Overweging Studentenkerk 20-09-2020

Liefde begint daar waar men iets op het spel zet dat men kan verliezen.  Ik nodig ons uit: sta eens even stil bij deze uitspraak…hoe zit dat in je leven? Liefde begint daar waar men iets op het spel zet dat men kan verliezen

Begint er al iets te dagen, een mooie herinnering, ervaring? Misschien de ervaring van een groot verlies? Of iets waar je bang voor bent, wat kan gebeuren in de toekomst?

Zo nu zitten we op het juiste spoor. De toon is gezet.  Nu kunnen we ons openen voor het spreken van God tegen Mozes. 

There is a crack in everything God has made – in alles wat God heeft gemaakt zit  een scheur – niks is echt perfect, schreef Ralph Waldo Emerson. Maar Leonard Cohen noemt de scheur de plek waar het licht kan binnenkomen. Als je hierover nadenkt kun je misschien zo een paar situaties in je leven opnoemen waarin je zwakheid bron van sterkte werd, waarin je ondanks je verdriet, je pijn, je durfde overgeven, en zo toch de ervaring had van redding, van bevrijding.  Dit is huiswerk: denk er thuis maar eens rustig over na en leer ervan.

Vandaag wil ik met jullie naar de tekst van Mozes kijken vanuit een zin. Een gedachte die ik ontleen aan een roman van Franz Werfel.

Het verbinding-rijkste ogenblik is het belangrijkste 

Het verbinding-rijkste ogenblik is het belangrijkste in je leven…

Neem even de tijd, of je een dergelijk moment op het spoor kunt komen?

Misschien heb je al een beeld voor ogen, een gebeurtenis, situatie. Misschien ook niet. Dat is ook weer huiswerk voor thuis….Daarom zal ik je een voorbeeld geven.  Afgelopen dinsdag las ik in het Donders Instituut een stukje  uit de brief van Vivek de broer van de Indiase student Vab,  bij de herdenking van zijn tragische dood  Hij beschrijft een gebeurtenis van lang geleden en weet niet precies waarom, maar het is hem bijgebleven. Hij zelf was 5 jaar oud en Vab 2 jaar. Vab verbleef bij zijn grootouders. Ze zagen elkaar bijna nooit omdat de afstand te groot was. Op een zomermiddag ging Vivek met zijn moeder op bezoek. Dat was een verassing. Het was warm. Hem werd een stukje meloen beloofd.

Toen ze zo onverwacht bij opa en oma aankwamen was de meloen opgegeten. Opeens verscheen zijn tante die daar ook woonde met een stukje meloen. Vab had een stukje meloen (hij kreeg altijd het grootste stuk, omdat hij de kleinste  was), bewaard voor zijn broer, hoewel hij níet wist dat ze zouden komen.

Toen Vab 2 was werd hem verteld dat hij nog een broer had die 1 à 2 keer per jaar met zijn moeder zou langskomen. Sinds die tijd bewaarde hij altijd iets van zijn  eten voor zijn broer. Zo was Vab. Dat tekent hem. Vivek noemt dit een kleine gebeurtenis, en hij weet ook niet zo goed, waarom het hem is bijgebleven. Maar ik persoonlijk vind dit een mooie illustratie van het verbinding-rijkste ogenblik is het belangrijkste…

Kijken we nu eens naar Mozes. Sinds ik dit boek heb gelezen van Marc-Alain Ouaknin: God en de kunst van het  Vissen, is mijn kijk op God fundamenteel veranderd –  dat komt door zijn uitleg van de gebeurtenis bij de braamstruik die niet verbrandt – deze tekst brandt van betekenis maar wordt niet tot as herleid  – wordt niet verteerd, want de betekenis is oneindig. Zo Ouaknin.

Mozes durft van zijn weg af te gaan, hij durft te gaan kijken… Hij staat op heilige grond; heiligheid wil hier zeggen, je niet laten opsluiten, niet opgesloten zijn, ook niet in oordelen, of in gedachtes. Ouaknin stelt dat openbaring de mogelijkheid is om de weg te verlaten en de vraag te stellen: waarom

En dan kan het gebeuren, dat er een gesprek ontstaat. Dat God zijn naam onthult – “Ehejeh asjer ehejeh” – Ik zal zijn – wat – ik zal zijn! De God van Abraham, de God van Izaak, de God van Jakob, wordt nu de God van Mozes. Mozes is gevraagd, hij zal spreken hoewel hij niet rap van tong is, en koppig, en weigerachtig.

Hoe zit dat met ons? Hoe is jouw, mijn relatie tot die God? Hebben we een verbinding-rijk ogenblik met deze God? Misschien niet zoals zo mooi wordt verteld over Mozes. Het verhaal van Mozes is niet iets wat lang geleden is gebeurd maar het is een verhaal dat hier en nu tot ons wordt gezegd. Staan we daar voor open, durven we van onze weg af te stappen…en luisteren en spreken….?

Nemen we even een uitstapje naar een metapositie, en naar onze tijd. We leven in een digitale samenleving.  Het verschil met de analoge samenleving is het gebruik van taal. O.a. het alfabet. De schrijver in de analoge samenleving probeert met zijn taal,  en zijn verhalen te sturen op betekenis.  Ook de goddelijke openbaring drukt zich uit in boekvorm  – en probeert zo krediet te krijgen. Ontstaan in een samenleving waarin slechts weinigen konden schrijven en konden lezen. God laat via taal, via de schrift, Heilige Schrift, sporen na.  Heilig hier te verstaan als apart gezet, apart van het dagelijkse leven. Maar ook als je niet laten opsluiten in betekenissen, in vaste patronen. Schrift, geschreven taal, vraag erom om gelezen en geïnterpreteerd te worden. Betekenissen zijn bijna oneindig.  De wereld wordt via de taal leesbaar. Je leven wordt leesbaar. Wij zelf worden via de taal leesbaar en wij verdubbelen ons zelf via de taal. Een dagboek, een brief, een verhaal werpt licht op ons. 

In de digitale wereld liggen de dingen anders.  Mensen die software schrijven weten niet meer wat hun schrijven doet.  Ze verliezen hun macht over het geschrevene,  ze kunnen niet meer sturen op betekenis en rekening houden  met de receptie van de gebruikers zoals in een roman bijvoorbeeld. Maar ze ontwerpen wel algoritmes om inzicht te krijgen in je data. Maar ook dat gaat een mens boven de pet omdat het zo alomvattend is. De moderne digitale wereld is een wisselwerking van transparantie  en van totale niet – transparantie.

Je gebruikt je computer, je smart-phone zonder dat je een idee  hebt van de werking ervan. In feite gebruikt de computer jou. In de digitale wereld worden in de oneindige verzamelingen van data,  totaal nieuwe verbanden gelegd – nieuwe betekenissen doemen op. Dat is ook de verklaring voor het feit dat er zoveel ‘fake-news’ is  en dat er veel complot-theorieën zijn die op internet worden verspreid.  Ze hebben een zekere plausibiliteit – maar in feite zijn het een verzameling data. We hechten er waarde aan en zien opeens verbanden…hoe absurd ook soms.  We zijn kinderen van deze digitale samenleving. Maar we leven geestelijk nog in de analoge samenleving waarin gesproken en geschreven taal de weg wijst. Een botsing van werkelijkheden.

Als ik jullie, ons allen, nu de vraag voorhoud naar het verbinding-rijkste ogenblik dat het belangrijkste is (in je leven) kom je niet zover met digitale taal – omdat in de digitale wereld alles kan. Er springt niks uit, er is niks bijzonder, het is een grote brei aan data. Kunnen jullie een beetje voelen, ervaren wat dit wil zeggen?

Als je op zoek gaat naar God in je leven, als je op zoek gaat naar  betekenisvolle ervaringen, naar liefde in je leven,  naar dingen die je kunnen dragen, naar de momenten dat je je durfde overgeven, heb je niet zoveel aan data. Dan ben je aangewezen op je herinnering, op je daden, op je ervaringen. Marc-Alain Ouaknin beschrijft dat heel nuchter in relatie tot God:

God beveelt. We weten niet goed wat hij beveelt. Hij beveelt te gehoorzamen. Met andere woorden: zich in de positie te plaatsen  van dit pragmatisch spel van de gehoorzaamheid.  We noemen dat God, maar uiteindelijk weten we niet wat we zeggen  als we zeggen: God. 

Het gaat om ons handelen, in woord en in daad. Vooral dat laatste. Als we opgeroepen worden om in Gods spoor rechtvaardig te handelen, moeten we keer op keer bekijken, oordelen, beslissen, hoe dat moet. Dat geldt in relatie tot iedereen die wij in ons leven ontmoeten.  We geven zelf betekenis aan ons leven.  We scheppen betekenisvolle relaties – als we handelen vanuit liefde. Dan staat er iets op het spel, een kostbaar iets dat we ook weer kunnen verliezen. Passie, vurigheid, vuur, inspiratie, gedragen worden, liefde… Als we met de bril van de liefde kijken en durven terugkijken op ons leven komen de verbinding-rijkste ogenblikken vanzelf boven. Daarom sterkte met het huiswerk.

John Hacking

Thema: Vuur

XXXVI

Y todo
lo que existe en esta hora
de absoluto fulgor
se abrasa, arde
contigo,
cuerpo,
en la incendiada boca
de la noche.

XXXVI

En alles
wat er op dit uur
van volkomen luister bestaat
verschroeit, verbrandt
met jou, lichaam,
in de verzengende mond
van de nacht.

José Ángel Valente 

Vertaling: Germain Droogenbroodt

Gelezen: Exodus 3,1-20

De Nieuwe Bijbelvertaling

Mozes was gewoon de schapen en geiten van zijn schoonvader Jetro, de Midjanitische priester, te weiden. Eens dreef hij de kudde tot voorbij het steppeland, en zo kwam hij bij de Horeb, de berg van God. 

Daar verscheen de engel van de HEER aan hem in een vuur dat uit een doornstruik opvlamde. Mozes zag dat de struik in brand stond en toch niet door het vuur werd verteerd. Hoe kan het dat die struik niet verbrandt? dacht hij. Ik ga dat wonderlijke verschijnsel eens van dichtbij bekijken. 4Maar toen de HEER zag dat Mozes dat ging doen, riep hij hem vanuit de struik: ‘Mozes! Mozes!’ ‘Ik luister,’ antwoordde Mozes. 

‘Kom niet dichterbij,’ waarschuwde de HEER, ‘en trek je sandalen uit, want de grond waarop je staat, is heilig.

Ik ben de God van je vader, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob.’ Mozes bedekte zijn gezicht, want hij durfde niet naar God te kijken.

De HEER zei: ‘Ik heb gezien hoe ellendig mijn volk er in Egypte aan toe is, ik heb hun jammerklachten over hun onderdrukkers gehoord, ik weet hoe ze lijden. Daarom ben ik afgedaald om hen uit de macht van de Egyptenaren te bevrijden, en om hen uit Egypte naar een mooi en uitgestrekt land te brengen, een land dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten. De jammerklacht van de Israëlieten is tot mij doorgedrongen en ik heb gezien hoe wreed de Egyptenaren hen onderdrukken. 

Daarom stuur ik jou nu naar de farao: jij moet mijn volk, de Israëlieten, uit Egypte wegleiden.’

Mozes zei: ‘Maar wie ben ik dat ik naar de farao zou gaan en de Israëlieten uit Egypte zou leiden?’
God antwoordde: ‘Ik zal bij je zijn. En dit zal voor jou het teken zijn dat ik je heb gestuurd: als je het volk uit Egypte hebt weggeleid, zullen jullie God bij deze berg vereren.’

Maar Mozes zei: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ 

Toen antwoordde God hem: ‘Ik ben die er zijn zal. Zeg daarom tegen de Israëlieten: “IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd.”’ Ook zei hij tegen Mozes: ‘Zeg tegen hen: “De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: ‘Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties.’” 

Laat de oudsten van Israël bij elkaar komen en zeg tegen hen: “De HEER, de God van uw voorouders, is aan mij verschenen, de God van Abraham, Isaak en Jakob, en hij heeft gezegd: ‘Ik heb gezien wat jullie in Egypte wordt aangedaan en ik heb mij jullie lot aangetrokken. Ik heb besloten om jullie uit de ellende in Egypte weg te halen en je naar een land te brengen dat overvloeit van melk en honing, het gebied van de Kanaänieten, de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten.’” Je zult bij de oudsten van Israël gehoor vinden, en dan moet je samen met hen naar de koning van Egypte gaan. Zeg hem dat de HEER, de God van de Hebreeën, naar jullie toe gekomen is, en vraag hem toestemming om drie dagreizen ver de woestijn in te trekken om de HEER, jullie God, offers te brengen. Ik weet dat de koning jullie dat niet zal toestaan, tenzij hij daartoe met harde hand wordt gedwongen. Daarom zal ik met krachtige hand ingrijpen en Egypte straffen, ik zal er wonderbaarlijke daden verrichten, en dan zal hij jullie laten gaan. 

Gelezen: Exodus 4,10-16

De Nieuwe Bijbelvertaling

Maar Mozes antwoordde: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, maar ik ben geen goed spreker. Dat is altijd al zo geweest, en daar is geen verandering in gekomen nu u tegen mij, uw dienaar, gesproken hebt. Ik kan nooit de juiste woorden vinden.’ De HEER zei: ‘Wie heeft de mens een mond gegeven? Wie maakt iemand stom of doof, ziende of blind? Wie anders dan ik, de HEER? 

Ga nu, ik zal bij je zijn als je moet spreken en je de woorden in de mond leggen.’

Maar Mozes hield vol: ‘Neemt u mij niet kwalijk, Heer, stuur toch iemand anders, wie u maar wilt.’ Nu werd de HEER kwaad op Mozes. ‘Je hebt toch een broer, de Leviet Aäron!’ zei hij. ‘Ik weet dat hij welbespraakt is. Hij is al naar je onderweg en zal blij zijn je te zien. Vertel jij hem wat hij moet zeggen. Ik zal bij jullie zijn als je moet spreken en jullie ingeven wat je moet doen. 

Hij zal in jouw plaats het volk toespreken: hij zal jouw mond zijn, jij zult zijn god zijn.

Gelezen: Exodus 24,12-18

De Nieuwe Bijbelvertaling

HEER zei tegen Mozes: ‘Kom naar mij toe, de berg op, en wacht daar; dan zal ik je de stenen platen geven waarop ik de wetten en geboden heb geschreven om het volk te onderrichten.’
Samen met zijn dienaar Jozua ging Mozes de berg van God op. Tegen de oudsten zei hij: ‘Wacht hier tot wij terugkomen, Aäron en Chur blijven bij u. Mocht iemand een uitspraak in een geschil willen, dan kan hij zich tot hen wenden.’

Terwijl Mozes de berg op ging, werd deze overdekt door een wolk:  de majesteit van de HEER rustte op de Sinai. Zes dagen lang bedekte de wolk de berg. Op de zevende dag riep de HEER Mozes vanuit de wolk. 
En terwijl de Israëlieten de majesteit van de HEER zagen, als een laaiend vuur op de top van de berg, ging Mozes de wolk binnen en klom hij verder omhoog. Veertig dagen en veertig nachten bleef hij op de berg.

Drie gedichten 

Wandeling van de Geest

Laat de geur van de wereld naar me toe komen
En om geboren te worden als de muziek van de eeuwige lippen.
Ik zou binnen enkele seconden willen ontbranden
De passies die komen gaan die deze genoegens opwekken.

Open je ziel voor mij zodat ik daar naartoe kan lopen,
Plant mijn mooiste bloemen in hun tuinen.
Ik zou nog steeds in elk van hen willen storten
Alles wat in mij ontkiemt als fenomeen.

Mogen onze gedachten de entiteiten van de lucht in vuur en vlam zetten
Om in hen de dromen te wekken die sluimeren
En welke regenboogvisioenen op ons
Deze ambrosia van de oogverblindende zintuigen.

Maart 2003.

Jean Paul Hacquin

De transparantie, God, de transparantie

God die daar komt, ik voel je tussen mijn handen,

hier ben je, met mij verstrikt, in een prachtig gevecht

van liefde, zoals

een vuur worstelt met zijn lucht.

Niet mijn verlosser ben je, noch mijn voorbeeld,

niet mijn vader, noch mijn zoon, noch mijn broeder;

je bent gelijk en één, je bent anders en alles;

jij bent de God van de volbrachte schoonheid,

mijn besef van het schone.

Ik heb niets te zuiveren.

Al mijn ballast

is alleen fundament voor dit heden,

waaraan ik, tenslotte, jou begeer;

want je bent mij nabij,

geborgen in mijn magneetveld,

zoals in de liefde de vervulling van de liefde.

Jij, essentie, je bent bewustzijn; mijn bewustzijn

en dat van een ander, dat van allemaal,

je bent de hoogste vorm van bewustzijn;

want de essentie is het hoogste

het is de hoogst haalbare vorm,

en jouw essentie woont in mij, als mijn gestalte.

Al mijn mallen zijn vol

van jou; maar jij, hebt nu,

geen model meer, geen vorm; jij bent de genade

die geen sokkel tolereert,

die geen kroon duldt,

die kroont en ondersteunt, en toch gewichtloos is.

Je bent vrije genade

de glorie van het genieten, de eeuwige sympathie,

het genot van de huivering, de lichtbron

de helderziendheid, de oergrond van de liefde,

de horizon, die niets verhult;

de transparantie, God, de transparantie,

die eindelijk, God nu inwonend in mijn 

uniciteit,

in de wereld, die ik door jou en voor jou heb gecreëerd.

Achtergrond dier, 1949

Juan Ramon Jiménez

Aan het sonnet met mijn ziel

Zoals in de vleugel het oneindig glijden,

wat in de bloem kern der vergankelijkheid is,

hoe in de vlam de vonk wandelt

en in het blauw alleen de hemel,

zoals de troost in de melodie,

en de frisheid in de straal, doordringend, 

en de edele rijkdom in de diamant,

zo in mijn vlees is het overheersende verlangen.

In jou, sonnet, vorm, is deze zuivere drang

zoals in stil water,

al zijn onsterfelijke wonderen.

De grenzeloze helderheid van jouw schoonheid

is, zoals de hemel van de bron, onbeperkt

in de begrenzing van jouw kusten.

Juan Ramon Jiménez