Tijd die geurt

Sowohl die mythische als auch die geschichtliche Zeit besitzen eine narrative Spannung. Eine besondere Verkettung von Ereignissen gestaltet die Zeit. Die Erzählung lässt die Zeit duften. Die Punkt-Zeit ist dagegen eine Zeit ohne Duft. Die Zeit beginnt zu duften, wenn sie eine Dauer gewinnt, wenn sie eine narrative Spannung oder eine Tiefenspannung erhalt, wenn sie an Tiefe und Weite, ja an Raum gewinnt. 

Byung Chul Han, Duft der Zeit, p.  24

Wij zijn kinderen van onze tijd. Dat kleurt ons zelfverstaan. Dat structureert ons denken en ons handelen. Het narratief dat ons zelfverstaan richting geeft is het begrip vrijheid en de ervaring van vrijheid. Politieke partijen voeren dat in hun logo en bevestigen daarmee dat ze denken te verstaan wat de tekenen des tijds aangeven. Vrijheid op basis van autonomie. Vormen van heteronomie zoals die in religies (God als de baas) en in staatsvormen (de autoritaire staat) worden zichtbaar gemaakt, worden veelal afgewezen omdat ze deze autonomie ondermijnen en daarmee de persoonlijke vrijheid. 

Maar klopt dat wel: vormt de ervaring van heteronomie een inperking van onze vrijheid, ook al berust die grotendeels op autonomie? Wat is heteronomie? Wat is autonomie en hoe wordt dit laatste verstaan of hoe wordt ze ingezet om de eigen positie te bevestigen?

Sinds de Verlichting is de zogenaamde vrije mens de heer over de tijd. Niet God bepaalt de loop van de geschiedenis, maar de mens zelf ontwerpt een toekomst die heilzaam zal moeten zijn. De mens heeft het juk van een God die richting geeft en die alles bepaalt definitief afgeworpen. En nu moet deze mens zelf een richting kiezen, een toekomst ontwerpen. Waardoor laat hij zich dan leiden? Welke perspectieven neemt hij in?

We hebben in de geschiedenis gezien dat de verleiding om zich toch te onderwerpen aan de heteronomie van een autoritaire staat te groot was om te weerstaan. Ook nu dreigt dat gevaar voortdurend. Wachten mensen op een verlosser die hun als machtig staatshoofd van alle ellende en armoede zal verlossen. Ze lopen massaal achter een, ik noem het maar, warhoofd aan die een prachtige toekomst belooft, alsof hij die in petto heeft. En soms lijkt het alsof daar geen echte offers voor hoeven worden gebracht. En als dat wel zo is, wordt dat altijd in het kader van een groter doel, een grotere entiteit (sterven voor het vaderland) gebracht. (Strikt genomen: Wie wil er nu sterven voor het/een vaderland? Wat is dat voor vorm van absurditeit?)

De genialiteit van deze warhoofden bestaat vooral in hun manipulatietalent. Het binden van aanhangers aan zich, aan de vergezichten die geen rekening houden met de geschiedenis en het falen van dergelijke pogingen. Adolf Hitler is een uitstekend voorbeeld ook al beschouwde hij zichzelf als een superveldheer, een strateeg van ongekende omvang en een leider boven elke twijfel verheven. Al die goedgelovigen die hem hebben gevolgd hebben de prijs betaald. Vrijheid hebben ze er niet voor teruggekregen, hoogstens de vrijheid om zelf weerloze slachtoffers fabrieksmatig af te maken in de concentratiekampen. De geur van de verbrande lijken kleurt dit tijdperk, en die geur is nog steeds niet helemaal opgelost. Ook nu nog vallen tallozen onder de valbijl van autoritaire hedendaagse regimes en vloeit er bloed in naam van het volk, de leider, de ideologie, de toekomst van het vaderland. De geur van rotting en bederf duurt voort. Geschiedenis stinkt. Geschiedenis kan stinken.

Mia vita, a te non chiedo lineamenti 

fissi, volti plausibili o possessi. 

Nel tuo giro in quieto ormai lo stesso 

sapore han miele e assenzio. 

Il cuore che ogni moto tiene a vile 

raro è squassato da trasalimenti. 

Così suona talvolta nel silenzio 

della campagna un colpo di fucile. 

Eugenio Montale

Mein Leben, ich bitte dich nicht um feste 

Linien, Besitz oder glaubhafte Zeichen. 

In deinem rastlosen Reigen den gleichen 

Geschmack haben Honig und Wermut. 

Das Herz, welches Zucken und jede Bewegung 

verachtet, wird kaum noch erschüttert. 

So ist’s, wenn bisweilen die schweigende 

Erde bei einem Gewehrschuss erzittert. 

vertaling: Christoph Ferber

Dat is wat op het spel staat: vrijheid, individuele vrijheid, een zekere mate van autonomie in het krachtenspel van de politiek op diverse niveaus, van micro tot macroniveau (je woonplaats tot en met de wereld). De verworven vrijheid die de Verlichting ons heeft gebracht heeft een januskop: we blijven kinderen van onze tijd en onderworpen aan de wetmatigheden van de geschiedenis die ons leven bepaalt. Daar verandert een revolutie niets aan.

Een zekere mate van heteronomie hoort bij het leven want ze maakt meer dan duidelijk dat ons leven contingent is, er komt een einde aan door de dood. Je daartoe jezelf leren verhouden is wat dichters al eeuwenlang doen. En ook sommige filosofen die niet het spook najagen van een leven dat niet begrensd wordt door de dood. Ons leven is beperkt, ons leven heeft een zekere duur. Duur geeft echter smaak, geur aan ons leven. Zonder duur, zonder lijn in ons levensverhaal is het slechts een aaneenschakeling van momenten. Narratief gezien is ons levensverhaal ook de basis onder onze ervaringen van zin. Ons leven kan slechts zinvol zijn in het kader van dit verhaal. Anders is het slechts een verzameling losse elementen informatie. 

DUM VACAT 

Ma spiove, è notte, o sera;

anonima la strada,

solitaria nel suo andare tra Ie altre

che da lei si dipartono a ogni incrocio.

Dagli ultimi semafori

lampi, scatti metallici

aranciati. Poi macerie o depositi,

assi divelte, latrati.

Muri d’alberi neri, cespugli e rare case

illuminate? Una distesa

di freddo guarda immobile

il tuo asfalto bagnato.

Fabio Pusterla

SOLANGE ZEIT BLEIBT

Doch lässt der Regen nach, zur Nacht, am Abend;

die Straße namenlos,

einsam in ihrem Wandern zwischen den anderen,

die von ihr fortgehen an jeder Kreuzung.

Aus den letzten Verkehrsampeln

Blinken, metallisches Klicken,

orangefarben. Danach Schutt oder Abfälle,

herausgerissene Latten; Gekläff.

Mauern von schwarzen Baumen, Gebüsch und wenige Hauser,

erleuchtet? Unbewegt

blickt eine kalte Weite

auf deinen nassen Asphalt.

vertaling Hanno Helbling

Wat is de opbrengst van een leven, hoeveel inzet, hoeveel lijden, hoeveel strijd, hoeveel liefde ontving je en kon je schenken? Dat tezamen vormt de onderdelen van je levensverhaal, een verhaal dat kan worden doorverteld en dat in foto’s, in film kan worden vastgelegd en bekeken. Kwetsbaar, gevoelig, emotioneel, lichamelijk geef je gestalte aan de momenten in het hier en nu. Je hebt niet het overzicht, je hebt niet het inzicht in het totaal van je leven. Maar soms heb je herinneringen, zelfs geur-herinneringen die delen van je afgelegde leven boven brengen alsof het net gebeurd is. Weemoed, melancholie, verloren gegane liefde, vergeefse inzet, triomfen misschien, overwinningen op jezelf, behaalde doelen, allemaal elementen uit de narratief die jezelf bent en die zelf vormt door te leven en te reageren. Wat blijft drukt de dichter soms zo uit in een gevoel, een ervaring, een herinnering.

Quel che resta (se resta) 

La vecchia serva analfabeta 

e barbuta chissà dov’è sepolta 

poteva leggere il mio name e il suo 

come ideogrammi 

forse non poteva riconoscersi 

neppure allo specchio 

ma non mi perdeva d’occhio 

della vita non sapendone nulla 

ne sapeva più di noi 

nella vita quello che si acquista 

da una parte si perde dall’altra 

chissà perché Ia ricordo 

più di tutto e di tutti 

se entrasse ora nella mia stanza 

avrebbe centotrent’anni e griderei di spavento.

Eugenio Montale

Was bleibt (wenn es bleibt) 

Die alte, bärtige, des Lebens und Schreibens 

unkundige Magd, wo liegt sie begraben? 

Sie konnte meinen Namen lesen und den ihren 

wie Ideogramme, 

vielleicht konnte sie sich im Spiegel 

nicht einmal wiedererkennen, 

doch sie verlor mich nie aus den Augen. 

Vom Leben, wenn sie auch nichts davon wusste, 

wusste sie viel mehr als wir. 

Was man im Leben auf der einen 

Seite gewinnt, verliert man auf der anderen. 

Warum nur denke ich heute an sie, 

mehr als an alles und mehr als an alle. 

Wenn sie jetzt in mein Zimmer träte, zählte sie 

hundert und dreissig Jahre und vor Schrecken 

würde ich auf schreien.

vertaling: Christoph Ferber

De filosoof Byung Chul Han schrijft dat wij door de digitale ontwikkelingen terecht zijn gekomen in een vorm van tijdscrisis. Niet meer duur en ontwikkeling staan centraal, ergens naar toe werken, ergens vandaan komen, en dat vastleggen in een verhaal (ook mythes zijn verhalen), maar dyschronie bepaalt ons tijdsbeeld en onze ervaringen van de tijd. Tijd is niet meer overzichtelijk en geordend. Tijd zoemt, bromt, is overal en nergens en houvast is er niet. Tijd is richtingloos geworden, tijd heeft geen basis meer die ons op een zinvolle wijze houvast kan bieden omdat er een verhaal wordt verteld waar we deelgenoot van zijn. Het is tijd die niet geurt en ook niet kan gaan geuren. 

Byung Chul Han stelt dat ons leven niet meer wordt ingebed in coordinaten die ons houvast en daardoor duur verlenen. Alles is vluchtig en oppervlakkig geworden. Ook datgene waar men zich mee identificeert. Zo worden we zelf radicaal vergankelijk, zo Han. De atomisering van het leven gaat samen met een atomistische identiteit. Men heeft enkel nog het kleine ik. En dat zelf, neemt af aan tijd en ruimte, aan wereld, aan samenzijn. De wereldarmoede is een dyschronisch verschijnsel. Ze laat de mens samenkrimpen op zijn klein lichaam. Een lichaam dat hij met alle mogelijke middelen gezond probeert te houden, zo Han. Want anders heb je helemaal niets. Daarom vindt men het ook heden ten dage heel moeilijk om ziek te worden en dood te gaan. Han zegt dat men veroudert zonder oud te worden. (Voorwoord Duft der Zeit, pag 7). De huidige pandemie rond covid-19 brengt dit opnieuw aan het licht.

La gravità dei corpi 

Le anime notturne pesano 

d’una gravità di vino e sogno 

liberate dalla parola
che sale e vince
la legge dei gravi.

Il bacio ehe apre la bocca 

scarcera dalla memoria 

e fuggono gli anni, 

ridicola unità dell’infinito 

dei corpi appesi 

ad asciugare al tempo. 

Roberto Pazzi

Die Schwere der Körper

Die Seelen der Nacht wiegen

schwer an Wein und Traum,

befreit von der Sprache,

die aufsteigt und das Gesetz

der Schwerkraft besiegt.

Der Kuss, der den Mund öffnet,

befreit von der Erinnerung,

und die Jahre fliehen dahin,

lächerliche Einheit des Unendlichen,

der Reihe von Körpern, aufgehängt

zum Trocken an der Zeit.

vertaling: Tobias Eiermann

Ons lichaam is ons houvast, ook in en door de tijd heen. Het lichaam is wereld en het verbindt ons met de wereld. Het lichaam is het element waardoor wij in de wereld kunnen functioneren en waarmee wij ons tot de wereld kunnen verhouden als zelf. Ook al is de kern van dit zelf misschien leeg, we komen nooit tot ons diepste zelf, diep in ons is er een afgrond, toch communiceren wij met de randen van dit zelf dat ons lichaam is met de wereld en worden wij door die grenzen deel van de wereld en werkt de wereld in ons. De dood maakt een einde aan deze uitwisseling van ons zelf met de wereld via het lichaam. De dood doet de wereld vergaan door het lichaam te ontdoen van het leven, of het bewustzijn dat ons zelf vormgeeft en dat zich daardoor kan manifesteren in de wereld. De dichter drukt zich zo uit als hij aan deze dood dit gedicht wijdt.

Alla morte

Se la morte fosse la mano gentile 

ehe chiude gli occhi,
la coperta che avvolge un corpo 

e lo protegge dal freddo, 

un gesto rubato di assenso,
un sí lasciato cadere
a una muta domanda,
un patto privato, un passaggio 

segreto, una tregua 

rinnovata di anno in anno 

fino a dimenticare l’esattore 

distratto che non s’accorge
se convenga risvegliare la creatura 

che gli si era affidata,
se la morte fosse una visita,
un viaggio, una vacanza 

traditi da un’amnesia
delle parole per tomare a casa,
un passaporto scaduto,
un’autorità che non firma 

permessi, né rinnova visti
per una rivoluzione che ha sospeso 

la legge, se la morte non fosse 

cattiva, se fosse buona,
la morte? 

Roberto Pazzi

An den Tod

Wenn der Tod die sanfte Hand wäre, 

die die Augen schließt,
die Decke, die den Körper einhüllt 

und vor der Kälte schützt, 

eine flüchtige Geste der Zustimmung, 

ein Ja, das man fallen läßt
auf eine stumme Frage hin,

ein vertraulicher Pakt, ein geheimes 

Überschreiten, ein Frieden, 

der Jahr für Jahr erneuert wird,
bis man den zerstreuten Beamten vergißt, 

der den Zeitpunkt verstreichen läßt,
wo er die Kreatur aufwecken müßte,
die man ihm anvertraut hat,
wenn der Tod ein Besuch wäre,
eine Reise, ein Urlaub,
wo ein Gedächtnisschwund einen die Worte 

vergessen läßt, um nach Hause zurückzukehren, 

ein Pass, der verfallen ist, 

eine Macht, die keine Reiseerlaubnis 

ausstellt und kein Visum erneuert, 

aufgrund einer Revolution, die die Gesetze 

aufhob, wenn der Tod nicht böse 

wäre, wenn er gut wäre, 

der Tod? 

vertaling: Tobias Eiermann

Voor elk lichaam, voor elk bewustzijn, voor elke mens is de dood anders en wordt de band met de wereld op een eigen wijze doorgesneden. Hoe ruikt de wereld op het moment van sterven? Een ziekenhuislucht? Hoe ruikt, hoe geurt mijn levensverhaal zo tegen het einde van mijn leven? Van heiligen is bekend dat hun dood een geur ervaarbaar maakte: sommigen ruiken naar rozen of andere bloemen. Hoe zullen wij ruiken en wat ruiken wij zelf nog van een wereld die zich langzaam terugtrekt omdat de dood ruimte nodig heeft?

Zal het een vrolijk einde zijn? Dit moment waarin de levenstijd voor ons ophoudt? 

L’allegria della fine

Se la vita sta finendo 

è una strana allegria 

che mi cattura,
le cose da fare saranno 

ancora per oggi infinite, 

già domani si conteranno, 

poi, dopo domani verrà
dato l’orario delle partenze. 

L’ansia di fare la valigia
la conosco dagli inizi
del viaggio, quando si partiva 

per il mare,
combacia la valva che s’apri
col coperchio solo un poco consumato, 

e forse troverò due parole
in rima per chiudere la mia vita.
Ah, preziosa calma
di questi giorni,
ei si può riposare
guardando la via percorsa
e far somme e sottrazioni
di anni, e godere
delle date misteriose stelle
di un cielo ehe ruotava
senza ehe sentissimo il vento
degli astri. 

Girando co la terra,

senza sosta, occupati a riempire
la durata del viaggio,
non porgevamo orecchio
alla musica e al silenzio,
del cosmo non avevamo sentimento. 

Roberto Pazzi

Fröhliches Ende

Wenn das Leben vergeht, 

überkommt mich ein 

eigenartiger Frohsinn, 

die zu erledigenden Dinge 

bleiben auch heute unvollendet, 

schon morgen werden sie verrechnet 

und dann, übermorgen, werden die 

Abfahrtszeiten bekanntgegeben. 

Den Drang, den Koffer zu packen 

kenne ich seit dem Anfang 

der Reise, als wir immer 

ans Meer fuhren, 

das Schloss schnappt zu, das aufsprang 

wegen der bloss etwas abgenutzten Kappe, 

und vielleicht finde ich zwei Wörter, 

die sich reimen, urn mein Leben zu beschliessen. 

Ach, wertvolle Ruhe 

dieser Tage, 

hier kann man ausruhen 

und zurückschauen, 

Jahre addieren 

und abziehen, 

sich an seltsamen Daten erfreuen 

Sternen eines Himmels, der kreiste 

ohne dass wir den Wind 

der Gestirne spürten. 

Wir kreisten mit der Erde,
ohne innezuhalten, bemüht, das Ausmass 

der Reise zu erfüllen,
wir vergassen, der Musik
und der Stille zu lauschen,
für den Kosmos hatten wir kein Gespür. 

vertaling: Tobias Eiermann

Met de dichter het leven en de dood tegemoet treden, met de dichter en de filosoof de geur opsnuiven van onze levensverhalen, onze avonturen, herinneringen, onze memoires. Lijn aanbrengen in ons leven in deze dystopische en dyschronische tijd waar informatie tot heilige koe is gemaakt en waar allen dansen om het gouden kalf van de data. 

John Hacking 

6 maart 2021

Pazzi Roberto, Die Schwere der Körper, Gedichte §1966-1998. Italienisch/Deutsch. 2001 (Tropen Verlag)

Pusterla, Fabio, Solange Zeit bleibt. Dum vacat. Gedichte Italienisch und Deutsch, Zürich 2002 (Limmat Verlag)

Montale, Eugenio, Was bleibt (wenn es bleibt). Gedichte 1920-1980. Italienisch-Deutsch. Ausgewählt, übersetzt und mit Anmerkungen versehen von Christoph Ferber, Mainz 2013, (Dieterich’sche Verlagsbuchhandlung)

Han, Byung-Chul, Duft der Zeit. ein philosophischer Essay zur Kunst des Verweilens, Bielefeld 2009, (Transcript Verlag)

Een gedachte over “Tijd die geurt

  1. Maar de moed waarmee wij in deze tegenstelling tussen leven en dood moeten leven, vond ik terug bij een jong gestorven Kroatisch dichter Josip Pupacic:

    Zonnig zal mijn graf zijn, stil
    en vol van rijke gloed.
    De oneindige ruimte waar stormen bedaren,
    boven de klippen van thuis.

    Ik zal niet verrijzen, waarom
    ook zou ik beter leven dan ik al deed?
    Wat mensen dood hebben genoemd
    is voor mij de dood niet.

    Ik zal mezelf in vele harten verspreiden,
    en leven in menig leven.
    Van hetgeen me nu donker lijkt,
    zal alleen het mooie overleven.

    Like

Reacties zijn gesloten.