3.4 De tijd van de wereld: evolutie
Wenn ich mich herausnehme aus der Landschaft, wenn ich mich fremd mache und den Blick weit stelle, kann ich versuchen, mir die Landschaft verständlich zu machen. Ich betrachte sie Schollen, die in der Landschaft liegen, in seltsamen Distanzen voneinander entfernt. Es sind Schollen von unterschiedlichler Länge, Dichte und Beschaffenheit. Sie schlagen Schneisen ins Land. Allesamt sind sie angesiedelt auf einer schmalen, scharfen Grenze zu einem ausufernden Weiss. Zugleich sind sie so sehr ins Weiss eingelassen, dass sie kaum zu vermessen sind. Es scheint, sie fransen aus, manche Strecken sich unbestimmt weiter ins Land, manche treten an anderer Stelle wieder auf. Oft bricht etwas einfach ab. Oder scheint wie abgebrochen liegen gelassen. Und trotzdem ist es so, als würden auch die Brüche, als würden auch die Unebenen zu Landschaft gehören.1
Maren Kames

Wat is kennis en wat is informatie? In de tijd van het quantum wordt de informatie mede bepaald door de waarnemer en is de uitkomst ongewis. Informatie blijft op dit moment een thema waarover de meningen verdeeld zijn en waarop nog geen goed antwoord is geformuleerd. Is kennis informatie, is informatie kennis? En wat is dat dan? Is en wordt dat neergeslagen in taal en zonder taal geen kennis en geen informatie? En over welke taal hebben wij het hier? De aarde draagt de sporen van een lange ontwikkeling. Geologisch en biologisch zijn de sporen hiervan zichtbaar. De taal die de aarde spreekt zetten wij om in mensentaal om te kunnen waarnemen en te kunnen verstaan wat zich in die lange geschiedenis van de aarde heeft afgespeeld.2 Geologen zoals Salomon Kroonenberg, stellen dat het van een grenzeloze zelfingenomenheid is van de mens, te denken dat wij iets voorstellen in dit lange proces van evolutie en veranderingen van de aarde. Maar de discussie woedt onder wetenschappers of de mens door het menselijk ingrijpen op aarde een fundamentele geologische kracht is geworden die het aanschijn van de aarde de komende tijd kan doen veranderen.3 Op de tijdsschaal van de ontstaansgeschiedenis van de aarde vormt de komst van de mensheid slechts een fractie van het geheel, in vergelijking met de honderden miljoenen jaren van andere periodes, een minuscuul stukje tijd. Maar zelfs in die korte periode van het ontstaan van de mens tot aan het begin van wat we een meer ontwikkelde beschaving en cultuur zouden kunnen noemen door bijvoorbeeld: de bouw van steden, het gebruik van bibliotheken om kennis op te slaan, vormen van indirecte communicatie, het gebruik van vervoersmiddelen, het stichten van een staat met leidinggevenden en religieuze organisaties met een priesterklasse, etc. etc. hebben de verschillende samenlevingsvormen elkaar afgewisseld en vervangen. Volken kwamen en verdwenen, beschavingen ontstonden en gingen ten onder aan geweld van buiten, aan natuurgeweld, aan interne verdeeldheid. Onze westerse beschaving is er een onder velen en waarschijnlijk niet de laatste tak aan de boom van de mensheid. Wat na ons zal komen en hoe deze werkelijkheid eruit zal zien is nog grotendeels science fiction.
im Anfang steht niemand.
im Anfangsland lag ich und schrie.
am Ende schwieg ich und zieh
ein weiss beschriftetes Spruchband
hinter mir her. was draufsteht?
am Anfang, am Ende der gleiche
Vokal und immer, immer im Liegen
hört ihr meinen Anfang: ich bin
ein Strom, der in andere mündet
in den wieder andere münden.
ich bin ganz aus Sprache gemacht
ich bin ein irrer Anfangsvokal
Alleinstellungsmerkmal meiner
verlorenen Art, die sprechen muss
um sich selbst zu begreifen. wir
sind allein und jetzt alle zusammen:
dona nobis pacem uns zartem
gefrässigem Alphagetier. ich bin
nicht allein. dus bist nicht allein
wir irren, o Herr, von einem Verhör
zum andern und stecken einander
Messer rein: ich habe, dus hast
nein, wir haben wohl eine Tendenz
zur Ausuferung, also was ist, o
Big Bang, der Anfang vom Argen?
im Anfangsland lag mein Flüsschen
mit Schnabel. am Anfang lag ich
niemand war ich und niemand
werde ich sein. dazwischen bin ich
Stimmgabel aus flüssigem Stoff
ich bin mein eigenes Lied aus dem Off
über ein volkommen weisses
Rapsfeld im Schnee4
Ulrike Almut Sandig
Nogmaals wat is kennis en wat is informatie? De geschiedenis van het denken en de filosofie is een relatief ‘nieuwe’ loot aan de boom van de mensheid – slechts een paar duizend jaar oud – maar, zo vermoed ik, omdat wij per generatie slechts een beperkt aantal jaren leven – zeg gemiddeld 40/50 (middeleeuwen) tot 70/80 (op dit moment) lijken 2000 jaar (ongeveer 50 generaties) lang en eerbiedwaardig. Dat heeft ook tot een overmoed in het formuleren geleid in de filosofie, iets wat het meest duidelijk aan het licht treedt in het denken van Georg Wilhelm Friedrich Hegel over het absolute weten. De mens ( een lichtwezen) reikt door zijn bewustzijn over zichzelf heen tot het goddelijke…zijn ontologische status wordt een metafysische status – maar het blijft bij verlangen, wensen, zichzelf iets toeschrijven. Dit idealistisch denken, hoewel het de basis vormde voor andere stromingen (zoals het Marxisme), is daarna hevig aangevallen en ontkracht want dit filosofisch reiken naar de sterren was vergeten dat de dood en het staan met de voeten op de aarde, eigen wetmatigheden hebben. De filosofie loopt nu het gevaar, bij de voortgang van alle wetenschappelijke ontwikkelingen, vooral vanuit de fysica, de biologie en de informatica, achter de feiten te moeten aanhollen. Voor velen is zij reeds een relikwie uit het verleden aan het worden omdat zij niet meegaat in de taal van de wiskunde waarmee de werkelijkheid wordt beschreven. De vraag is echter of de wiskunde de enige taal is en het alleenrecht heeft op een beschrijving van de wetmatigheden van en in de werkelijkheid en of er ook niet een belangrijk speelveld overblijft voor andere benaderingen? In de quantum-werkelijkheid is het probleem van informatie en van kennis niet opgelost. De modellen, die worden gehanteerd om te verstaan wat zich in deze werkelijkheid afspeelt, zijn ontleend aan onze waarneming en aan onze imaginatie.6 Ze dragen dus de sporen van ons existentieel zelfverstaan en de ontologisch status waarin wij ons bevinden. Die ontologie neigt naar metafysica als ze de mens op de troon van de evolutionaire ontwikkeling en de geschiedenis wil plaatsen. Dromen over een einde aan de dood, oneindig voortbestaan en andere vormen van existentie, vormen daar onderdeel van, zie de discussies binnen het trans-humanisme en de opvattingen over menselijk ingenieursschap met betrekking tot het DNA.7
die welt is makelhaft ・sie entstand in zufälligen irrläufen aneinander abprallender oder sich verbindender korpusklen – bis sonne erde und mond daraus vorgingen samt einen wenigen an äther der aufsteig um die sterne zu formen – während die erde zerstückelt wurde in territorien der hitze und kälte ・wüsten und meere ・berge und wälder III.2 8
Raoul Schrott

God en het goddelijke in de evolutie van de mensheid is pas sinds de periode van de Verlichting onder verdacht komen te staan. Daarvoor was de transcendente werkelijkheid voor de meesten vanzelfsprekend. Misschien zou je kunnen zegge dat de mens tot dit tijdstip in de geschiedenis minder vertrouwd was met zijn kennen en kunnen. Misschien had hij tot op dit moment nog niet genoeg besef van de enorme potentie van zijn ratio. Een kracht van de ratio die nu de belofte inhield om de wereld te beheersen via een zelfbewustzijn dat kans zag zich boven alles en iedereen te verheffen. En dat door de toepassing van de techniek in staat bleek de wereld naar haar hand te zetten. Verhoeven schrijft over deze ‘vooruitgang’: “Door de ontdekking van de menselijke mogelijkheden verandert onze kijk op alle dingen; de historisering van het bestaan is ingrijpend en wezenlijk, zo ingrijpend dat zij nooit geheel theoretisch te verwerken, noch praktisch te verwerkelijken is. Het merkwaardige effect is dat de werkelijkheid, naar gelang zij meer manipuleerbaar wordt, minder begrijpelijk blijkt te zijn. De manipuleerbaarheid van een bepaalde sector van de natuur roept het vermoeden op van een totale manipuleerbaarheid, een onoverzienbare rijkdom van enthousiasmerende mogelijkheden, waaraan geen einde is. Een ethiek van herhaling is veel zekerder, duidelijker en substantiëler dan een ethiek van vooruitgang en experiment.”9 Misschien is de periode van de Verlichting ook het moment waar de blik omslaat van kijken naar het verleden naar kijken naar de toekomst, van regressief naar progressief waarnemen. Dit is natuurlijk niet een proces dat zich binnen enkele decennia heeft voltrokken en ook in onze tijd is het verlangen naar een toekomst waarin waarden uit het verleden worden hersteld manifest bij sommige bewegingen. Zo versta ik de stroming van het facisme als een poging om de nieuwe veelduidigheid van betekenissen en de onzekerheid die dat met zich meebrengt te reguleren door een greep naar de macht. Macht om het ideaal van de totaliteit te vestigen. De totale heerschappij als een dam tegen een bedreigende toekomst waarin pluralisme, meervoudige zingeving en het besef van de relativiteit van ons denken en handelen centraal staan.10
wenn alles in gott sein und seiner essenz entflossen sein soll ist es unumgänglich dass er das ist was zuvor in ihm enthalten war: denn es wäre ein widerspruch dass leibhaftige wesen einem gott entsprungen sein können der selbst nicht leibhaftig ist ・gott müsste dem gleichen was er geschaffen haben soll: also materiell sein – und deshalb weder gerecht noch genädig oder eifersüchtig oder sonst irgendetwas das wir ihm zuschreiben ・er bestraft ebensowenig wie er belohnt: ein solcher gott macht nicht mehr aufhebens von uns wie von einer ameise einem löwen oder einem stein・in seinem angesicht kann es weder schönheit noch hässlichkeit geben ・nicht gut noch böse weder vollkommenes oder unvollkommenes ・er lässt sich nicht von den taten der menschen bewegen und begehrt weder ihr lobpreisen noch ihre gebete I.511
Raoul Schrott
Totaal dat wil zeggen alles en iedereen betreffend. Niet alleen de mensen, maar ook hun streven, niet alleen de ruimte maar ook de tijd. Een rijk, een volk, een leider, een toekomst, is daarvan de ‘perfecte’ en ‘perfide’ uitdrukking, en wel met een scheef oog naar het Romeinse Rijk dat zo postuum op het schild wordt geheven. Niet bijvoorbeeld het recentere Franse Rijk onder Napoleon maar (de) Caesar(en) stond(en) model voor dit denken en handelen, en vooral de fase in die geschiedenis waar het congres buiten spel was gezet door de alleenheerser. Het facisme is in die zin een tyrannieke mythe die het alleenrecht heeft op interpretatie van de geschiedenis en die elke vorm van kritiek smoort in bloed.12 Verhoeven schrijft in dit licht: “Waar grote beslissingen genomen worden, zo groot dat een mens ze bijna niet kan waarmaken, wordt het omkijken verboden. En het wordt dan ook verboden op een wijze waaraan de mens zich niet kan houden zonder zijn zelfstandigheid te verliezen en daarmee zijn heden en zijn actualiteit.”13 Al deze genomen grote beslissingen met nefaste gevolgen, idealen als een ‘duizendjarig rijk’, een volk dat nooit onder zal gaan etc. en hoeveel doden er ook zijn gevallen de afgelopen vorige eeuw, het heeft de mensheid er niet van overtuigd dat het zo niet verder kan in de wereld.14 Telkens weer opnieuw staan leiders (populisten) op om het volk een spiegel voor te houden waarin alle mythische verlangens zichtbaar worden gemaakt. Daarbij worden kritische vragen, een kritische pers uit de weg gegaan, want dan blijkt al snel hoe weinig houvast deze opties hebben in het heden. Verhoeven beseft dit goed als hij schrijft; “Ook het heden moet worden bewoond en het heden is niets als het niet méér is dan een beweging naar de toekomst.
De mythe van het enthousiaste bouwen aan de toekomst dreigt het heden leeg te zuigen op de wijze waarop vroeger het hiernamaals de wereld en het heden van zin ontledigde. Bij elke mythische droom is, zoals al gezegd werd, het heden altijd het eerste slachtoffer. En hoe moeilijk het ook is de inhoud of de zin daarvan te bepalen, het heden blijft het archimedische punt, de enige realiteit en de gelegenheid bij uitstek. Een bestaan zonde enige bedding in het ‘heden’ is pure frustratie.”15
Wenn du dein Leben gefunden hast,
kannst du auch Gottes Dasein beweisen
“Über Gott sprich nichts,
was du nicht von Gott erfahren hast”
Sprüche aus Sextus16
Elazar Benyoëts
Naast het feit dat God geen rol meer speelt in ons handelen maakt God ook voor velen geen deel meer uit van de identiteit van de mens in de moderniteit. Wij zijn van God los. De ziel is bijgezet in de kast met afgedankte spullen. Wij zijn product van ons handelen en van onze geschiedenis, soms vervallen aan een activisme waar geen rem meer op zit. Wij zijn definitief aanbeland in het tijdperk van het antropoceen. Negatief gezien en met een kritische blik is dit het tijdperk waar de mens over alles en iedereen heerst zonder besef voor de waarde en de kostbaarheid van deze aarde en haar andere bewoners. 8 miljoen ton plastic die per jaar in de zee verdwijnen, zoals een documentaire liet zien17, maken dit meer dan duidelijk. Het verdwijnen van talrijke soorten dieren en planten eveneens. Het tempo van de tijd is opgeschroefd: we bevinden ons in een soort van acceleratie. De wereld verandert in sneller tempo door ingrijpen van de mens dan ooit daarvoor. Maar niet alleen de natuur, planten en dieren worden slachtoffer, ook de mens zelf betaalt een prijs. De opwarming van het klimaat en de stijging van de zeespiegel zal onze beschaving diep raken. Honger en dorst, in het uitgedroogde binnenland, zullen zoals nu al in Syrië, aan de basis liggen van nieuwe oorlogen. Met het klimaat verandert het aanzicht van onze aarde en zullen bevolkingsgroepen gedwongen worden om te verhuizen naar gebieden met meer veiligheid en meer mogelijkheid voor een toekomst. Een blinde kan op zijn vingers natellen dat dit tot conflicten gaat leiden.18
“De naïeve aanname van een potentiële openheid van allen voor allen wordt door de globalisering ad absurdum gevoerd. Integendeel, hoe meer de wereld in een netwerk verandert, hoe duidelijker de onvermijdelijke eindigheid van de belangstelling van mensen voor mensen wordt – er treedt alleen een morele accentverschuiving op, en wel in de richting van een steeds toenemende belastbaarheid ondanks verhevigende stress.
Men moet er niet raar van opkijken als blijkt hoe meer de wereld in een netwerk gevangen raakt, hoe meer de symptomen van misantropie in aantal zullen groeien. Als mensenvrees een natuurlijk antwoord is op onwelkom nabuurschap, dan kan men op grond van de gedwongen nabuurschap-op-afstand van de meerderheid met de meerderheid een ongekende epidemie van misantropie voorspellen.
Dat zal alleen degenen verbazen die vergeten zijn dat de uitdrukking ‘buur’ en ‘vijand’ van oudsher nagenoeg synoniem waren. Tegen deze achtergrond krijgen begrippen als ‘beschaving’ en ‘wereldburgerschap’ een andere betekenis: ze verwijzen voortaan naar de horizon van misantropie onderdrukkende maatregelen.”19
Peter Sloterdijk

Maar ook de vraag naar de relatie tussen het individu en de massa zal een probleem blijven in de toekomst: wie bezit de toegang tot de kennis en tot de informatie en wie bepaalt wat er geleerd en gekend moet worden? De toegang tot (de steeds schaarser wordende huidige) grondstoffen en middelen staat in het teken van macht en geweld. De geschiedenis van de landen die in het bezit zijn van die grondstoffen laat dit duidelijk zien. De conflicten in Afrika en de Arabische landen zijn niet alleen een gevolg van een koloniale geschiedenis, hoewel die zeker zijn sporen heeft achtergelaten. Verschijnsels als racisme en discriminatie kleuren nog altijd onze samenleving en ook hier liggen er sporen in de geschiedenis (slavernij). Stefan Zweig zegt over de 20e eeuw, ondanks dat slavernij voor velen misschien iets uit het verleden is: “Nie ist der Mensch seit den Sklavenzeit so erniedrigt worden, wie in diesem Jahrhundert.” Deze slavernij, de discussie over de ‘have’s and have’s not’ en de gevolgen van een westerse blanke kijk op de (bijvoorbeeld de Afrikaanse) geschiedenis, wordt door Achille Mbembe, in zijn ‘Kritiek van de zwarte rede’ uitgebreid en diepgaand beschreven. Hierin wordt duidelijk dat wij vanuit het westen niet het alleenrecht hebben op het begrijpen van de werkelijkheid20. Onze westerse bril is gekleurd en die kleur kunnen we niet afwassen met een beetje zeep en goede wil. Of door het schminken van zwarte piet met een andere kleur.
Erst durch die Erzählung
lassen wir unsere Geschichte
geschehen sein;
erst durch das Wort findet der Tod
seinen Weg ins Leben
und zu uns;
erst in der Umkehr können wir
unsere eigene Führung
übernehmen;
erst wenn es anhebt zu dämmern,
erkennen wir,
wie viel Gnade auf uns
verschwendet wurde21
Elazar Benyoëts
God verbannen uit onze wereld en uit onze identiteit is geen verklaring voor het feit dat wij denken zoals wij denken en handelen zoals wij handelen. De menselijke autonomie is op zichzelf een leugen als elke vorm van heteronomie wordt ontkend. Dat is een over het paard getilde autonomie. En het doet geen recht aan het feit dat ik niet alleen op de wereld ben, maar dat ik mede gevormd ben door alles en iedereen die om mij geeft en dat mij omgeeft. Ik heb mezelf niet uitgevonden en ben ook niet de producent van mezelf. Ik tref me aan en moet het doen wat ik genetisch mee heb gekregen en waar ik sociaal maatschappelijk in terecht ben gekomen. De geschiedenis van de mensheid werkt in mij door en de gaven en opdrachten vormen ook mijn achtergrond en geven mijn leven een dimensie van zin en betekenis. God is een mogelijkheid, uiteindelijk een vorm van keuzevrijheid. Een opgelegde God of een afgedwongen God heeft geen bestand.
Heteronomie binnenhalen in de menselijke autonomie via kunstmatige ingrepen werkt niet. God is geen “Lückenbüsser”, hij vult niet de gaten op in onze gebrekkige kennis en hij levert niet de verklaringen voor de verschijnselen waar wij nog geen antwoord op hebben. Geloven in God als onderdeel van de evolutie in de zin zoals een creationisme dat bepleit is een gewoon andere vorm van dit denken en voldoet daarom niet. De ontologie heeft in principe geen metafysica nodig als deze een verklaring moet leveren voor de niet verklaarbare zaken in deze werkelijkheid. De veelal krampachtige pogingen om God te redden van de moderniteit, God zijn plek terug te geven die hij verloren heeft, getuigen allemaal van een regressief verlangen, een herstel dat niet meer zal plaatsvinden want de geschiedenis gaat verder en wij kunnen niet meer terug naar een Middeleeuws wereldbeeld. God redden wij niet als God door het nastreven van een nieuwe identiteit, niet met een vasthouden aan wat altijd is geweest en wat door de religieuze instituties verankerd lijkt in gebruiken en gewoontes, in dogmatische stellingen en in mogelijk afdwingbare geloofsuitingen zoals afgedwongen bekeringen met het mes op de keel. De tijd van de inquisitie is voorbij en iedereen staat vrij om eigen interpretaties te geven.
Die vrijheid maakt deel uit van onze autonomie en die vrijheid is zelfs een heteronoom gegeven: ze dringt zich op van binnen uit en of we nu willen of niet, we moeten er op de een of andere wijze gehoor aan geven. Cornelis Verhoeven houdt een vurig pleidooi voor deze vrijheid die ook in de interpretatie en de kritische bejegening van elke vorm van identiteit aan het licht treedt.22 Hij schrijft: “De identiteit is een oppervlaktefenomeen: zij is schijn en het product van schijn. Het eerste wat het denken doet is de vanzelfsprekendheid doorbreken, de schijn ontmaskeren.”23 De interpretatie is daarvoor het kritische instrument – zij ontdekt dat de veronderstelde en gesuggereerde identiteit niet waar is. Zij legt de niet-identiteit tussen de ‘dingen’ en de beweringen bloot. Zij neemt geen genoegen met verklaringen van gezaghebbenden die in algemene termen spreken en vergeten dat de algemeenheid meestal een leugen is omdat het individu niet meedoet. Het “wij” in de toespraak, komt alleen de koning toe. Anders is het “wij” een leugen, zoals elke veralgemenisering dat in feite is.24
existenz bedeutet nicht bloss da zu sein sondern hervortreten sich zu erheben und zu erscheinen ・aus einem grund zu kommen um sich von den ursachen zu befreien: omne possible existiturire – für eine ureigene zukunft zu existieren ist alles was möglich ist II.I25
Raoul Schrott
Ook de religies die in naam van God uitspraken doen zijn leugenachtig. Wie komt het toe te weten en te zeggen wat God wil en hoe Hij is? Elke tekst wacht smachtend op de interpretatoren en houdt voor hen verborgen wat op de achtergrond of in de diepte sluimert: een glimp van een transcendentale werkelijkheid. Als je tenminste durft om zo op de tekst in te gaan, zo de tekst te benaderen als een spoor van God. Een spoor, een verwijzing, een vluchtig en nauwelijks tastbaar
iets, want zo gauw je er de vinger oplegt onttrekt de tekst zich aan de betekenissen die haar willen kerkeren. Dat maakt het lezen lastig, de bewijsvoering onmogelijk en de argumentatie vol valkuilen. Is daarmee God alleen nog hypothese, voor de een effect van een gekozen optie, voor de ander een vorm van nonsens, (n)on-zin? Is er in de werkelijkheid, ook in onze moderne tijd, geen enkel spoor van God aan te treffen? Misschien geeft de poëzie wel antwoord en dat op een geheel eigen wijze.
Es el tiempo de Dios que aflora un día,
que cae, nada más, madura, ocurre,
para tornar mañana por sorpresa
en un estéril repetirse inédito,
como el de esas eléctricas palabras
—nunca aprehendidas,
siempre nuestras—
que eluden el amor de la memoria,
pero que a cada instante nos sonríen
desde sus claros huecos
en nuestras propias frases despobladas.
Die Zeit Gottes ist’s, die eines Tages hervorbricht,
plötzlich da ist, weiter nichts, reift sich ereignet,
um morgen überraschen zurückzukehren
zu steriler stets neuer Wiederholung,
gleich diesen elektrisierenden Worten
—nie erfasst,
immer die unsrigen —
die der Liebe der Erinnerung ausweichen,
doch wieder und wieder uns anlächeln
aus ihrer lichten Lücken
unserer eigenen öden Phrasen.26
José Gorostiza
Dit is een deel uit mijn essay: God in de kosmos. Het hele essay is te lezen (eventueel te koop) (en te downloaden) op:
Noten:
1 Kames, Maren, Halb Taube Halb Pfau, Zürich 2016, (Secession Verlag für Literatur), z.p.
2 “Het bestaan van fossielen is het meest verbazingwekkende historische verschijnsel. Het toont namelijk aan dat geschiedenis niet alleen beweging en vooruitgang is, maar ook verstarring, een voortdurende verandering in de aggregatietoestand van datgene wat wij geneigd zijn als hetzelfde te beschouwen. Het fossiel lijkt definitief verleden, door geen enkele bewerking of magie nog te reanimeren. Het is op geen enkele wijze te betrekken in het leven en de beweging van hetzelfde.” Verhoeven, Cornelis, Omzien…o.c., p. 17
3 Volkskrant, Sir Edmund, 19 november 2016, p. 8-13
4 Sandig, Ulrike Almut, Ich bin ein Feldvoller Raps verstecke die Rehe und leuchte wie dreizehn Ölgemälde übereinandergelegt. Gedichte. Frankfurt am Main 2016, (Schöffling & Co), p. 9
5 Vgl. Hegel, G.W.F., Phänomenologie des Geistes, Frankfurt am Main, Berlin Wien 1980 (Ullstein) , p. 383 ev.
6 Vergelijk de discussie over parallele universums op basis van de quantumtheorie in: https://aeon.co/essays/is-the-many-worlds-hypothesis-just-a-fantasy
7 Vergelijk: https://aeon.co/essays/communism-failed-what-about-the-ideal-of-global-humanity
8 Schrott, o.c. p. 17
9 Ibid., p. 42
10 Lévinas spreekt over een maatschappij die overspoeld wordt met alle wat niet authentiek is. Met allerlei zaken die in dienst staan van verschillende interesses en modes. Een maatschappij die haar levendige contact verloren was met het echte ideaal van vrijheid en die alleen nog maar de afgeleide vormen daarvan accepteert, zonder te erkennen dat dit ideaal van vrijheid offers vraagt. Een maatschappij enkel gericht op comfort en op genieten. Daarom, zo Levinas, kwam de idealen van het facisme met betrekking tot het lichaam en het bloed (ras), het volk en de toekomst, over als authentiek en oprecht want ze vulden de nihilistische leegte die was ontstaan. vgl. über den Hitlerismus, o.c. p. 31-32
11 Schrott, o.c. p. 37
12 “Wanneer de vooruitgang wordt ontdekt als het eerste gebod, dan is dit gebod nooit zonder een tweede, dat daaraan gelijk is: dat van de continuïteit. De vooruitgang wordt niet gediend door de onderdrukking van de gelijktijdigheid. Hoe hij zich ook mag openbaren, zijn plaats is binnen de gecompliceerde gelijktijdigheid, dus binnen het beschouwelijk te genieten heden. Anders is hij een tirannieke mythe. De toekomstmuziek nodigt ons uit onbevreesd voorwaarts te gaan, maar als haar betovering zo groot is dat wij al voortschrijdende niet meer durven omkijken zonder te verstenen, dan moet zij als geweld ontmaskerd worden. De marsmuziek waarop soldaten naar het slagveld trekken, is altijd preludiërende overwinningsmuziek, verklanking van optimale mogelijkheden. Zij moet dat ook zijn om aan de extreme situatie nog een laatste glimp van zin te geven. De soldaten gaan immers naar het slagveld en er zijn rigoureuze middelen nodig om te voorkomen dat zij nostalgisch omzien naar het leven dat zij waarschijnlijk achter zich laten.” Verhoeven, omzien…o.c., p. 42
13 Ibid., p. 43-44
14 Vgl. Verhoeven: “Identiteit is de kern zowel van de retrospectieve utopie die het verleden mythiseert als van een prospectieve eschatologie. Zij is het enige ‘eschaton’, het mythische één en al. Dit perspectief werkt mythisch inzoverre het wordt ingeschakeld om een duidelijke zin en eenheid aan het leven te geven. Bij nader kritisch inzien is dit een onmogelijke taak. Het onbereikbare is inhoudelijk niet wenselijk. Het werkt alleen maar mythisch, inzoverre het zijn functie is perspectieven open te houden, niet daaraan een concrete inhoud te geven. Het is de mythische overpower, waarbij de actuele ontplooiing altijd achter moet blijven. Het heden is dan ‘achter’ ten opzichte van de toekomst; het is essentieel voor de toekomst onbepaald uitstel te zijn, met geen enkel heden samen te vallen en van geen enkel verleden de herhaling te zijn. De toekomst kan het heden niet vullen, niet vervangen. Het kan zinvol zijn te bouwen aan een toekomst, maar ons leven valt niet samen met wat onze activiteiten voor de toekomst te betekenen heeft.” Ibid., p. 61
15 Ibid., p. 62
16 Benyoëts, Sandkronen, o.c. p. 99
17 Marijn Frank en Roland Duong in het documentaire-drieluik ‘De prijsvechter’, VPRO januari 2017. Vergelijk ook: https://aeon.co/essays/enter-the-sapiezoic-a-new-aeon-of-self-aware-global-change
18 Vgl. Sloterdijk, Peter, Het kristalpaleis. o.c. p. 162 evv over deze problematiek in relatie tot de globalisering
19 Ibid., p. 153
20 Vgl. Mbembe, Achille, Kritiek van de zwarte rede, Amsterdam 2015, (Boom)
21 Benyoëts, Sandkronen, o.c. 209
22 “Niets is vanzelfsprekend, gewoon of eenvoudig. Gewoon zijn alleen de dingen waarover wij besloten hebben niet meer na te denken. […] Ooit heeft een denken de mythe van de vooruitgang geformuleerd. Ook die mythe is versteend tot en vanzelfsprekend geloof in de mogelijkheid van eenzinnige, rechtlijnige vooruitgang. Elke beweging in voorwaartse richting wordt dan al vooruitgang gezien. Het te bereiken doel schrompelt in tot een punt dat door een rechte lijn met het heden te verbinden is, resoluut en zonder omzien. Hierdoor valt zij terug op het niveau waarop ook de herhaling van het identieke zich afspeelt. De tegenstelling tussen twee normen, verleden en toekomst, wordt hiermee een dwingende uitnodiging voor een onzinnige keus, waartegenover de vrijheid zich alleen kan handhaven wanneer zij haar eigen ambivalente weg vindt binnen de weerspannige identiteit van rituele herhaling en technische efficiency. Het verdragen van die ambivalentie is de permanente revolutie, eigen aan de vrijheid.”. Ibid., p. 7
23 Ibid., p. 10
24 Vergelijk Verhoeven “De identiteit zwicht voor het denken, dat het andere in he eendere ontdekt en daarmee de tautologie vruchtbaar maakt. Het denken dat de identiteit aantast, het andere in het eendere ontdekt en zo de tautologie vruchtbaar maakt, is het interpreterende denken. Interpretatie beweegt de tautologie, zij gaat uit van de niet-identiteit. Zij is de omweg naar een uitgestelde, vruchtbaarder identiteit. Die tweede identiteit is het wenkend perspectief waaruit de hoop en de energie geput wordt om de eerste banale identiteit te negeren en te passeren. De tautologie van de eerste identiteit en de verstarring bij het principium identitatis is als het ware de incestueuze fase van het denken. Wat ons beweegt in denken en werken, wat ons lyrisch en technisch bezighoudt, is de negatie van de onvruchtbare identiteit. Het bewuste is de niet-identiteit van het onbewuste. Freud heeft door het onbewuste te expliciteren, het bewustzijn gedepsychologiseerd en aan de psychologie een einde gemaakt. Vóór hem hebben andere denkers op hun wijze daaraan gewerkt. Deze denkers worden door Ricoeur ‘meesters van de achterdocht’ genoemd. Zij hebben de vanzelfsprekende identiteit en de schijn niet aanvaard, maar getracht het andere met het eendere te identificeren. Interpreteren is: de dingen niet nemen zoals ze zijn en zich voordoen, maar het is niet: iets anders achter de dingen zoeken, een metafysica ‘achter’ de fysica. Metafysica is een mythische vorm van interpretatie. zij verplaatst de uitkomst van het denken naar een achterwereld of bovenwereld, zoals de psychologie die verplaatst naar een binnenwereld. De meester van de achterdocht hebben de ‘andere’ wereld niet achter de identiteit gezocht, maar daarin; zij hebben de identiteit als schijn ontmaskerd door de gelijktijdigheid van het eendere en het andere te ontdekken. De niet-identiteit is de radicalisering van de interpretabiliteit van de dingen. Zij is het eerste beginsel van het denken, zoals de identiteit dat is van de logica.” Ibid., p. 10
25 Schrott, o.c. p. 157
26 Gorostiza, José, Endloser Tod / Muerte sin fin. Gedicht spanisch/deutsch, Übertragen von Rudolf Wittkopf, Aachen 1995 (Rimbaud), p. 14-15