Duurzaam (leren) leven

Kranenburg Bruck

„Der Mensch ist kein selbstgenügsames autonomes Wesen, sondern muss von Anbeginn an als „in-Beziehung-stehend“ beziehungsweise als „von Beziehungen abhängig” gedacht werden. Während die Verletzlichkeit auf mehr oder weniger schmerzhafte Phänomene verweist wie Müdigkeit, Schmerz, Krankheit oder Tod, offenbart die Philosophie des „leben van” die Transitivität des Lebens, das heißt  dessen Bedingtheit beziehungsweise Gerichtetheit. Zugleich unterstreicht die Philosophie des „leben von” die Bedeutung des Vergnügens und des Genusses: Unser Eintauchen in den Bereich des Empfindsamen zeugt von einem Wohlgefallen an den Dingen, von einer ursprünglichen Lebensfreude, die gleichbedeutend ist mit der Liebe zum Leben selbst. Im Mittelpunkt steht neben dem Genuss auch die Überwindung der Dualismen Natur/Kultur, biologisch/sozial, Körper/Geist und Selbst/Welt.“

Corine Pelluchon

der blaue reiter 48 (2021), p. 26

Leven van de wereld

De mens leeft niet alleen in deze wereld, hij leeft ook van de wereld. Corine Pelluchon stelt in navolging van Emanuel Levinas dat de mens een wezen is dat de wereld beschouwt als voedsel. De lichamelijkheid van de mens constitueert een oorspronkelijk relatie met de wereld: de wereld verschaft o.a. voedsel, de mens geniet daarvan. De wereld is object van handelen en in de arbeid wordt die wereld gevormd en aangepast. De mens ontleent daar zin aan. De mens als een gevoelig wezen, kan genieten van zijn werk, genieten van zijn eten, genieten van zijn lichamelijkheid. Dat geeft ook zin aan het leven. Pelluchon schrijft: 

“Von Nahrung statt einfach nur von Ressourcen zu sprechen, verlagert den Akzent auf das großzügige Wesen einer sensiblen Welt, auf ihren Überschuss. Die Dinge, von denen wir leben, sind nicht auf ihre Funktionalität reduzierte Werkzeuge oder Utensilien, sondern sie bieten sich unseren Sinnen dar und treten uns stets als Gestalten in ästhetischer Form entgegen. Ebenso erfüllen die Lebensmittel, die wir uns einverleiben, nicht allein unsere Bedürfnisse als waren sie rein mechanisch dazu geeignet, eine Leere zu füllen, als wäre Nahrung bloßer Treibstoff. In dem Moment, in dem wir essen, verwandelt sich das Bedürfnis in Genuss, sofern wir nicht vorher extremen Entbehrungen ausgesetzt waren. Leben heißt „leben von” und „leben von” heißt genießen.“

Genieten is een wezenlijke dimensie van ons bestaan. Ons leven reduceren tot een “in-de-wereld- zijn” zoals Martin Heidegger stelt, we zijn er als het ware ‘in geworpen’, doet geen recht aan de mens: er is eerder sprake van een “met-de-wereld-zijn”. In het genieten van de wereld, de dingen die de wereld biedt, zijn we meer in harmonie met de wereld. Ons bestaan is geen project, geen opgave, geen ‘zorg om het Zijn’, maar een vorm van leven, een bestaanswijze als mens die lichamelijk is. Leven wil zeggen, hechten aan het leven, genieten van ontmoetingen, van samen dingen doen, genieten van een landschap, van kunst en cultuur. Genieten van het werk van onze handen en hoofden. Genieten van niets doen, vakantie, stilte. In het samen eten komt expliciet naar voren hoe wij ons leven kunnen opvatten als een kwalitatief gebeuren, dat onze grenzen overstijgt en onze beperkingen als individu ruimschoots compenseert. Pelluchon spreekt in die zin over een ‘cogito gourmand’

„Bevor wir ein cogito, das heißt ein „denkendes Ich” sind, sind wir ein schlemmendes, ein genussfähiges und denkendes Ich (cogito gourmand) und unser „Sein-mit-der-Welt” ist immer auch ein „Sein-mit den- Anderen”. Sobald wir essen oder irgendwo wohnen, sind wir immer in Kontakt mit anderen, menschlichen und nicht-menschlichen Lebewesen. Da unsere Art zu essen oder das Land zu nutzen immer Auswirkungen auf die anderen und das andere hat, offenbart sich die ethische Dimension unserer Existenz. Ethik beginnt nicht, wie Levinas schreibt, mit der Begegnung mit einem anderen Menschen, mit dessen Gesicht. Ethik beginnt, sobald man isst und irgendwo lebt. Dass die menschliche Existenz nicht nur als Selbstentäußerung, als „Ek-stase” zu denken ist, wie von Heidegger, sondern auch als Empfänglichkeit, wird besonders deutlich, wenn wir über Menschen nachdenken, die ein kompliziertes Verhältnis zur Nahrung haben.“

Onze lichamelijkheid is constitutief voor onze relatie met alle anderen, ook de niet-menselijke wezens, de dieren en de planten. De vermoeienissen van het lichaam, de wandelaar die vermoeid raakt, de sporter die op de grenzen van zijn kunnen presteert, dat alles wijst ons erop dat wij in de wereld op een bijzondere wijze existeren en dat het leven ook moeizaam kan zijn omdat het ons terugwerpt op onze lichamelijke grenzen. Wij zijn niet de kroon op de ‘schepping’. Waarom zouden wij onszelf beschouwen als meerderwaardig boven dieren en planten als wij af en toe balanceren op de afgrond, als we ‘spelen met kernwapens’, met dodelijke virussen, met chemische wapens en ander oorlogstuig. Eerder het tegendeel. Elke oorlog laat dat zien. Hiërarchisch denken vanuit een evolutionair schema, of een religieuze vooringenomenheid, draait de mens alleen maar een rad voor ogen. Hoogmoed komt voor de val. Hybris leidt niet tot een betere wereld waar elk wezen een plaats kan vinden. Onze subjectiviteit is niet beperkt tot ons individueel bestaan. Als we zo denken hebben we het niet begrepen. Pelluchon stelt met een verwijzing naar Hannah Arendt: 

„Die Tatsache, dass wir geboren werden, bezeugt nicht nur unsere Abhängigkeit von anderen und stellt derart die Intersubjektivität in den Mittelpunkt der Konstitution des Subjekts, sondern sie betont auch unsere Unbestimmtheit und Einzigartigkeit. Aus diesem Grund schreibt Hannah Arendt, dass „die Geburt das Schema des politischen Pluralismus darstellt.” Darüber hinaus und vor allem bedeutet geboren zu werden nicht nur einfach plötzlich da zu sein, sondern in eine Welt zu kommen, von einer Welt aufgenommen zu werden, die von vielen Generationen gestaltet wurde, das heißt aus dem natürlichen und kulturellen Erbe besteht. Jedes Neugeborene ist ein Versprechen für die Erneuerung der Welt. Die gemeinsame Welt, zu der man gehört und die man durch seinen Körper erlebt, indem man geboren wird und indem man handelt, gibt dem Leben Fülle, macht es reich. Wenn man sich als fleischliches, verletzliches und gezeugtes Wesen erfährt, akzeptiert und festigt, wird das Bewusstsein der Zugehörigkeit zu dieser Welt, die größer und älter ist als man selbst, zu einem gelebten Wissen, das die Beziehung zu einem selbst und damit die Beziehung zu den anderen verändert. Weil es einem einsichtig wird, was einen mit anderen Lebewesen verbindet, will man sie nicht mehr beherrschen. Auf einmal  gelingt es einem, den anderen einen Platz in seinem Leben einzuräumen, und deren Erfüllung, deren Glück als Bestandteil seiner eigenen Erfüllung, seines eigenen Glücks zu erachten.“

Er zal echter nog veel water naar zee stromen voordat het besef is doorgedrongen dat wij niet op een eiland leven, (of in een onafhankelijk land, zoals populisten stellen), maar dat alles met allen, en allen met alles is verbonden. Wij zijn globaal, we leven niet alleen globaal, wij maken deel uit van een globale wereld want zij is de kern van ons bestaan, en dat bestaan noemen we ‘leven’. Ons ingrijpen in de processen van deze wereld heeft gevolgen. Hoe hard de ontkenners van klimaatverandering ook roepen, hoe minder ze met de gevolgen van ons handelen rekening willen houden, de rekening zal worden gepresenteerd als de zeespiegel stijgt, de permafrostgebieden opwarmen en de oerwouden verdwijnen. Bomen vormen onder andere de garantie voor ons bestaan. Uit winstbejag staan we toe dat grote delen van de bossen worden vernietigd (en alles wat daarvan afhankelijk is) en zo ondergraven we onze eigen toekomst.

Afval als centraal thema voor de toekomst

Inmiddels is onze wereld al lang niet meer ongerept. We produceren niet alleen bergen afval, we stellen alles in werking om grondstoffen te delven, ongeacht de maatschappelijke en politieke kosten. Landen waarin corruptie heerst, waar alleenheersers de dienst uitmaken en waar het leger de dagelijkse gang van zaken bepaalt, als ze maar leveren wat we nodig hebben. Legers van ‘vrijwilligers’ (huursoldaten) worden ingevlogen om deze grondstoffendelving te bewaken, om oppositie onder de duim te houden, om iedereen die tegen deze uitbuiting van de aarde is inclusief milieuschade de mond te snoeren en in het uiterste geval te doden. Dit werpt niet alleen een smet op onze toekomst. Geopolitiek die het politieke handelen bepaalt, laat zich in feite niks gelegen liggen aan een menselijke toekomst waarin alle deelnemers van belang zijn. De oorlog in Oekraïne is daar een levend voorbeeld van. 

De onverschilligheid waarmee wij vaak optreden ten aanzien van wat we achterlaten is ten hemel schreiend. Rijke landen exporteren hun afval naar arme landen. Probleem opgelost. Maar schijn bedriegt. Justin McGuirk stelt in een artikel “The waste Age”: “Recognising that waste is central, not peripheral, to everything we design, make and do is key to transforming the future.” Hij noemt de tegenstelling tussen natuur en cultuur problematisch. In feite is deze kunstmatig. Maar het allerergste is dat in deze hele discussie het thema van het afval volledig ontbreekt. McGuirk stelt: 

“Waste is precisely what dissolves the distinction between nature and culture. Today, when the very weather is warped by the climate crisis, and plankton thousands of metres deep have intestinal tracts full of microplastics, the idea of a nature that is pristine or untouched is delusional. Nature and waste have fused at both planetary and microbiological scales. Similarly, waste is not merely a byproduct of culture: it is culture. We have produced a culture of waste. To focus our gaze on waste is not an act of morbid negativity; it is an act of cultural realism. If waste is the mesh that entangles nature and culture, it’s necessarily the defining material of our time. We live in the Waste Age.”

Onze wereld is op weg om bijna verzadigd te worden met ons afval. Op de hoogste bergtoppen is plastic aangetroffen, in de diepste spelonken in de oceanen is plastic te vinden. In onze bloedvaten zwemmen microscopisch kleine plasticdeeltjes, aluminium(zout) dat niet afbreekbaar is, krijgen we via deodorant in onze poriën binnen en zwerven in ons lichaam rond. Inmiddels is het onvoorstelbaar geworden hoeveel afval we werkelijk produceren en hoe we dat ooit kunnen opruimen. McGuirk wijst hierop als hij stelt: 

“If we look at the material ages of human history, from the Stone Age and the Bronze Age through to the Steam Age and the Information Age, we get the illusory sense that hard things are dematerialising. In fact, the opposite is true. The Steam Age launched a great explosion of material goods that has mushroomed exponentially ever since, while statistics about our current rates of waste numb the mind. What does it mean to say that, by 2050, as much as 12 billion tonnes of plastic will have accumulated in landfills or the natural environment? What does it mean to observe that more than a million plastic bags are consumed every minute globally, and that this amounts to between 500 billion and 5 trillion a year? Such numbers present a seemingly precise quantification yet one that’s utterly ungraspable. The average person just translates them into ‘a shitload’.”

Op veel vuilnisbelten proberen de allerarmsten nog wat geld te verdienen door het verzamelen van recyclebare onderdelen. We kunnen hen beklagen omdat ze in een voortdurende situatie van armoede, stank, ziekte en vervuiling opgroeien. Maar in feite is onze hele wereld hard op weg om een grote vuilnisbelt te worden, als we niet fundamenteel gaan nadenken en handelen over hoe met ons afval om te gaan. Recyclen is slechts een klein onderdeel van de oplossing want dat geeft velen ook weer een excuus om toch afval te blijven produceren. Het aardse ‘paradijs’ is voorgoed verloren, de tuin van Eden is voorgoed onbereikbaar geworden, om in bijbelse termen te spreken.

Ontgoocheling

Veel religies, veel ideologieën ontlenen hun bestaansrecht aan een verlangen naar een heilvolle samenleving waarin voor velen een plaats is om een goed leven te leiden. Sommige ideologieën maken daarbij keuzes tussen hen die erbij horen en hen die niet welkom zijn. Dat zien we ook terug in ons vluchtelingenbeleid. Economische vluchtelingen die hun land ontvluchten omdat er door de armoede geen bestaan kan worden opgebouwd, worden terug in zee geduwd. Zij worden aan alle grenzen geweerd omdat ze ongewenst zijn, ongeacht het feit dat landen zitten te springen om arbeidskrachten. 

De moderne mens zou je een ontgoocheld mens kunnen noemen. Hij heeft zijn religieuze idealen ingeruild, zijn geloof in God, en in een almachtig sacraal systeem, voor een nieuwe variant: het geloof in de rede, de ratio. De plaats van God wordt nu ingenomen door de wetenschap en de heilsbeloften die deze wetenschap doet. Ed Simon verwijst in een artikel met de titel How to pray to a dead God naar de proclamatie van die dood door de filosoof Nietzsche. Deze begreep volgens Simon heel goed wat de gevolgen hiervan waren en hoe ontgoocheld de mensen hierdoor werden. Ik vermoed zelf dat stromingen als het fascisme en het communisme pogingen zijn om op deze ontgoocheling een antwoord te vinden, waarbij het zwaartepunt niet meer op de individuele mens ligt (het subject), maar op de groep, de massa, de gemeenschap, het land, het volk, de natie, met alle nefaste gevolgen van dien: een mensenleven wordt ondergeschikt gemaakt aan een hoger doel. In feite het begin van grote moordpartijen. 

In mijn essay “God in de leegte” onderzoek ik hoe we nog over God kunnen spreken na deze proclamatie van Nietzsche. Filosofen en theologen komen aan het woord. En ook stemmen uit het Zenboeddhisme waarvoor het begrip leegte vanzelfsprekend is en als concrete realiteit wordt opgevat. Leegte is vaak een probleem, leegte kunnen verdragen valt niet mee. Ook stilte, geen prikkels, geen afleiding, verkeren in een vorm van ‘niets’, het is bijna onmogelijk in onze samenleving geworden. Nu hebben religieuze motieven meestal geen overwicht meer. Het blad is omgeslagen ten voordele van hen die wijzen op de gevaren van de klimaatverandering, de toegenomen vervuiling van de aarde, de uitputting van grondstoffen etc. Dezelfde ijver waarmee eerder gelovigen de wereld introkken om hun missionaire opdracht te vervullen ziet Norbert Bolz nu terug bij de klimaatactivisten. Hij stelt zelfs dat het ecologische probleembewustzijn omgeslagen is in een collectieve angstreligie (met Duitsland als voorbeeld). De vrees voor God is ingeruild voor de vrees voor de mens en zijn handelen. In een door de wetenschappen onttoverde wereld heeft de politiek volgens hem haar rationele basis verlaten en kijkt ze alleen nog maar naar situaties die de emoties kunnen doen opvlammen. Alles om de kijker, de stemmer te behagen en om op social media applaus te krijgen. Nadenken over de lange termijn, nadenken over fundamentele veranderingen is er meestal niet (meer) bij. Bolz stelt dat in onze samenleving een soort burgeroorlog aan de gang is: 

„Unsere Gesellschaft ist deshalb durch einen latenten Bürgerkrieg zwischen Machern und Mahnern gekennzeichnet. Die Identität von Risiko und Chance wird nämlich vor allem an der Technik deutlich. Die Macher können darauf verweisen, dass man die Risiken moderner Technologien nur abschätzen kann, wenn man sich auf sie einlasst. Die Mahner dagegen proklamieren das Precautionary Principle (Vorsorgeprinzip), das die Installation technischer Innovationen davon abhängig machen mochte, dass deren Beherrschbarkeit im Vorhinein nachgewiesen werden kann. Nun ist aber die Rationalität der modernen Gesellschaft ans Risiko geknüpft. Deshalb erregt sie ein permanentes Unbehagen. Denn das Kalkül mit dem Risiko ist komplex, die Angst vor der Gefahr und die entsprechende Forderung nach Sicherheit dagegen sind einfach. Es kann deshalb nicht überraschen, dass die ökologischen Folgen der Technik im öffentlichen Diskurs ihre zweckrationalen Perspektivenverdunkeln.“

Politici spelen daarop in, de crisis rond covid-19 is een goed voorbeeld. De roep om zekerheid, veiligheid, gekoppeld aan een inkomen, aan bestaanszekerheid, de onwil om bestaande situaties te veranderen ook al zijn die ongewenst, (boerenbedrijven die teveel stikstof uitstoten naast natuurgebieden), gretig wordt dit door sommige politici opgepakt om het ‘volk’ te paaien met meestal ‘vage en onrealistische’ beloften. Sommigen presenteren zich als een soort Messias, anderen zelfs als ‘vadertje’ staat die de vermeende slachtoffers recht zal doen wedervaren (Rusland). Ondertussen worden de eigen zakken gespekt, de staatskas geplunderd en de winsten van grote bedrijven (grondstoffen, gas, olie) afgeroomd. En het ‘volk’ blijft geloven in deze sprookjes en verzamelingen leugens, want opgeven hiervan laat hen achter met lege handen. Intussen dreigen er grotere gevaren, maar de wijze waarop wij daarmee omgaan verschilt tussen de mensen die geloven in technische oplossingen en hen die waarschuwen voor de negatieve gevolgen van menselijk ingrijpen. Bolz stelt dat de angst voor toekomstige rampen echter onze kritische geest belemmert om de zaken goed te onderscheiden en te beoordelen: 

„Die Faszination durch die möglichen Katastrophen verstellt den Blick auf die Technikabhängigkeit der Gesellschaft. Wer Angst hat, kennt kein akzeptables Risiko. „Katastrophe” heißt nämlich: Ich will nicht rechnen. Deshalb haben die Propagandisten des Vorsorgeprinzips leichtes Spiel. Dieses Vorsichtsprinzip lauft auf die Vermeidung von Risiken hinaus – und damit auf eine Verdrängung der modernen, auf Statistik und Wahrscheinlichkeitsrechnung basierten Rationalität durch Angst. Man muss nur ein dramatisches Bild des möglichen Schadens zeichnen, um jedes Risiko-Kalkül zu blockieren. Die Angst vor der Katastrophe lässt sich nicht vorrechnen. Das Precautionary Principle institutionalisiert die Ängstlichkeit. Dieses Vorsorgeprinzip ist das Gegenteil des neuzeitlichen Risikoprinzips: Der Mangel an wissenschaftlicher Gewissheit darf angesichts der Gefahr irreversibler Umweltschaden kein Argument mehr sein. Daraus folgt, dass schlechte Prognosen für die Menschheit besser sind als gute. Man soll handeln, auch wenn die Ursache-Wirkungs-Zusammenhänge noch  unklar sind. Wenn etwas möglicherweise gefährlich ist, ist das schon ein Grund zur Sorge – und Vorsorge. So muss für technologische Innovationen jetzt nachgewiesen werden, dass sie garantiert unschädlich sind. Das schließt natürlich jedes riskante Verhalten aus. Auch die Abwägung von Risiken gegeneinander. So entsteht eine risikoaverse Gesellschaft, die nicht mehr in der Lage ist, auf reale Katastrophen sinnvoll zu reagieren.“

Inconsistentie in een complexe wereld

Onze wereld is complex en divers. Handelingsmodellen om de werkelijkheid te sturen, om ongewenste ontwikkelingen te voorkomen, bij te sturen, of af te wenden blijken meestal in de praktijk niet te werken zoals men verwacht. Het idee dat de samenleving gestuurd en bestuurd kan worden vanuit een theoretisch kader is een illusie. Teveel spelers zijn betrokken, teveel omstandigheden wisselen voortdurend van vorm en inhoud. De context is telkens weer anders en ook de mens zelf is een wezen dat voortdurend transformeert. Misschien niet zozeer in zijn denken (als deze vast wil houden aan zijn preoccupaties), maar eerder en vooral ook in zijn lichamelijkheid. We worden ouder, we gaan dood, we laten niks achter. Behalve het effect van onze handelingen. De wereld en het menselijk handelen willen beheersen is een opdracht die onze potentie ver overstijgt. Toch worden er meer en meer pogingen ondernomen door de inzet van artificiële intelligentie, gezichtsherkenning, het verzamelen van zoveel mogelijk data om het gedrag van de mens te voorspellen en te sturen. Oeigoeren worden in China massaal opgesloten en gehersenspoeld om gehoorzame burgers te worden. Verhalen van mensen die uiteindelijk vrij zijn gekomen, na jaren van opsluiting, spreken boekdelen over hoever een staat kan gaan om mensen en hun identiteit te vernietigen. En dat alles onder de zegen van een overheersende en allesbepalende politieke partij met een absoluut heerser aan de macht. Het volk kijkt toe en zwijgt (grotendeels) want het heeft er geen belang bij om in opstand te komen. Zach Weber, onderzoekt in het artikel This paradoxical life, of het ook mogelijk is om binnen de kaders van de logica tot een coherente theorie te komen die ook rekening houdt met het onvoorstelbare, het niet voorspelbare en het inconsistente van de realiteit. Hij verwijst naar de natuurkunde Schrödinger die stelt:  ‘The task is not so much to see what no one has yet seen, but to think what no one has yet thought, about that which everybody sees.’ Hoe komen we zover om dat wat voor allen zichtbaar is opnieuw te bekijken, opdat nieuwe mogelijkheden voor een betere toekomst zichtbaar worden? Of met andere woorden, hoe houden we hoop? 

Hoe houden we de hoop levend?

De moed erin houden, de hoop levend houden, dat is wat jong en oud nodig hebben in het aangezicht van de wereld die niet volmaakt is. De wereld is natuurlijk wat ze is: de mens kleurt het beeld, maakt er iets moois van of laat dat na. In het missionstatement van de Radboud Universiteit te Nijmegen staat dat de universiteit ook op het gebied van duurzaamheid van betekenis wil zijn. De Radboud Universiteit draagt bij aan een gezonde, vrije wereld met gelijke kansen voor iedereen. De werkelijkheid is echter deze: de wereld is niet gezond, niet vrij en er zijn geen gelijke kansen voor iedereen. Dat is de feitelijkheid. Hoe ga je om met deze constatering en wat betekent dit (ook politiek gezien) voor je handelen, je plannen, je ingrijpen als dingen fout zijn? De complexiteit van de wereld, waarin alles met alles samenhangt, is een gegeven dat niet veronachtzaamd kan worden. Doe je dat wel, dan hebben je acties weinig zin, want de oplossing van het ene is de veroorzaking van een probleem bij het andere. Maar desondanks dat is er hoop nodig. Maar wat is hoop?  David B. Feldman, stelt in Hope is not optimism, maar wel: 

“Hope, at its heart, is a perception. Unlike most perceptions, however, this one has the possibility of creating reality. Most of the time, we think of reality as creating our perceptions. Look around you right now and notice the objects in your environment. They all exist in reality before you perceive them. But hope is a special kind of perception: it’s a perception of something that doesn’t yet exist. It’s a perception of what is possible.”

Als hoop iets is dat mogelijk is, als je er aan gaat werken, kan hoop een vorm van brandstof zijn die mensen motiveert en in gang zet. Alfred North Whitehead heeft een filosofie ontwikkeld die de werkelijkheid als een proces beschrijft. In dit denken liggen mogelijkheden om anders naar onze werkelijkheid te kijken en optimistisch te blijven over onze inzet en onze acties. 

Realiteit als proces

De realiteit is een proces, ze is een organisme en ze is vergankelijk. Rebecca Wolfs beschrijft de mogelijkheden van de mens aan de hand van deze drie stappen in het denken van Whitehead. Als de werkelijkheid een proces is, wil dat zeggen dat alles voortdurend in beweging is. Denk aan een rivier die bestaat uit talloze waterdruppels. Samen vormen ze de rivier, maar nooit staat ze stil. De werkelijkheid is ook een organisme omdat alle gebeurtenissen met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden. Elke actie van de mens heeft consequenties op dat wat erna komt. Als ik afval dump, ben ik het kwijt maar zadel anderen ermee op. Als wij onze aarde veranderen in een vuilnisbelt zadelen we ons nageslacht op met de gevolgen. Rebecca Wolfs schrijft met betrekking tot de vergankelijkheid van de realiteit: 

„Jedes einzelne Ereignis des Weltprozesses ist einmalig unvergänglich. Sobald sich etwas ereignet, vergeht es schon wieder. Durch sein Vergehen bildet ein Ereignis den Ausgangspunkt für neue Ereignisse, die an das vergangene Ereignis anschließen und auf es aufbauen können. Kein Ereignis ist unendlich, aber jedes Ereignis stößt eine unendliche Folge weiterer Ereignisse an. Damit ist die Welt als ein stetiger Prozess des Werdens und Vergehens zu verstehen, was sich auch im Bild eines Flusses veranschaulichen lässt: Tag für Tag sieht man denselben Fluss. Dennoch befindet sich dieser Fluss niemals im Stillstand, er wird gleichsam in jedem Augenblick von neuen Wassertropfen durchflossen. Man blickt an jedem Tag auf den selben Fluss und zugleich immer wieder auf einen völlig anderen. Das heißt, mit den Worten Heraklits gesprochen: Man kann nicht zweimal in denselben Fluss steigen.“

Dat betekent tenslotte dat onze daden van belang zijn, dat de keuzes die wij maken gevolgen hebben voor wat erna komt. Laten we na te handelen met betrekking tot vervuiling, de afbraak van de Amazonas, de uitstoot van schadelijke gassen voor het milieu, dan geven wij dat onze kinderen cadeau als een giftig en wrang geschenk. 

Anders naar de werkelijkheid leren kijken, met andere ogen, met andere opvattingen, zodat wij ook mogelijkheden zien tot verandering, kan via de bril van de schoonheid. Fred Luks wijst hierop als hij een pleidooi houdt voor een andere kijk op de noodzaak van verandering: ook het genieten, het niet calculeerbare, het feestelijke, de verspilling, de overdaad, de verzadiging, het carnavaleske, moet worden meegenomen in het denken over duurzaamheid. Niet alleen het opgeheven vingertje, dat zegt dat niks meer mag en dat iedereen moet matigen. Populisten eigenen zich de ‘gehaktbal’ toe als verworven recht om vlees te eten tegenover de wensen van vegetariërs die pleiten voor minder vlees. Luks schrijft over de huidige paus die wijst op de schoonheid: 

„Franziskus schreibt: „Auf die Schönheit zu achten und sie zu lieben, hilft uns, aus dem utilitaristischen Pragmatismus herauszukommen. Wenn jemand nicht lernt innezuhalten, um das Schöne wahrzunehmen und zu würdigen, ist es nicht verwunderlich, dass sich für ihn alles in einen Gegenstand verwandelt, den er gebrauchen oder skrupellos missbrauchen kann.” Durch die Würdigung des Schönen den herrschenden Utilitarismus zu dekonstruieren und die Orientierung an ökonomischen Nutzen Erwägungen in seine Schranken zu weisen – das kann man als Agenda der Hoffnung bezeichnen, die über den heutigen Mainstream des Nachhaltigkeitsdenkens hinausweist und Batailles Souveränitätsinterpretation wohl nahersteht als rationalistischen Nachhaltigkeitskonzeptionen.“

Het streven naar duurzaamheid heeft volgens Luks minder moraliteit nodig en meer fantasie. Begrippen als volheid, schoonheid, en gulheid kunnen ons verder helpen om een nieuwe toekomst te ontwerpen. Steden moeten geen afgesloten menselijke territoria blijven, ook dieren kunnen er een plaats vinden en tal van planten. Dat bevordert ook het gevoel dat wij samen een wereld delen. Grenzeloze verspilling is niet duurzaam, maar grenzeloze matiging bereikt eerder het omgekeerde effect. Luks stelt en hiermee sluit ik af: 

„Eine vollkommene rationale und in diesem Sinne „perfekte” Gesellschaft ist keine Nachhaltigkeitsutopie, sondern eine Dystopie. So wie heute kann die Menschheit nicht weiterwirtschaften, wenn sie nachhaltig gut leben will – aber eine Diktatur von Vernunft, Mäßigung und Reduktion ist gewiss keine plausible Strategie. Wer die Moderne modernisieren und dazu beitragen will, dass gesellschaftlicher fortschritt möglich bleibt, kommt nicht an der Frage vorbei, wie die Expansions- und Eskalationsdynamik unserer Lebensweise verändert werden kann. Dabei werden eine überbordende Moralisierung und maßlose Apelle zur Mäßigung wenig hilfreich sein. Wesentlich produktiver ist eine Neuinterpretation von Begriffen wie Nutzen, Verschwendung und Wohlstand. Gerade im Zeichen der Krise brauchen wir den Mut, nicht nur über Knappheit, Effizienz und Mäßigung zu reden, sondern Vorstellungen von Fülle, Schönheit und Großzügigkeit stark zu machen. Die paradoxe Herausforderung einer plausiblen Nachhaltigkeitskonzeption liegt darin, ökologische Grenzen ernst zu nehmen –  viel ernster als das heute der Fall ist – und gleichzeitig der Lust und dem Luxus, dem Exzessiven und Verschwenderischen einen Platz zu geben. Transformationsbestrebungen, die hierauf keine Antwort finden, werden krachend scheitern.“

John Hacking 

15 april 2022


bronnen: 

Corine Pelluchon, Wovon wir leben. Oder die Leiblichkeit des Menschen, 

in: der blaue reiter 48 (2021), Nachhaltigkeit. Eine Frage der Verantwortung, p. 26-31

Rebecca Wolfs, Die Wirklichkeit im Fluss – Nach mir die Sintflut? Alfred North Whiteheads Prozessphilosophie und Klimaethik.

in: der blaue reiter 48 (2021), Nachhaltigkeit. Eine Frage der Verantwortung, p. 38-41

Norbert Bolz, Die Religion der Angst. Über die Ethik der Weltverantwortung.

in: der blaue reiter 48 (2021), Nachhaltigkeit. Eine Frage der Verantwortung, p. 43-47

Fred Luks, Verschwenderische Nachhaltigkeit. Über die Notwendige Freiheit zur Unvernunft.

in: der blaue reiter 48 (2021), Nachhaltigkeit. Eine Frage der Verantwortung, p. 48-53

Emanuele Coccia, Über die Gärtner der Welt. Nachhaltigkeit oder das Ende der Kampfes der Arten. in: der blaue reiter 48 (2021), Nachhaltigkeit. Eine Frage der Verantwortung, p. 54-57

John Hacking, God in de leegte. Leegte als theotopie. Verslag van een sabbatical december 2021 -februari 2022 Studentenkerk Nijmegen (2022)

Justin McGuirk https://aeon.co/essays/ours-is-the-waste-age-thats-the-key-to-tranforming-the-future

Ed Simon: https://aeon.co/essays/how-to-fulfil-the-need-for-transcendence-after-the-death-of-god

Zach Weber: https://aeon.co/essays/paraconsistent-logics-find-structure-in-our-inconsistent-world

David B. Feldman https://aeon.co/essays/true-hope-takes-a-hard-look-at-reality-then-makes-a-plan

Een gedachte over “Duurzaam (leren) leven

  1. Dank je wel. Enndan denk ik weer na zoveel waardevolle informatie met aan het einde de hoop. Er is zoveel te doen en uiteindelijk zal het van binnenuit moeten komen. De knop zet uit van binnen naar buiten en in het zaad van de Lotus zit de potentie voor de schoonheid van het leven dat uit de modder voortkomt.

    Like

Reacties zijn gesloten.