schroeit en brandt.
En? Hoe liep de tocht ten einde?
Vraag dat maar aan het zand.

Nieuwe wegen? Niets op tegen;
maar pas op waar je belandt.

Eliëzer Steinbarg

John Hacking
Koningsdag in Nederland 27 april 2020

bron:

Pasternak, Boris, Gedichten, Amsterdam 2016, (Uitgeverij Van Oorschot)

Sprakeloos water. Spiegel van de moderne jiddische poëzie. Samengesteld en vertaald uit het jiddisch door Willy Bril, Amsterdam 2007 (Meulenhof)

Leven, Bram, (e.a.) (Red.), De nieuwe Franse filosofie. Denkers en thema’s voor de 21e eeuw, Amsterdam 2011 (Boom)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.